Meer rakken voor woonboten

Visie van stadsdeel op water is geen stap in goede richting

Zicht op de Hogesluis door de Amstelsluizen
In november 2004 werd een belangrijke beleidsnota van het stadsdeel Amsterdam-Centrum vrijgegeven voor inspraak: de Visie op het Water van de binnenstad. Op 25 april 2005 zal de inspraak plaatsvinden waarna de bestuurlijke besluitvorming volgt. Vanwege de ingrijpende gevolgen van het nieuwe beleid voor de verspreiding van woonboten is het van groot belang dat niet alleen de vereniging, maar ook de grachtenbewoners zelf van zich laten horen.

Met dit nieuwe waterbeleid wil het stadsdeel “de kwaliteit van het stadsbeeld versterken en een inhoudelijk toetsingskader bieden voor het beoordelen van ontwikkelingen en initiatieven voor het water en de oevers”. Een hele mond vol. Worden die goede bedoelingen waar gemaakt? De hoofdlijnen van de visie zijn:

  1. Er komt een ligplaatsbeleid dat rekening houdt met de ruimtelijke structuur van een gebied en dat op basis van vrijwilligheid en met (financiële) prikkels wordt uitgevoerd.
  2. Tegelijkertijd is er een welstandsbeleid voor de woonboten en bijbehorende voorzieningen nodig.
  3. Er moet een netwerk van kleine openbare afmeervoorzieningen komen op logische plekken in de stad die kort afmeren mogelijk maken en zo sober en doelmatig mogelijk zijn ingericht. Dit worden ‘kiss & flow-locaties’ genoemd.
  4. Voor zover er sprake kan zijn van uitbreiding van het dynamische gebruik van het water moet dat zo gevarieerd en milieuvriendelijk mogelijk zijn, met een nadruk op nieuwe vaarroutes in het oostelijk deel van de binnenstad.
De verantwoordelijke stadsdeelbestuurder Frankfurther vatte zijn beleidsvoornemens als volgt samen: “Ik streef naar een optimale inrichting van het water, maar besef dat dit niet op korte termijn gerealiseerd kan worden. Dat geldt vooral voor de verandering van het beleid rond ligplaatsen. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de optimale inrichting van het water in de binnenstad niet afgedwongen moet en kan worden, maar zoveel mogelijk via de weg van geleidelijkheid, door middel van een aanmoedigingsbeleid, moet worden bereikt. Eigenaren van woonboten en bedrijfsvaartuigen zullen dan ook niet gedwongen worden om te verhuizen.” (persbericht van het stadsdeel, 16 november 2004).

Uitdunnen

Op deze kaart is in zwart aangegeven welke grachten en delen van grachten het stadsdeel Centrum wil bestemmen voor woonboten.

Het klinkt allemaal prachtig, maar laten we eens bekijken wat de plannen feitelijk inhouden. De nota stelt dat het wonen op het water bij Amsterdam hoort. Dat is een politiek-correct standpunt, waar van alles op aan te merken is – we hebben het hier niet over Amsterdam als geheel maar over het binnendijkse gebied van de historische binnenstad waar het wonen op het water zoals zich dat tegenwoordig manifesteert slechts vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw bestaat. De nota gaat er vervolgens zonder verdere beargumentering van uit dat deze woonvorm in de binnenstad onverkort moet blijft bestaan. Het aantal ligplaatsen blijft grosso modo gelijk. Vervolgens wordt geconstateerd dat op een aantal plaatsen teveel boten liggen waardoor het stadsbeeld wordt geschaad. Daar moet het aantal boten worden uitgedund. Dat betekent dat er nieuwe ligplaatsen nodig zijn om alternatieven te bieden. Hoe bepaal je vervolgens waar wel en waar geen woonboten mogen liggen? De nota hanteert het criterium van de brughoogtes: daar waar de brughoogtes zo laag zijn dat de woonboten er niet kunnen komen (onder de 2m boven NAP), zijn geen ligplaatsen toegestaan, elders wel. Dat leidt – oh verrassing! – tot een ordening die vrijwel overeen komt met het huidige beeld.

Drastisch

De woonboten in het buitendijkse gebied van de binnenstad (het gebied buiten de sluizen) blijven grotendeels gehandhaafd – voor het stadsgezicht is dat het minst erg. Hetzelfde geldt voor de woonboten op de Amstel – dat getuigt weer van weinig ambitie. Ook de volkomen dichtgeslibde situatie op de Brouwersgracht, het eerste deel van de Prinsengracht en de laatste rakken van de Keizersgracht en Prinsengracht bij de Amstel blijft gehandhaafd, al spreekt de nota van ‘incidentele vermindering’, waarschijnlijk om de Noordermarkt en het Amstelveld toegankelijk te maken voor het ‘dynamisch watergebruik’. Geheel tegen de logica van de nota in wordt het aantal woonboten in de eerste rakken van het Singel en de Herengracht uitgebreid, op het Singel zelfs tot aan de Raadhuisstraat! Op de Prinsengracht zal een geleidelijke uitbreiding over de gehele lengte van de gracht plaatsvinden, zodat de woonbotenrakken aan begin en einde naar elkaar toe zullen groeien. Dat is wel een heel drastische uitwerking van de op zich juiste constatering dat deze gracht van oudsher van belang was als scheepvaartroute. Tenslotte wordt de Geldersekade bestemd voor woonboten – daar hebben vroeger boten gelegen.

Weinig verbetering

De 'Sigaar' t/o Prinsengracht 151: goedgekeurd door de Welstandscommissie De 'Zinken bunker' t.o. Prinsengracht 509: goedgekeurd door de Welstandscommissie

Wat voor concrete verbeteringen staan daar nu tegenover? Eigenlijk bitter weinig: het eerste rak van de Keizersgracht wordt leeggemaakt. De boten daar verhuizen naar de Herengracht of het Singel, waar plaats is voor nog meer woonboten. De drie woonboten in de Bloemgracht verdwijnen en de onhoudbare toestand in de Raamgracht wordt eindelijk opgelost. De meest drastische verplaatsingen betreffen de woonboten in de Singelgracht en de Lijnbaansgracht. De woonboten daar moeten vrijwel allemaal weg, om niet genoemde redenen en in strijd met de interne logica van de nota. Deze woonboten zullen verhuizen naar de Prinsengracht, tenminste als het stadsdeel dat juridisch voor elkaar krijgt – want het valt te vrezen dat er jarenlange procedures tussen walbewoners en het stadsdeel zullen volgen. En hoe zullen de woonboten er op de nieuwe ligplaatsen uit gaan zien? De nota stelt welstandseisen in het vooruitzicht, maar welke dat zijn blijft onduidelijk. Er staat niets over de onwenselijkheid van woonarken, dus er is reden te vrezen dat er een einde komt aan het huidige de facto uitsterfbeleid. De ark wordt bovendien opgevolgd door een nieuw type woonboot, de schark: een combinatie van een ark en een schip: een woondoos op een dekschuit. De Welstandscommissie heeft immers vooruitlopend op de nieuwe welstandseisen al schandelijke bouwwerken als de zinken bunker t.o. Prinsengracht 509 en het sigaarvormige projectiel t.o. Prinsengracht 151 'passend in het stadsgezicht' bevonden.

Ook lezen we niets over de noodzaak om de vervangingsregels, in het bijzonder de maximale maten, aan te passen. Dat betekent niet alleen dat er sprake is van een drastische verspreiding van de woonboten over een veel groter gebied van de binnenstad, maar tevens dat de afmetingen van de woonboten alleen maar zullen toenemen. Met andere woorden: nu is er nauwelijks ruimte tussen de boten in, maar door ze te verspreiden gaat eindelijk de lang gekoesterde wens van menige woonbootbewoner in vervulling: hij kan eindelijk zijn nederige stulpje van 3 bij 15 meter vervangen door een behoorlijk schip, waarvan het oppervlak maximaal 5 bij 30 meter mag bedragen. Helaas is er is dus maar weinig reden om de visie als een belangrijke stap voorwaarts te beschouwen.

Walther Schoonenberg

[Vervolgartikel]
[Meer lezen]

(Uit: Binnenstad 210, maart/april 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.