‘Visie op het water van de binnenstad’

Hadden we maar visie op het water!

De inspraakavond over de ‘Visie op het water’ van het stadsdeel Amsterdam-Centrum, op 7 juni 2005 in de Westerkerk was een groot succes. Het was een historische avond omdat voor het eerst niet de woonbootbewoners maar de walbewoners de boventoon voerden. Honderden bewoners van de binnenstad maakten duidelijk dat zij geen uitbreiding van het wonen op het water willen. De meesten bepleitten zelfs vermindering van het aantal woonboten.
Inspraakavond in de Westerkerk op 7 juni 2005

Uit de ingestuurde antwoordstrookjes van een door de VVAB langs de grachten verspreid pamflet bleek dat bijna twee-derde van de bewoners een vermindering van het aantal woonboten voorstaat. Meer dan duizend handtekeningen tegen de verplaatsing en uitbreiding van de woonbotenvloot werden aan wethouder Frankfurther aangeboden. De wethouder zei toe dat op eventuele nieuwe ligplaatsen alleen echte schepen komen te liggen, dat er een uitsterfbeleid komt van woonarken, dat de mogelijkheid van een saneringsfonds wordt onderzocht en dat er met de centrale stad gepraat gaat worden over verplaatsing van woonboten naar andere stadsdelen.

In 1992 ontdekte wethouder Frank de Grave dat hij zelf verantwoordelijk was voor "de klerezooi op het water". (1) Er bleek wel beleid te zijn maar daar was nog nooit wat mee gedaan. Dat moest veranderen. Het water was immers de belangrijkste openbare ruimte van onze stad, maar werd behandeld als een restruimte en viel tussen wal en schip. Er vonden diverse inspraakavonden plaats waar de woonbootbewoners het hoogste woord voerden. In de media werd gedreigd met een veldslag op het water. (2) De politiek deinsde terug. Thans zijn twee wethouders aangetreden die het water op orde willen brengen, in de centrale stad Duco Stadig en in het stadsdeel Centrum Guido Frankfurther. De centrale stad heeft locaties gezocht voor nieuwe ligplaatsen, o.a. om boten te kunnen verplaatsen, en een ‘gereedschapskist’ voor welstandseisen samengesteld. Het stadsdeel heeft haar visie op het water van de binnenstad geformuleerd. (3)
Op de inspraakavond van 7 juni lieten voor het eerst de ‘walbewoners’ massaal van zich horen. Vanaf nu vormen zij een belangrijke belangengroep. Opmerkelijk is dat er zowel op het Singel als de Prinsengracht actieve bewonersgroepen zijn ontstaan en er zijn diverse goed onderbouwde inspraakreacties opgesteld. "Hadden we maar visie op het water!", verzuchtte iemand. Eigenlijk hebben alle 80.000 binnenstadsbewoners belang bij het open houden van het water: het water is immers openbare ruimte en is dus van ons allemaal.

Waterstructuur

Onze vereniging is uiteraard niet de officiële belangenvertegenwoordiger van de walbewoners - zij zijn zelf goed in staat hun belangen te verdedigen. De vereniging komt op voor het behoud van de historische binnenstad, waarvan het water een belangrijk onderdeel vormt. Het gaat niet om een toevallige hoeveelheid H2O - het gaat om een waterstructuur. Als je de binnenstad beschouwt als een kunstwerk dan speelt het water daarin de hoofdrol. De harmonieuze verhoudingen tussen de gevelwanden, de kades, het water en de bomen maakt van de binnenstad als geheel een monument. Het gaat dus niet alleen om zichtlijnen - hoe belangrijk ook -, maar ook om de openheid en ruimtelijkheid die nodig is om het monument binnenstad tot zijn recht te laten komen. Het water verschaft niet alleen ruimte in de binnenstad - het is openbare ruimte. Deze moet gebruikt kunnen worden door iedereen, om in te varen of van de stad te genieten. Dat is een publieke zaak, die door de overheid moet worden verdedigd tegen pogingen het water te privatiseren.

Problemen worden verplaatst

Op deze kaart is in zwart aangegeven welke grachten en delen van grachten het stadsdeel Centrum wil bestemmen voor woonboten.


In het voorwoord van de ‘Visie op het water’ schrijft Guido Frankfurther: "Een belangrijk onderdeel van de visie is om de beleving van het water te bevorderen door de ruimtelijke relatie tussen water en wal weer zichtbaar te maken, openbare kades en oevers in stand te houden en waar mogelijk de openbaarheid te herstellen." Daar is de vereniging het geheel mee eens! Wij waren dan ook erg teleurgesteld toen wij de plankaarten bestudeerden. De problemen worden ‘opgelost’ door ze te verplaatsen: door de woonboten uit elkaar te leggen en te verspreiden over hetzelfde al ernstig aangetaste gebied. Het is ons inziens gekkenwerk om de boten van de Singelgracht te verplaatsen naar de Prinsengracht en van de Keizersgracht naar de Herengracht en Singel. Om de boten op het laatste rak van het Singel bij de Raadhuisstraat te krijgen, is het volgens de ambtelijke notitie nodig de woonboten te ‘ballasten’ zodat ze onder de Torensluis door kunnen. Nog idioter is dat de centrale stad de Singelgracht als woonbotenlocatie heeft aangewezen terwijl het stadsdeel Centrum deze leeg wil maken. Dat betekent dat de vrijkomende ruimte met boten uit het stadsdeel Westerpark wordt opgevuld. De verplaatsingsgolf gaat dus precies de verkeerde kant op.
Voor het behoud van de woonboten in de binnenstad worden historische argumenten aangedragen die niet deugen. Het dynamische gebruik van het water vroeger wordt verward met het statische gebruik door de woonboten. Met het argument dat boten bij Amsterdam horen wordt het verder bestemmen van de historische grachten voor woonboten gelegitimeerd. Dat is het vergelijken van appels met peren. De huidige dichtgeslibte situatie met permanent afgemeerde bouwwerken die meestal niet eens kunnen varen, bestaat overigens nog maar vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Alternatief plan

De vereniging heeft in een schriftelijke inspraakbijdrage een alternatieve uitwerking gemaakt van de uitgangspunten van de ‘Visie op het water’, als een voorbeeld hoe het óók zij kunnen. Een lange termijn-visie van dertig jaar mag best ambitieus zijn. Het aantal ligplaatsen moet niet vooraf worden vastgeprikt op het huidige toevallige aantal, ontstaan door enkele gedoogrondes. Het gewenste aantal ligplaatsen moet volgen uit de keuzes die ten aanzien van het water worden gemaakt. Zo’n keuze zou het woonbootvrij maken van het kerngebied van het UNESCO- Werelderfgoed, de planmatig aangelegde 17de-eeuwse grachtengordel, kunnen zijn. Dat is het gebied dat de UNESCO van mondiaal belang acht, omdat de stedenbouwkundige structuur en haar bebouwing van grote cultuurhistorische waarde is. In dit uit de Renaissance stammende ‘masterplan’ vormen de woonboten een aantasting.
Ook zijn wij in ons alternatieve voorstel uitgegaan van een hoger ambitieniveau ten aanzien van de Amstel: daar moet het aantal woonboten afnemen om de Amsteloevers weer bij de stad te kunnen betrekken. In het buitendijkse gebied, zoals de Lastage, de Eilanden en de IJ-oevers, en in de Singelgracht is hier en daar wel ruimte voor woonboten. Wij komen dan tot de conclusie dat het aantal ligplaatsen van 900 naar 735 moet afnemen, een afname van 165 ligplaatsen (een vijfde deel van het totaal). De vereniging zegt dus niet dat álle woonboten uit de binnenstad weg moeten, wel dat het er minder moeten worden. Dat lijkt een redelijk standpunt, zeker als we bedenken dat Amsterdam groter is dan de binnenstad en dat het centrale gemeentebestuur in de hele stad 500 nieuwe ligplaatsen heeft gevonden. Daarvan zou het stadsdeel een deel kunnen claimen.

Saneringsfonds

De vereniging heeft tevens aangegeven dat er een saneringsfonds nodig is. Het uitkopen of uitplaatsen van woonboten zal immers geld kosten - dat is de consequentie van het legaliseren van de ligplaatsen middels vergunningen. De middelen daartoe kunnen gevonden worden door het uitgeven van ligplaatsovereenkomsten bij nieuwe ligplaatsen. Samenwerking met de centrale stad is dus onontbeerlijk. Tevens stellen wij dat de overdraagbaarheid van vergunningen op naam ter discussie moet worden gesteld. Uit de jurisprudentie blijkt dat het mogelijk is aan die bestaande praktijk een einde te maken indien voldoende lange overgangstermijnen in acht worden genomen. Er zou bijvoorbeeld kunnen worden bepaald dat zij, die na vaststelling van de beleidsnota nog een woonboot kopen een ligplaatsvergunning wordt verleend, doch dat bij een volgende overdracht geen vergunning meer wordt verkregen. Dit is een ‘persoonsgebonden uitsterfbeleid’, waarin zij die hebben geïnvesteerd in een woonboot met vergunning daarvan nog het volle gebruiksgenot kunnen hebben. Als investeringsobject heeft de woonboot echter geen waarde meer, aangezien bij een volgende overdracht geen vergunning meer wordt verleend. Ons inziens is dat redelijk omdat speculatie met openbare ruimte nimmer door de overheid is beoogd noch wenselijk wordt geacht en zo de noodzakelijke ruimte ontstaat voor beleid op het water.

Welstandsregels

Tenslotte dienen, aangezien het niet mogelijk én ook niet wenselijk is dat alle woonboten uit de binnenstad verdwijnen, de bestaande welstands- en vervangingsregels te worden herzien. Het belangrijkste criterium voor de nieuwe welstandseisen voor woonboten is dat het om een schip moet gaan van acceptabele afmetingen en dus niet om een drijvende doos of modieus vormgegeven bouwwerk op het water. De gracht is immers geen bouwlocatie. Dat betekent dat het huidige uitsterfbeleid van woonarken in stand moet blijven. Arken mogen bij verbouwingen niet door arken worden vervangen. Eigenlijk willen we nog een stapje verder gaan en stellen dat historisch gezien alleen vrachtschepen, al dan niet nieuw gemaakt, in de binnenstad thuis horen. Dergelijke schepen kunnen wel de beleving van het water versterken - in tegenstelling tot de drijvende dozen die nu veelal in de grachten liggen.

Geen gesjoemel

Ook moet worden voorkomen dat vervangingen worden aangegrepen om veel grotere boten neer te leggen. Het stadsdeel denkt woonbootbewoners te verleiden tot een vrijwillige verplaatsing door hen toe te staan een ark van twintig meter te vervangen door een schip van dertig meter. Wij hebben uitgerekend dat tussen de één en twee kilometer meer kaderuimte zou betekenen. Dat kan niet de bedoeling zijn! Wij bepleiten daarom een aanpassing van de vervangingsregels. Dertig meter is veel te groot voor de kleinschalige binnenstad. Ook moet het duidelijk zijn dat woonboten onder bruggen door moeten kunnen varen. Gesjoemel met bouwmassa’s die worden gepresenteerd als ‘inklapbare stuurhut’ e.d. moet worden voorkomen.
Als al die maatregelen worden genomen en blijken te werken, kan de situatie op en rond het water drastisch verbeteren. Daar is iedereen bij gebaat, niet in de laatste plaats de woonbootbewoners zelf die zo langzamerhand ook toe zijn aan enige rust.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 212, juli 2005)

[Schriftelijke inspraakbijdrage] (PDF-bestand, 763 KB)
[Aanvulling op schriftelijke inspraakbijdrage] (PDF-bestand, 99 KB)

[Meer lezen]

Voetnoten:

  1. Zie: Frans Heddema, Interview met wethouder De Grave over het waterbeleid - ‘De gemeente had een beleid maar daar was nooit iets mee gebeurd’, in: Binnenstad 156 (februari 1996)
  2. Zie: Vrijheid van drukpers en de woonbootlobby, in: Binnenstad 178 (oktober 1999)
  3. Zie: Walther Schoonenberg, Visie van stadsdeel op het water is geen stap in de goede richting, in: Binnenstad 210 (maart/april 2005)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.