Besluit Van Houtenpanden monumentenstatus te onthouden onvoldoende onderbouwd

Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum wilde afzien van de eerder door de deelraad voorgenomen plaatsing van een aantal Van Houtenmonumenten op de gemeentelijke monumentenlijst, maar de Bestuurscommissie vindt de beargumentatie daarvan vooralsnog onvoldoende. De VVAB bepleit dat het eerdere raadsbesluit van 2007 alsnog wordt uitgevoerd en heeft hier in een raadsadres en een inspraakreactie een lans voor gebroken.
Een aantal Van Houtenpanden aan de Lauriergracht

De voordracht om 14 eerder zorgvuldig geselecteerde panden niet op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, opgesteld door de afdeling die tegenwoordig officieel ‘Resultaatverwerkende Eenheid’ (RvE) MenA heet (voorheen BMA), is in strijd met een eerder besluit van de deelraad van stadsdeel Centrum. Op basis van een raadsnotitie van de leden Coumou (GL) en Van de Put (PvdA) besloot de deelraad in 2007 namelijk tot inventarisatie en bescherming van de Van Houtenpanden, voor zover deze niet al beschermd waren. De inventarisatie werd in 2008 uitgevoerd door het Bureau Monumenten en Archeologie (BMA).

Aanleiding voor het raadsbesluit van 2007 vormde de dreigende sloop van het zogenaamde ‘Vanwege-monument’ Rozenstraat 72. Vanwege-monumenten zijn rijksmonumenten die ‘vanwege’ bepaalde onderdelen, in dit geval een herplaatste geveltop, in het Rijksmonumentenregister zijn opgenomen. De sloop van dit Vanwege-monument werd destijds gerechtvaardigd met het argument dat alléén de geveltop van belang is en het pand kon worden gesloopt zolang de top maar ter plaatse behouden bleef. Ondanks het feit dat dit argument bij de Raad van State faalde, werd het pand in 2009 toch gesloopt omdat de bestuursrechter de rechtsgevolgen van de vergunning in stand. De VVAB haalde dus haar principiële gelijk, maar kon de sloop niet beletten.

De zgn. Van Houtenpanden kunnen worden gedefinieerd en geïdentificeerd als in de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwde woonhuizen, die geheel voldeden aan de toen geldende woningeisen, maar waarop gebeeldhouwde geveltoppen zijn herplaatst, afkomstig van gesloopte panden uit de 17de of 18de eeuw. Deze restauratiebenadering werd op systematische wijze nagestreefd door de gemeentelijke bouwinspecteur Eelke van Houten (1872-1970), die er persoonlijk aan bijdroeg dat vele geveltoppen op nieuw gebouwde panden werden hergebruikt, omdat hij de toppen onmisbaar vond voor het silhouet van de stad. Deze strategie van Van Houten heeft in de jaren dertig, toen er van ambtelijke monumentenzorg nog geen sprake was, een belangrijke bijdrage geleverd aan het behoud van het karakteristieke Amsterdamse stadsgezicht. Van Houten was geen monumentenzorger, maar stond wel aan de basis voor de hoofdstedelijke monumentenzorg. Door de door Geurt Brinkgreve geïntroduceerde term ‘Van Houtenpanden’, die ook werd gebruikt voor panden waarbij Van Houten niet persoonlijk betrokken was, wordt zijn naam levend gehouden. Zijn benadering was bijzonder succesvol en heeft belangrijk bijgedragen aan de instandhouding van het historisch stadsgezicht. Vermoedelijk zijn er zo’n driehonderd Van Houtenpanden gebouwd, al telde BMA bij de inventarisatie van 2008 niet meer dan 205 objecten. Veel Van Houtenpanden zijn namelijk in de naoorlogse jaren verdwenen, vooral in de Jordaan. Sommige toppen zijn in de jaren zestig en zeventig echter voor een tweede maal hergebruikt, ditmaal door Bureau Monumentenzorg, meestal bij restauratie van oude panden die hun top hadden verloren.

Aangaande de aangetroffen 205 Van Houtenpanden oordeelde BMA dat 96 hiervan zodanig gaaf en waardevol zijn, dat ze als monument dienen te worden beschermd. Vervolgens is bekeken welke van de 96 gave en monumentwaardige panden nog niet van rijkswege waren beschermd. Dat bleken er 14 te zijn. De inventarisatie toonde ook aan dat juist de niet-beschermde panden vaak aangetast waren.

De Van Houtenpanden markeren een interessante periode in de geschiedenis van Amsterdam in het algemeen en van de hoofdstedelijke monumentenzorg in het bijzonder. Pas in 1953 werd een Bureau Monumentenzorg opgericht, maar het streven om de Amsterdamse binnenstad te willen behouden ontstond al in de vooroorlogse periode. De Van Houtenpanden zijn een tastbaar voorbeeld van dit streven en eren een gemeentelijk ambtenaar die zich inzette voor het behoud van het stadsgezicht. Aanvankelijk werden deze panden alleen gewaardeerd vanwege de hergebruikte oude top, maar in de afgelopen jaren is er steeds meer waardering gekomen voor het fenomeen van de Van Houtenpanden als zodanig.

[Raadsadres] (PDF-bestand)

[De Van Houtenmonumenten] (Binnenstad 219)


(WS, 10/5/2017)


Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.