Van Stadsboekerij tot 'mega'bibliotheek?

De oorsprong van de Universiteitsbibliotheek ligt in 1578 toen Amsterdam overging van de Spaansgezinden en zes jaar later dan Leiden, de zijde van de Prins van Oranje koos. Het was een door het Stadsbestuur gestichte algemene en voor een ieder toegankelijke bibliotheek. De zorg van de bibliotheek en dus ook de verantwoording voor de huisvesting was voor het Stadsbestuur. Deze verantwoordelijkheid voor de bibliotheek zou formeel tot en met 1961 blijven bestaan. In feite duurt dat tot de dag van vandaag.

Aanvankelijk stond de boekerij opgesteld in de Nieuwe Kerk.
In 1632 toen het Athenaeum Illustre werd opgericht kon de Bibliotheek nog op de zolders van de Agnietenkapel worden ondergebracht. De boeken waren nog zoals toen gebruikelijk met kettingen aan de lessenaars vastgemaakt.

Luchtfoto van het Binnengasthuisterrein
rood: de nu tot sloop veroordeelde bebouwing

In 1838 was de Bibliotheek zo omvangrijk geworden en de Agnietenkapel zo bouwvallig dat moest worden uitgeweken naar de zolders van het nieuwe Paleis van Justitie aan de Prinsengracht. Hoewel er toen nog geen sprake was van een behoorlijk bedrag voor de aanschaf groeide de Bibliotheek door omvangrijke geschenken en bruiklenen van dikwijls hele bibliotheken uit van een kleine boekenrij tot een grote bibliotheek.
In 1864 werd er opnieuw verhuisd nu naar de Herengracht no. 40. Ditmaal geen zolder maar een volledig grachtenhuis dat gediend had als het Paleis van Lebrun, hertog van Plaisance en waar later het kantoor van de Nederlandsche Handelsmaatschappij werd gehuisvest. Voor het eerst beschikte de Bibliotheek over voldoende ruimte voor studerenden en geïnteresseerde Amsterdammers.
Door de toestroom van boeken en bibliotheken die aan de stad Amsterdam werden geschonken ontstond opnieuw een ontstellend gebrek aan ruimte. Bovendien was de plek niet centraal genoeg. Er bestond behoefte aan een Universiteitsbibliotheek omdat het Athenaeum inmiddels de status van Universiteit had verworven.
In 1881 werd opnieuw ingepakt en werd het gebouw Singel 421, de voormalige Garnalen Doelen betrokken. De Garnalen Doelen waren in 1733 verbouwd tot een respectabel hotel op de gedeeltelijk oude fundering. Controle van de fundering voor de nieuwe functie van het oude gebouw werd niet nodig geacht. Voor het eerst was de bibliotheek gehuisvest op een plek met uitstekende uitbreidingsmogelijkheden en op een plek centraal gelegen in de stad. In de tuin werd eerst een boekenmagazijn gebouwd van vier verdiepingen en de eerste uitbreiding vond plaats door sloop van de panden Handboogstraat 12 en 14. Door de groei van de collecties volgden spoedig (1919) de panden Handboogstraat 16 en 18.

De gesloopte panden in de Handboogstraat. Geheel links het nog aanwezige poortje van de Handboogdoelen.

Tijdens de oorlogsjaren werd met schriftelijk toestemming van Koningin Wilhelmina de leegstaande ruimte van de Koninklijke Stallen de begane grond van het Bushuis, Singel 423 betrokken. Die toestemming uit Londen bleek nuttig toen de Opperstalmeester, na de oorlog de ruimte terug eiste. In 1953 bleek de fundering van de Garnalendoelen inmiddels volstrekt onvoldoende om de gebouwen, de boeken, de bezoekers en het personeel te dragen.
Door het plaatsen van een groot aantal stutten o.a. aan de gevel werd de noodtoestand ook voor de buitenwacht overduidelijk.
In 1957 werd het voorgebouw van Singel 421 ontruimd. Het uitleenbureau en de personeelsruimten werden gehuisvest in de voormalige Koninklijke Stallen en de studiezalen ondergebracht op de eerste verdieping (en enige) van het Bushuis (de Militiezaal).
Er waren toen weinig plekken in Amsterdam die zo grondig zijn omgespit om het maximale te realiseren.

Het Singel tussen Spui en Heiligeweg met de gebouwen die in gebruik zijn als Universiteitsbibliotheek, van links naar rechts de Garnalendoelen, het Bushuis en de nieuwbouwvleugel.

Het hoofdgebouw (Singel 425) dat regelmatig de pers haalt als lelijkste gebouw (gevel) van de Binnenstad telt twee kelders die voornamelijk als boekenmagazijn worden gebruikt. Het Militiegebouw telt i.p.v. de oorspronkelijke begane grond en de eerste verdieping nu 7 bouwlagen. 1 kelder en 6 lagen boven de grond terwijl het dak (gelukkig niet zichtbaar) plaats biedt aan de koelinstallatie. Ook het gebouw in de Handboogstraat kent een kelder en 5 verdiepingen waarvan 2 die oorspronkelijk bedoeld waren voor verlichting van de druk op het uitleenbureau (zelfbediening van veel gevraagde boeken).
Tijdens de restauratie van Singel 421 en 423 en gedurende de nieuwbouw in de Handboogstraat werd 'tijdelijk' een deel van de boeken ondergebracht in de voormalige broodfabriek Ceres aan de Nieuwe Prinsengracht. Tijdelijk bleek ook hierbij een rekbaar begrip. De behoefte aan een depot bleek tot nu toe permanent.

De door de UvA-plannen bedreigde gevelwand aan de Oude Turfmarkt

In de Nota toekomstig bouwbeleid Universiteit van Amsterdam, januari 1973 bleek de Universiteit ook met die ruimtenood ook voor de toekomst rekening te houden. De vervanging van Ceres door een nieuw modern depôtgebouw werd aangekondigd bij Badhoevedorp. Niet te voorzien was dat het uiteindelijk gerealiseerd zou worden op het terrein van het Academisch Medisch Centrum in de Bullewijk.
"Op langer termijn (na 1983) zal de U.B. over het gehele plangebied Spui/Singel kunnen beschikken. Het dan vrijkomende Maagdenhuis (33OOm2) zal een welkome aanvulling op het ruimtebestand van de U.B. betekenen. Bovendien zal de 'service' van de U.B. op lange termijn uitgebreid kunnen worden door de vestiging van afzonderlijk studiezalen vrijwel zonder boeken in combinatie met een mensa op het Binnengasthuis/Turfmarktterrein." Dit lange termijn beleid ging er vanuit dat daarnaast alle Faculteiten over grote goed toegeruste bibliotheken met uitgebreide studiezalen zouden gaan beschikken. Door de gebundelde deconcentratie van de bibliotheekfuncties van de meer dan 200 vakgroepsbibliotheken zou de U.B. samen met de Faculteitsbibliotheken ook in de toekomst service van voldoende niveau kunnen beschikken. Het huidige plan dat in april l997 is gepresenteerd kondigt een heel ander beleid aan. De "mega"bibliotheek zal bestaan uit een samenvoeging van de UB met de Faculteitsbibliotheken van de Godgeleerdheid, de Wijsbegeerte en de Letteren. Vooral de Letterenfaculteit is zeer omvangrijk. In het P.C.Hoofthuis in de Spuistraat zijn 2 verdiepingen (3000m2) nu bestemd met bibliotheekfuncties. In het Bungehuis eveneens in de Spuistraat is ook een belangrijk deel met bibliotheken.
De Universiteitsbibliotheek heeft aan het Singel de beschikking over c.11.000 m2. Op het Binnengasthuisterrein is 16.000m2 beschikbaar. Er is dus geen sprake van uitbreiding.
Op het AMC-terrein in de Bullewijk is ruim 40,5 km boeken en tijdschriften geplaatst. Een terugkeer naar het Centrum is in het huidige plan uitgesloten.
Henri Knap, Dagboekenier van Het Parool, verbaasde zich altijd dat de U.B. wat de Uitleencijfers betreft zo ver achter bleef bij de miljoenen van de Openbare Leeszaal. De U.B. schaft in principe slechts 1 exemplaar van een boek aan. Door de huidige krapte geldt dat nu voor de U.B. en de Faculteiten. De kans voor een bezoeker dat hij een boek als het er al is kan lenen is uiterst klein. Op de Studiezalen zitten voornamelijk bezoekers met hun eigen mee gebracht materiaal. Om nu ten behoeve van de U.B. aan de Turfmarkt behalve de gevels de Rijksmonumenten te slopen gaat m.i. veel te ver.
Monumenten zijn niet alleen gevels. In de Monumentenzorg noemt men dat schaamschortjes-of coulissen-architectuur. Een culturele instelling als de Universiteit dient zich te schamen. De Gemeente zou hier niet aan moeten meewerken.
De gebouwen aan de Nieuwe Doelenstraat, de Binnengasthuisstraat, de Vendelstraat en de Kloveniersburgwal zijn pas onlangs in het kader van de jonge monumenten op de monumentenlijst geplaatst. De kaalslag zou het verlies aan 40 HAT-eenheden opleveren en bovendien de 61 woningen van Paul de Ley (1985) ernstig op de tocht zetten. M .i. is dat voor een Universiteit, die zich graag Stadsuniversiteit noemt, niet te verkopen.

Op zeer geringe afstand m.i. nog geen 400 meter ligt op het Rembrandtsplein het voormalige ABN/AMRO hoofdgebouw als een meer dan redelijk alternatief. Het gebouw komt weliswaar niet onmiddellijk in zijn geheel beschikbaar maar de U.B. heeft zo lang gewacht dat die paar extra jaren kunnen er voor een definitieve oplossing wel bij. Voor het plein lijkt het mij nuttig dat het niet helemaal wordt overgeleverd aan de horeca. Dat het gebouw onvoldoende "uitstraling" zou beschikken waag ik te betwijfelen.

Frans Amende
Voormalig adjunct-bibliothecaris U.B.

Geraadpleegde literatuur:

  • Gids voor Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam, 1919.
  • Nota toekomstig bouwbeleid Universiteit van Amsterdam, jan. 1973.
  • H.de la Fontaine Verwey, Herinneringen van een bibliothecaris (in: De boekenwereld, jaarg.3, no.1 (sept./oct. 1986).
  • Het huisvestingsbeleid van de Universiteit van Amsterdam voor de komende decennia. Amsterdam 1999.
  • Opnieuw: De Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Amsterdam april 1997.

(Uit: Binnenstad 179, nov. 1999.
Dit artikel is tevens verschenen in: Een veldboeket met distels, Amsterdam 2000.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.