Wie beschermt onze fragiele Oude Kerk?

Reactie van Herman Verhoef

Herman Vuijsje vraagt aandacht voor de Amsterdamse Oude Kerk ('Wie beschermt onze fragiele Oude Kerk?' in Het Parool). Bij de gevaren die het huidige gebruik met zich meebrengt, wijst hij ook op de historische orgels. Misschien is het zinnig om nader in te gaan op de laatste restauratie van het grote orgel, die ik in mijn functie als orgeladviseur van Stichting de Oude Kerk vanaf 2005 heb voorbereid, en die onder mijn directie is uitgevoerd tussen 2015 en 2018.
Het gerestaureerde orgel in betere tijden

In 2012, op het moment dat mevrouw Grandjean aantrad als directrice van de Oude Kerk, was de voorbereiding van de orgelrestauratie afgerond en was ook het grootste deel van het geld binnen of toegezegd. Mevrouw Grandjean heeft zich vanaf het begin ingespannen om ook het laatste deel van het geld binnen te halen, en het werk in opdracht te geven en te laten uitvoeren. Daartegenover had zij al in haar eerste gesprek met de organisten laten weten dat de orgels een plaats zouden krijgen in de 'randprogrammering' van de Oude Kerk. Terwijl tot dan toe de orgels zo ongeveer dagelijks werden bespeeld, tot vreugde van organisten, orgelliefhebbers en toevallige bezoekers, zouden ze in de toekomst buiten de kerkdiensten nauwelijks nog te horen zijn.

Deze merkwaardige gespletenheid heeft tot gevolg gehad dat het eigenlijke restauratiewerk een moeizame geschiedenis is geworden. De aannemers (de orgelmaker en de schilder) hadden zich voortdurend te schikken naar het 'programma' van de Oude Kerk, en moesten bijna steeds uitwijken naar de avond, de nacht of de vroege ochtend. Maar ook op afgesproken uren stonden de orgelmaker of de schilder met regelmaat voor een gesloten deur, bijvoorbeeld omdat een kunstenaar de kerk een dag of een week lang voor zich opeiste bij de voorbereiding van een 'installatie'. Als voorbeeld dat kan staan voor vele noem ik het monumentale snijwerk rond de frontpijpen, dat in de nacht 6 op 7 februari 2017 is gedemonteerd vanaf een hoogwerker, in een volledig donkere kerk, niet zonder gevaar voor de kwetsbare stukken snijwerk of voor de betrokken werkers. Dat het voor de restauratoren onder die omstandigheden bijna onmogelijk was de nodige rust en concentratie te vinden, laat zich raden. Bijzonder was ook de fase waarin de pijpen zouden worden herplaatst, geïntoneerd en gestemd. Niet alleen moest ook dit werk 's avonds en 's nachts gedaan worden, het was de tijd waarin alle ramen waren afgeplakt met rood folie, dat behalve het licht ook de akoestiek sterk had veranderd; iets waar ik Grandjean meermalen voor had gewaarschuwd.

De orgelrestauratie heeft uiteindelijk ongeveer vier keer zo lang geduurd als nodig zou zijn geweest. Voor zover ze is geslaagd, is dat volledig te danken aan het vakmanschap van orgelmakerij Reil en de schilders Wolters & Ovink, en hun bereidheid zich te voegen naar de omstandigheden. Maar het verhaal is daarmee niet uit. Tegen alle adviezen in plande Grandjean namelijk in september 2018 de eindoplevering, in de wetenschap dat lang niet alle pijpen op de lade zouden staan, en er nog veel werk zou zijn aan de intonatie; misschien het belangrijkste onderdeel van de hele restauratie. Maar door een afronding te forceren, maakte Grandjean duidelijk dat de orgelrestauratie wat haar betreft klaar was. Toen even later bleek dat de orgelmaker geen ruimte meer zou krijgen voor de laatste afwerking, heb ik mijn werk als adviseur opgeschort. Wat sindsdien nog is uitgevoerd, onttrekt zich aan de openbaarheid. Er zijn zogenaamde schokbalgjes toegevoegd en er zijn, tegen alle bestaande afspraken in, pijpen verlengd. Wie hierover beslissingen neemt en hoe zulke wijzigingen aan het monument worden verantwoord, is volledig onduidelijk. Intussen hoor ik met regelmaat klachten van spelers en luisteraars over de wind, de stemming en de klankkwaliteit.

Dat de huidige 'installatie' in de Oude Kerk, net als de voorgaande, gevaar oplevert voor de orgels, is juist. Alleen al de verplaatsing van massieve hoeveelheden materiaal levert een massa stof op, laat staan al het zaag-, timmer en laswerk. Terecht ook wijzen critici op de kaarsen, die zorgen voor neerslag op de pijpen. En net als bij de rode ramen het geval was, is ook nu de akoestiek onherkenbaar veranderd en daarmee de klank van de orgels.

Een cynicus zou kunnen opmerken dat de orgels sowieso nauwelijks ooit nog te horen zijn, een optimist kan zeggen dat de installatie na een paar maanden weer verdwenen is, en het orgel best wat vaker kan worden schoongemaakt. Iemand die een hekel heeft aan kerken en orgels zal het allemaal weinig uitmaken. Maar waar het om gaat is dat de Oude Kerk eeuwenlang van iedereen is geweest, en dat de zorgvuldige restauratie in de jaren 1955-1980 haar karakter versterkte, als uniek, tastbaar stuk levende geschiedenis. Ook de restauratie van het grote orgel past in die lijn. In bijna volkomen tegenstelling daarmee is de Oude Kerk de laatste zeven jaar alleen nog te zien geweest tijdens de korte perioden dat de ene tentoonstelling was weggeruimd en de volgende nog niet in aanbouw. Gebouw en orgel zijn als voorwerpen weliswaar nog aanwezig, maar als monument op sterven na dood. Steeds openlijker en doortastender zijn mevrouw Grandjean, de moderne kunst-elite en het grote hippe geld bezig gebouw en orgel ook fysiek aan te tasten. Het pleidooi van Herman Vuijsje kan niet genoeg ondersteund worden.

Henk Verhoef,
orgeladviseur Oude Kerk

Meer lezen:
[Wie beschermt onze fragiele Oude Kerk?] (Het Parool, vrijdag 22 november 2019)

[VVAB stapt uit Oude Kerk-overleg]

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.