Sanering van de Jordaan

Een antwoord aan ir. H. Davidson

Arme Ir. Davidson van Stadsontwikkeling! Nu had hij net in twee uitvoerige interviews, in het dagblad de Tijd en het vakblad Plan, verteld hoe doordacht en onvermijdelijk het schetsplan –Jordaansanering- eigenlijk wel was en hoe ver al die bezwaarmakers ernaast waren en daar gaat een kersverse wethouder Han Lammers naar de vergadering van het gezamenlijk actiecomité Jordaad op 7 oktober 1969 en vertelt daar, dat het schetsplan ingetrokken wordt. "Publieke Werken zou afwijzen van het Jordaanplan een ramp vinden", staat als kop boven het Tijd-artikel van 18 september. Die ramp is er nu, tot enorme opluchting van vele Amsterdammers.

Wij zouden er in ons Diogenes-bulletin niet verder op ingegaan zijn, als Ir. Davidson zijn betoog niet had gelardeerd met een uitval naar onze stichting, die niet onweersproken mag blijven. Wij citeren 'Plan' nr. 7, blz. 438: "Het optreden van actiegroepen is op zichzelf nuttig, hoewel ik bijvoorbeeld tegenover Jordaad wantrouwig sta, omdat ik de doelstellingen niet zuiver vind. Jordaad heeft door bezwaar te maken tegen de saneringsplannen een stuk verantwoordelijkheid op zich geladen. Die kunnen ze niet waarmaken. En wat de met Jordaad gelieerde Stichting Diogenes met z'n huisjes doet in de Jordaan is eigenlijk schandelijk. Er is net weer een mooi hofje gemaakt: 'woningen' van 2,5 x 3 meter, het tart iedere woonnorm. Dat is geen zinnige zaak wanneer je iets moet doen aan woonverbetering. Jordaad is een groep, die de Jordaan wil herstellen in de 17e eeuwse structuur. Met de smalle straatjes, de kleine huisjes en – dat wel – schone binnenterreinen. Ik vind het eigenlijk een laffe stellingname voor zover je ermee beweert, dat we er tegenwoordig niets van kunnen."
In het Tijd-interview heeft onze stadsontwikkelaar het ook over het hofje: "Ze hebben het Anslo-hofje gerestaureerd voor meisjesstudenten. Dat hofje is drie à vierhonderd jaar geleden gebouwd voor oude weeuwtjes. Je kunt je er roeren noch keren. De oude plattegrond is hersteld. Maar niet ter wille van die meisjes. Er zijn kamertjes bij van drie bij twee en een halve meter en dat voor een huur van vijfenennegentig gulden. Iedere norm van wonen wordt daar met voeten getreden. En dat alleen om Amerikanen de kop om de deur te laten steken."

De binnenplaats van het Claes Claesz. hofje vóór en na restauratie

Om met het laatste te beginnen: de bewering, dat het hofje niet ter wille van de daar wonende meisjesstudenten hersteld wordt, maar voor Amerikaanse bezoekers, is zó dom, dat weerlegging overbodig wordt. Er komen inderdaad soms mensen kijken, vrij veel zelfs (en misschien is daar ook wel eens een Amerikaan bij) want de restauratie van het hofje heeft veel aandacht getrokken. Dat steekt Ir. Davidson blijkbaar. Voor hem had het weg moeten wezen. Het hofje heeft ruim 20 jaar leeggestaan, lek als een zeef. De muren waren echter nog goed. Die zijn trouwens geen 300 maar ruim 100 jaar oud. Die muren gaven de maat van de kamers aan, een bredere vleugel van 5 huisjes met een diepte van 5,5 meter en een smalle van 4 huisjes met een diepte van 3,37. In dat stramien heeft de architect zijn plan gemaakt, woekerend met de beschikbare ruimte. Waar dat mogelijk was zonder de bouwkundige structuur aan te tasten zijn kleinere kamers tot grotere eenheden samengetrokken. Er is een ruime sanitaire voorziening in plaats van het huisje op de binnenplaats, waarvan vroeger alle bewoonsters gebruik moesten maken. Na een jaar bewoning heeft zich de praktijk ontwikkeld dat, zodra een van de ruimere kamers leegkomt, bewoonsters van de kleine kamers, die overigens groter zijn dan 2,5 x 3 meter, daar heen opschuiven. De Heer Davidson vindt het schandelijk, tartend met alle woonnormen. Ja, met zijn normen, die van de Bijlmermeer. Toen het ruim een jaar geleden nog niet zo vlotte met de verhuur van de Bijlmermeerwoningen is aan allen, die bij de Stichting Diogenes als woningzoekenden waren ingeschreven, ruim 300, een brief rondgestuurd, dat zij zich bij één van de woningbouwverenigingen konden melden voor een ruime 4-kamer woning in de Bijlmer, met een huur van ƒ305, - verwarming inbegrepen, wat in verhouding tot de bouwprijzen niet duur is. Enkelen zijn er op afgekomen, om te informeren, niemand heeft het gedaan, hoewel er toch vele barre woningnoodgevallen bij waren. Wij slaan een informatieboekje open over die tuinstad en lezen: "de Bijlmer bewijst, dat het mogelijk is in een stad te wonen, met alle comfort van de stad en met alle faciliteiten die het moderne verkeer kan bieden, maar toch met de rust en privacy, waar de moderne mens behoefte aan heeft." En dan zijn er mensen, die slecht wonen en toch zeggen: nee, dank u, ik heb al dat moois liever niet, ik prefereer de drukke gezellige stad met al zijn ongemakken. Schandelijk! Die mensen voldoen niet aan de normen. Het is een "laffe stellingname", wanneer wij constateren dat degenen, die er verantwoordelijk voor zijn dat de Bijlmer zo wordt – en dat is een zeer uitgebreid apparaat, waarvan Stadsontwikkeling een onderdeel vormt – inderdaad niet in staat zijn dát tot stand te brengen, wat men in het hart van de oude stad zoekt? Mógen sommigen er soms anders over denken dan de machthebbers van het Wibauthuis? Ir. Davidson zegt aan het slot van het Tijd- interview bang te zijn, dat de Jordaan-bevolking geïndoctrineerd is door de actiegroepen, "en je kan als Stadsontwikkeling nu eenmaal niet met gelijke munt terug betalen." Daarin heeft hij gelijk, wij zouden zijn muntsoort niet graag hanteren, want het gehalte is niet best. Waarom is "de actiegroep Jordaad gelieerd met Stichting Diogenes"? Aan de Jordaad groep hebben 19 mensen meegewerkt. Daaronder zijn studenten, kunstenaars, priesters, secretaressen, architecten, een directeur van een groothandel, een t.v.-producer, allen wonende in of door hun werk nauw verbonden met de Jordaan. Er was één bestuurslid van Diogenes en van het Claes Claesz. Hofje bij, namelijk de schrijver dezes. Indien Ir. Davidson dát bedoelt, moet hij man en paard noemen. Hij mag er rustig bij zeggen, dat hij ondergetekende een lastige man vindt, vanwege diens aandeel in het verzet tegen het wederopbouwplan-Nieuwmarkt, tegen de Vijzelbank, de doorbraak-Bakkerstraat, de doorbraak-Elandsgracht, de sloping van de pastorie van de Mozes en Aäronkerk, het gemeentelijk bouwbeleid (de U.B.), de stadhuis- en metroplannen en nog zo het een en ander, vanwege de actie Amsterdaad '75 en 10 jaar Heemschut, vanwege de initiatieven voor Stadsherstel, Bethaniënbuurt en Diogenes, allemaal activiteiten tegen de vernieling en vóór het herstel van de binnenstad. Dat dergelijke activiteiten op het Wibauthuis niet altijd zo hoog gewaardeerd worden is bekend. Daar proeft men nog de pruikengeest van 'wat de heren wijzen zullen de burgers prijzen', zelfs als dat de ruïne van de binnenstad betekent. Misschien gaat het getij daar nu eindelijk keren en komt er een basis voor constructief overleg. Die is echter niet te vinden in mistige insinuaties over 'onzuivere doelstellingen' en liaisons tussen verschillende los van elkaar staande organisaties.

De sloop waarvoor de Jordaan gespaard bleef. Affiche van de Actiegroep Jordaad waarop de te slopen bebouwing in rood is aangegeven.

Wat Ir. Davidson de actie-Jordaad vooral kwalijk neemt, is dat deze groep "een kaart heeft laten maken met enorme hoeveelheden rood, die moeten aangeven wat er allemaal zal verdwijnen. Het is een oneerlijke benadering omdat ze nl. niet alleen rood maken wat ten behoeve van de stedenbouwkundige structuur" (die van S.O, wel te verstaan! GB) "inderdaad moet verdwijnen, maar ook de percelen, die voor nieuwbouw bestemd zijn. Als een of ander pensioenfonds en stuk grond voor kantoren koopt laten ze de huisjes natuurlijk niet staan maar dan zetten ze er een echt kantoor neer. Zo is het leven tegenwoordig nu eenmaal: het past in de ontwikkeling van de samenleving."

Wij tekenen bij deze veelzeggende passage aan, dat vier maanden vóór de folder verscheen, overleg op het Stadhuis plaatsvond tussen Wethouder de Wit en zijn ambtenaren met een uit de vergadering in het wijkcentrum aangewezen commissie van vijf man, over de te verspreiden folder. Door die commissie werd de ontwerptekst afgewezen en er werd om een kaart gevraagd, waarop de te slopen bebouwing nauwkeurig was aangegeven. Daar voelde P.W. niets voor, dan zouden de mensen naar hun eigen blok gaan zoeken en de grote lijn niet zien. Hierop werd geantwoord dat het de bewoners weinig kon schelen of er later op de plaats van hun huis een kantoor of een autoweg zou komen, het ging er om wat er van hun buurt overbleef. Toen de folder tenslotte verscheen met ongeveer dezelfde propagandatekst en met een kaartje in zachte kleuren van het S.O. plan, waarop alleen een geoefend kaartlezer de weinige gehandhaafde bebouwing kon onderscheiden, vormde zich de actiegroep Jordaad en deze liet de bewuste affiche verspreiden, die de tevergeefs gevraagde informatie wél precies verstrekte. Die affiche was een voltreffer. Op dat moment wist de buurt welke slopingen er aan realisering van het schetsplan vooraf zouden gaan. Ir. Davidson vindt dat oneerlijk. Hij had kunnen zeggen 'onaangenaam' of 'pijnlijk voor onze dienst', want het is natuurlijk vervelend als een uit halve waarheden en propaganda geweven schaamdoekje wegwaait. Maar ja, wie was er nu oneerlijk!

6 september 1972: wethouder Lammers slaat de eerste paal. De avond ervoor had een boze hoofdambtenaar opgebeld: het was zéér onbehoorlijk om een pas gekozen wethouder daarvoor uit te nodigen, het was in strijd met de nog niet ingetrokken Bevriezingsverordening Jordaan. Lammers kwam toch, uiterst opgewekt: "Een illegale paal slaan, om je rot te lachen". Het bestemmingsplan Jordaan, dat de stedenbouwkundige structuur handhaaft en daarmee ook de restauratie van het hofje legaliseert, was op 22 juni 1972 door de raad vastgesteld.

Tot slot dan nog dit, Ir. Davidson vindt de Jordaan 'een miskraam'. Er moet nu eindelijk een stedenbouwkundige structuur in gemaakt worden. Het is natuurlijk zijn goed recht om dat te zeggen, al kan men betwijfelen of het de juiste instelling is om een zieke wijk te genezen. Hij heeft duidelijk het land aan de monumentenbeschermers. Nu, dat mag, wie zal hem beletten de Bijlmer véél mooier en menswaardiger te vinden? Maar hij moest niet zo vaak over 'belangengroepen' praten als hij het heeft over organisaties, die hem niet welkom zijn, omdat zij weer in goede staat willen brengen wat hij liever ziet slopen. Hij moest ook niet proberen stemming te maken tegen het restaureren met de bewering dat zoiets nooit voor arbeiders gebeurt, terwijl hij elders het nuchtere feit onderstreept, dat geen enkel huis tegenwoordig tegen kostprijs betaalbaar is voor de 'doorsnee-Amsterdammer'. En hij moet evenmin huilerig doen over "Tante Bet, die moet verhuizen, als haar pand gerestaureerd wordt en er komen anderen voor terug." Hij kan weten, dat ontruimingen voor restauraties zelden voorkomen en dan vrijwel altijd op grond van bouwvalligheid, op last van Bouwtoezicht. Een man van Stadsontwikkeling weet toch wáár de plannen ontworpen worden, die hele straten en blokken doen verdwijnen, om ruimte te maken voor verkeerswegen en kantoren! Het zijn stuk voor stuk staaltjes van onzindelijke en rancuneuze argumentatie. Het was de Stichting Diogenes, waarvan Ir. Davidson de activiteit in de Jordaan zo schandelijk vindt, die tien jaar geleden als eerste de strijd om het behoud van de structuur in de toen nog als een 'krottenbuurt' aangeduide binnenstadwijk ging voeren. De constatering is niet van ons, maar van de heer H.J. Zantkuijl van het Bureau Monumentenzorg. Diogenes heeft in de Jordaan nu een tiental huizen gerestaureerd, waarvan de woonruimte totaal onbruikbaar was geworden en Diogenes heeft samen met de Stichting Anslo's Hofje het grote herstelproject Claes Claesz. Hofje op touw gezet, dat o.a. door het gemeentebestuur werd gesubsidieerd als "een belangrijke bijdrage tot de regeneratie van de Jordaan." Op het schetsplan van Stadsontwikkeling was een deel van dat herstelproject als onbebouwd terrein aangeduid, maar na enig heen en weer geschrijf met B en W, bleek dat een vergissing! Natuurlijk is wat deze beide stichtingen ondernamen niet meer dan een bescheiden begin. Er zullen, naast de bestaande, nieuwe organisaties nodig zijn, vooral woningbouwcorporaties, om goedkope en goede woningen tot stand te brengen; door nieuwbouw op lege terreinen, door woningverbetering of door restauratie.
Wij vinden de Jordaan namelijk géén miskraam, maar een kostbaar deel van de Amsterdamse binnenstad.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 15, dec. 1970.
Dit artikel is tevens verschenen in: Een veldboeket met distels, Amsterdam 2000.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.