Jordaankerkjes

Als een versteend geschiedenisboek markeren in de Jordaan protestantse en katholieke kerken, hofjes en zorg- en onderwijsinstellingen het afgesloten tijdperk van christelijk-charitatieve presentie. Aan de Bloemgracht, de Looiersgracht en de Lauriergracht staan nog de kerkgebouwen van protestantse afsplitsingen en zijstromingen. Aan deze drie kerkgebouwen, van onbekende ontwerpers, is dit artikel gewijd.
Afb. 1 Bloemgrachtkerk (foto: Wim Ruigrok)

De vele hofjes overleefden: het R.C. Jongensweeshuis, Lauriergracht 105, is herbestemd als wooncomplex 'De Platanenhof' en jeugdtheater 'De Toneelmakerij'. Ook het klooster- en onderwijscomplex 'De Voorzienigheid', Lauriergracht 37-47, is op de valreep herbestemd. Het Aloysiusgesticht, Elandsstraat 177, is daarentegen afgebroken. In de tichelkerk met het klooster aan de Lijnbaansgracht huist na het vertrek van de broeders Capucijnen in 2004 de Russisch - orthodoxe parochie van de H. Nicolaas van Myra. Aan de Willems- en Egelantiersstraat staan de door de dominees Jan de Liefde en C.S. Adema van Scheltema gestichte Vereniging 'tot Heil des Volks' (1855) en het 'Koning Willemshuis' (1862), waarvan het laatste door Jan van Maurik (1812-1893), directeur stadswaterwerken (1845-1856), ontworpen werd als wijkgesticht met vergader- en leeszalen. Ook de kerkgebouwen van protestantse afsplitsingen, zoals de Afgescheidenen en Christelijk Gereformeerden, aan de Bloemgracht, Looiersgracht en Lauriergracht bleven bewaard.

Bloemgrachtkerk

afb. 2 Interieur van de Bloemgrachtkerk, Bloemgracht 98 (foto van Funda)

De afscheiding van de Hervormde Kerk (1834) had diepe sporen getrokken in de samenleving, inclusief vervolging van een deel van de betrokkenen. In het woonhuis van dominee Simon van Velsen (1809-1896), Bloemgracht 90, werd na het doorzagen van de vloeren in 1836 een galerijkerk ingericht. Drie jaar later beschreef een gemeentelid deze kerk: 'Het gebouw was een zeer groot huis, dat in het midden uitgebroken was, zoodat van de kamers in het rond slechts een galerij was overgebleven, door ijzeren kolommen geschraagd, en van de bovenkamers en den zolder waren drie verdiepingen van galerijen gemaakt, die aan ijzeren staven hingen'. In 1852 stichtten deze Christelijk afgescheidenen in twee pakhuizen op de Keizersgracht ter plaatse van nr. 489 'de nieuwe Kerk' (1852-1905). Na het weer samengaan met de eveneens in 1834 afgescheiden Gereformeerde Kerken onder het kruis in de Christelijk Gereformeerde Kerk (1869) kwam er een derde kerk aan de Plantage Doklaan.

Ook voor een nieuw kerkgebouw van de gemeenschap iets verderop op de Bloemgracht (nr. 98) werden in 1880 twee pakhuizen gesloopt voor de 'Oude Kerk van de schipperswijk der Christelijk Gereformeerden'. De Standaard was zeer te spreken over deze Bloemgrachtkerk: 'de voorgevel is van baksteen, afgewisseld met zandsteenen pijlers, en gekroond door een torentje, dat zeer fraai den spitsen gevel dekt. Drie ingangen met zware deuren van teakhout leiden tot het gebouw, de middelste is een steenen poort, door twee kolommen gedragen, en in 't geheel misschien wat zwaar naar verhouding tot de kerk zelf. De ruimte van binnen is uiterst net betimmerd'. Pinakels bekronen de zandstenen pilasters tussen de helderrode bakstenen traveeën. Drie rondboogvensters verlichten hoofd- en middenbeuk (afb. 1).

afb. 3 Looiersgrachtkerk (foto: Wim Ruigrok, 2017)

Na de bouw van de Nassaukerk aan de de Wittenkade in de Staatsliedenbuurt werd de Bloemgrachtkerk alweer verlaten; in 1892 was een deel van de Christelijk Gereformeerden samen met de Doleantie, in 1886 van de Nederlands Hervormde Kerk afgescheiden o.l.v. Abraham Kuyper, opgegaan in de Gereformeerde Kerken. De nieuwe eigenaar, de Hersteld Apostolische Zendingsgemeente 'Stam Juda', gaf de aandachtswand een nieuwe vormgeving in Amsterdamse School-stijl. Het orgel, tot dan boven de hoofdingang, kreeg een plaats boven het spreekgestoelte.

Het monumentenregister omschrijft de Bloemgrachtkerk 'als kerkgebouw van algemeen belang [...] als laat voorbeeld van een in Willem II-gothiek gebouwde kerk'. In deze hofstijl van kroonprins en koning Willem II (1792-1849) gingen gotische motieven samen met een sobere, soms bepleisterde baksteenarchitectuur. Als 'pittoreske neogotiek' wordt dit bouwkundige historisme tegenwoordig wel onderscheiden van de latere 'doctrinaire' of 'constructieve' neogotiek, zoals voorgestaan door P.J.H. Cuypers (1827-1921).

Lauriergrachtkerk

afb. 4 Eben Haëzer- of Lauriergrachtkerk, Lauriergracht 130 (SAA, foto: Jan Karel Warffemius, 1987)
afb. 5 Lauriergrachtkerk (foto: Wim Ruigrok, 2019)

Een niet scherp te omlijnen periodisering, zoals af te lezen valt aan de eveneens Christelijk gereformeerde Eben Haëzerkerk (1870), Lauriergracht 130 (afb. 4 en 5). In de strakke, geschouderde roodbakstenen voorgevel, de hoge getraceerde ramen en het boogfries boven het ingangsportaal vertoont deze Lauriergrachtkerk gelijkenis met de Gotische Zaal (1840-1842) en de vroegere, als manege gebouwde, Willemskerk in Den Haag (1845, 1856). En natuurlijk kunnen we niet voorbijgaan aan de English Episcopal Church aan de Groenburgwal (J. Janssen, 1827).

Looiersgrachtkerk

De Oud-Gereformeerde Gemeenten, die in 1892 buiten de fusie van Gereformeerde Kerken waren gebleven, stichtten in 1894 het lieflijke en charmante kerkje Looiersgracht 80. De Looiersgrachtkerk heeft een rood bakstenen geschouderde tuitgevel met hoekkantelen; pilasters met pinakels scheiden de drie traveeën (afb. 3). Zij doet denken aan de Bloemgrachtkerk (1880), al was de gevel van de laatste minder gedrukt en meer uitgewerkt. De rondboogvensters zijn belijnd met zwarte baksteen, het middenvenster, met visblaasmotief in de boogkop, heeft een glas-in-lood-beglazing.

Van deze drie kerken is de architect niet bekend. Bij al deze kerken is sprake van het 'pre-Doleantietype': een driebeukige galerijkerk, de lichtbeuk met gekoppelde spitsboogramen, steunend op gietijzeren zuilen, een lichte en sierlijke constructie.

Kerkorgels

De orgelgeschiedenis van deze drie kerken is opmerkelijk boeiend. Oudere orgels, soms uit katholieke schuilkerken, waren gewild 'buiten de hoofdstroom'. Het orgel van de Bloemgrachtkerk (P. J. Adema, 1882) kreeg de 'klassieke orgelkast' (1866) van de St.-Antonius Abtkerk van Terheijden. Het orgel van de Eben Haëzerkerk was een afdankertje van de Engelse Kerk (P. Flaes 1874) en kreeg een 'bestaand aangepast 19de-eeuws front' uit de voorraad van orgelbouwer G. Knoppers. Van 1898 tot 1925 stond in de Looiersgrachtkerk het schuilkerkorgel van 'de Boom' aan de Kalverstraat, dat voorafging aan het instrument van J. P. Hilgers uit 1774 en naar Uitgeest werd overgebracht. Het huidige orgel stond tot 1958 in de muziekzaal van het Blindeninstituut in Huizen en was in 1932 door Bernardus Jacobus (Bernard) Hasselaar (1885-1924), 'stemmer en Reparateur van Piano's en Orgels', geassembleerd uit elders vervaardigd materiaal. Hij was de zoon van de befaamde François Bernardus Marinus (Frans) Hasselaar (1885- 1950), organist van de Koepelkerk aan het Leidsebosje (1907-1927) en van de Westerkerk (1927-1950).

Lotgevallen

Blijkens interieurfoto's uit 1978 had de in 1987 tot wooncomplex verbouwde Eben Haëzerkerk op de Lauriergracht een driebeukig interieur, gescheiden door wijde rondbogen. De preekstoel stond aan de zijkant en het orgel tegen de achtergevel.

De kerk van de Oud-Gereformeerde Gemeente op de Looiersgracht is nu een gemeentelijk monument. De toeschrijving aan G. J. Dubois, timmerman-makelaar, 1866, in het gemeentelijk monumentenproject lijkt niet juist, wellicht is het voorafgaande pakhuis van zijn hand. Na sluiting in 1922, verkoop aan de Cartonnagefabriek Zürcher, terugkoop in 1932 en sluiting in 1989, ging het gebouw in 1994 weer open als evangelisatiepost.

De huiskerk op Bloemgracht 90, in het monumentenregister beschreven als 'een breed huis van drie vensterassen onder lijstgevel' uit de late zeventiende/vroege achttiende eeuw, is verbouwd tot woonpand. Het rijksmonument Bloemgracht 98 staat momenteel te koop op Funda. In een periode van marktwerking en een gedecentraliseerde Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed is een sturend optreden door Monumenten en Archeologie in amsterdam onmisbaar. Krijgen we weer een loze gevel, zoals de Nieuwe Waalse Kerk aan de Keizersgracht en de Eben Haëzerkerk aan de Lauriergracht? Exterieur en ruimte verdienen integraal behoud en hergebruik (afb. 2). Het torentje is in mei 1919 wegens instabiliteit van de kolommen op aanschrijving gedemonteerd. Op de voorgenomen terugplaatsing dient te worden toegezien.

Guido Hoogewoud

Literatuur, bronnen:
- R. van der Laarse, 'Koninklijk erfgoed van het verlies, het Haagse Willemsparkhof in 19de eeuwse europese context' in: Bulletin KNOB, 109 (2010), p. 172-189.
- De Standaard, Amsterdam 1880/12/22, p. 2.
- Adema - 150 jaar orgelbouw sinds 1855, Hillegom 2006, p. 25-26.
- Gemeentelijk Monumentenproject, stadsdeel Centrum, gebouwen tussen 1850 en 1940, 2007.
- Pandenarchief stadsdeel Centrum: 3484, Looiersgrachtkerk.
- www.tussentaalenbeeld.nl/a60fa4.htm 
- www.orgelsnoordholland.50webs.com

(Uit: Binnenstad 298, mei/jun. 2020)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.