Binnenstad Amsterdam: En nu ter zake

Zo luidt de titel van een klein, blauw gekaft boekje waarin de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam haar mening geeft over de huidige situatie. 'Wordt niet spoedig aktie ondernomen dan gaan in de komende jaren in de binnenstad duizenden arbeidsplaatsen verloren.

Parkeergarage van de Bijenkorf op het Beursplein
Parkeergarage van de Bijenkorf op het Beursplein

Daarmee dreigt niet alleen een proces van sociale en economische afbraak onomkeerbaar te worden maar wordt ook aan het totale karakter van de binnenstad onherstelbare schade berokkend', aldus de inleiding. Aan het slot lezen wij: 'Dit alles vereist van de overheid - en dat zijn Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van Amsterdam, het provinciaal bestuur, de regeling en alle officiële instanties die bij de voorbereiding en uitvoering betrokken zijn - een instelling vrij van dogmatische vooringenomenheid en ambtelijke omslachtigheid'. Dat is inderdaad ter zake, want juist deze twee eigenschappen worden vaak aan het gemeentebestuur verweten.

Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar de jaren '50 en '60. De druk van ·het bedrijfsleven om steeds meer vloeroppervlak in beslag te nemen was toen sterk. Toestemming om woonruimte - al was deze van slechte kwaliteit - in bedrijfsruimte te veranderen, was wel te krijgen, maar tegen betaling van een bedrag aan het Fonds voor Woningonttrekking of door het tot stand brengen van vervangende woningen. Wethouder Den Uyl probeerde tevergeefs de bevoegdheid te krijgen om de tuinen in de keurblokken te mogen vrijgeven als parkeergelegenheid. Het programma van de Dienst Publieke Werken bevatte nog een reeks voor de stad levensgevaarlijke verkeersdoorbraken.


De Kalverstraat functioneert goed als voetgangersgebied; het karakter
van de winkels wordt echter als op de Nieuwendijk.
De Kalverstraat functioneert goed als voetgangersgebied; het karakter van de winkels wordt echter als op de Nieuwendijk.

Nu constateert de Kamer van Koophandel dat het winkelapparaat in de binnenstad 'ruim in zijn jas zit', dat tussen 1970 en 1980 bijna 3000 bedrijven de binnenstad verlaten hebben, een daling van 20%, dat in die tijd 58.000 arbeidsplaatsen verdwenen, een daling van 43%, zodat er nog 7400 bedrijven met ruim 75.000 werknemers over zijn. De banken vormen de enige categorie die nog grote kantoren in de binnenstad heeft, maar ook daar tekent zich de neiging af om naar nieuwe vestigingen te verhuizen aan snelwegen en bij knooppunten in het openbaar vervoer: Sloterdijk, Station Zuid, Bijlmermeer. De detailhandel in de binnenstad blijft sterk achter bij de landelijke cijfers, de nijverheid is aanzienlijk teruggelopen, de voorraadhoudende groothandel is nagenoeg verdwenen, in de horecasector verdwijnen kleinere hotels en nemen cafés en restaurants in aantal toe.

Verre van aantrekkelijk beeld

Terugdenkend aan de jaren '60, toen de verdediging van de woonfunctie tegen cityvorming in de binnenstad alleen nog vanuit de monumentenzorgsector werd gevoerd, betekenen de gegevens van de Kamer van Koophandel dat sommige ontwikkelingen, waar wij toen op hoopten, inmiddels werkelijkheid zijn geworden. Massale kantoorgebouwen staan inderdaad beter langs de ringweg dan aan de grachten en dat de 'verwinkeling' met haar periodiek veranderende en steeds lawaaiiger wordende puien niet verder voortwoekert in de gevelwanden is ook een vooruitgang.
Het beeld dat de Kamer van Koophandel schetst is echter verre van aantrekkelijk en komt bepaald niet overeen met wat de Vrienden van de Binnenstad toen als ideaal voor ogen stond. Het betoog van de Kamer is recht voor zijn raap. Waar ook bepaalde zaken niet met name worden genoemd, is de bedoeling duidelijk. De zin 'In het ruimtelijk beeld past ook de karakteristieke positie van de Oudezijds Burgwallen die - mits ontdaan van een aantal criminele aspecten - een ondersteunende functie kunnen vervullen in de toeristische positie van Amsterdam', kan men ook zó lezen: 'Het sexbedrijf aan de Oudezijds Burgwallen is een van de internationaal bekende toeristische attracties van Amsterdam, maar dan moet aan drughandel en berovingen een eind worden gemaakt'.
Dat is niet iets waar Amsterdam erg trots op kan zijn, en in officiële stukken zal men een dergelijke stellingname niet gauw vinden, maar het is wel een feit. Het is de verdienste van de nota van de Kamer van Koophandel dat minder aangename aspecten niet worden verzwegen: 'Teruggang, verval, vervuiling en onveiligheid zijn verschijnselen die de eigenschap hebben elkaar te versterken. Dit proces moet een halt toegeroepen worden. Daarvoor is het in elk geval noodzakelijk dat de bereikbaarheid van de binnenstad en in het bijzonder van het kernwinkelapparaat wordt vergroot. Het beleid dat er het laatste decennium op gericht was om een absolute prioriteit te geven aan het openbaar tramvervoer heeft er niet toe geleid de bereikbaarheid in voldoende mate te waarborgen. Tellingen wijzen uit dat eerder het tegendeel het geval is geweest. Wil men de binnenstad een kans geven dan is een duidelijke wijziging in de huidige beleidslijn op dit punt een noodzaak'. De Kamer van Koophandel keert met dit betoog niet terug naar de vroegere doorbraakplannen. 'Voor het nationaal en internationaal toeristisch bezoek is het voorts van belang dat met respect omgegaan wordt met het bezit aan stedebouwkundige monumenten en typische stadsgezichten'.
Wat de Kamer wel wil is een herlokatie en vergroting van het aantal parkeerplaatsen op die punten in de stad waar dit voor het bedrijfsleven het meest nodig is, door middel van parkeergarages van verschillende grootte. De Kamer van Koophandel meent dat 'dit zonder al te grote ingrepen in de stedelijke structuur mogelijk is', en betoogt verder: 'Wij kunnen er niet genoeg nadruk op leggen dat het chaotisch parkeren op daarvoor niet geschikte plaatsen zal moeten worden teruggedrongen door een effectiever handhavingsbeleid en door uitbreiding van parkeermogelijkheden binnen de rooilijnen. Hiervan zullen zowel voetgangers, fietsers als autogebruikers profiteren. De straat zal weer begaanbaar moeten worden; dat is voor de leefbaarheid van de binnenstad essentieel. Het huidige parkeerbeleid van de gemeente dat de oplossing vooral zoekt in het aan brengen van fysieke belemmeringen, zo als het plaatsen van z.g. Amsterdammertjes, faalt in dat opzicht volkomen. De noodsprong naar veel radicalere oplossingen als het afsluiten van de binnenstad voor het autoverkeer zal zeker in de Amsterdamse situatie alleen maar leiden tot een verdere vlucht uit dit stadsdeel' .

Onverbiddelijke consequenties


Zo opdringerig als van de parkeergarage van de Bijenkorf hoeft de vormgeving niet te zijn. Op de Oudezijds Voorburgwal is de uitgang van de parkeergarage van Krasnapolski onopvallend opgenomen in de rij bedrijfspuien.
Zo opdringerig als van de parkeergarage van de Bijenkorf hoeft de vormgeving niet te zijn. Op de Oudezijds Voorburgwal is de uitgang van de parkeergarage van Krasnapolski onopvallend opgenomen in de rij bedrijfspuien.

Wij citeren dit zo uitvoerig, omdat de Kamer van Koophandel de onverbiddelijke consequenties formuleert van wat sinds tientallen jaren ook door ons werd bepleit. Terugdringen van de bliklawine, verbetering van het openbaar vervoer, ruimte voor voetgangers en fietsers, verplaatsing van de bedrijfsvestigingen naar periferie, versterking van de woonfunctie in het centrum, dat waren 25 jaar geleden opvattingen die alleen leefden bij Heemschut en verwante organisaties, en die door de stadsbestuurders toen als reactionaire dwaasheden terzijde werden geschoven. Die ideeën zijn allengs - uiteraard zonder bronvermelding! - algemeen geworden en gelden nu met een in de ogen van de Kamer van Koophandel dogmatische vooringenomenheid als progressief gemeentebeleid.

De Kamer laat aan de hand van overtuigende cijfers en feiten zien, wat de gevolgen zijn. Het schrikbeeld van toen was een centrum van hoogbouw, snelwegen en parkeerterreinen met hier en daar uit hun verband gerukte restanten oud Amsterdam. Het schrikbeeld van nu is een binnenstad waar nauwelijks meer gewerkt wordt en alleen de cafés floreren, een gebied van teruggang, verval, vervuiling en onveiligheid. Dat hetgeen ons in het bijzonder dierbaar is, namelijk het architectonisch-stedebouwkundige monument-binnenstad, op die manier óók naar de knoppen gaat, is een benauwend perspectief. Ook ten aanzien van het wonen en het monumentenherstel plaatst de Kamer van Koophandel enkele nuchtere opmerkingen: 'Wij moeten ons er van bewust zijn dat versterking van de woonfunctie in de binnenstad - hoe belangrijk op zichzelf ook - toch altijd maar een kleine bijdrage zal leveren aan de oplossing van de woonproblematiek. Daar voor zijn bouwstromen van enige omvang op grotere lokaties, liefst zo dicht mogelijk bij de stad, noodzakelijk'. Elders lezen wij: 'Daar de overheid voor de instandhouding van de ruim 7000 gebouwen op de monumentenlijst slechts over beperkte financiële middelen beschikt, is het zaak om voor de daarvoor geschikte panden een zich (grotendeels) zelfbetalende bestemming te vinden'.
Anders gezegd: als een monument dat restauratie nodig heeft omdat het anders binnen afzienbare tijd slooprijp is, bij de huidige krappe - of zelfs ontbrekende - subsidiemogelijkheden alleen in stand kan blijven, indien er dure woningen in komen, al dan niet gecombineerd met werkruimten, dan is het niet reëel om zo'n restauratie te blokkeren op grond van de politieke leuze dat in de binnenstad alleen sociale woningbouw mag plaatsvinden. In feite is dat een keuze voor afbraak op termijn!
De Kamer van Koophandel bekijkt de problemen van de binnenstad - en dat is ook haar taak - in de eerste plaats vanuit de gezichtshoek van de bedrijfsvoering en de werkgelegenheid. Toch valt het op dat deze kijk ruim genoeg is om ook andere aspecten tot hun recht te doen komen. De laatste conclusie van het betoog luidt: 'bovenal het ontwikkelen van een realistische visie op de binnenstad, een visie die tot een evenwichtige mening van de elkaar ondersteunende stedelijke functies leidt, waarbij de binnenstad een hoogwaardig ontmoetingsvlak wordt, waar men kan wonen, werken en zich verpozen, kortom een stadsdeel waar men graag wil komen en waarin het bedrijfsleven durft te investeren'. Die zin zou ook door ons geschreven kunnen zijn, al zou er dan een passage aan worden toegevoegd over de instandhouding van de historische structuur en beschouwing. Het is van belang dat men bereid is om eigen standpunten en opvattingen voortdurend te toetsen aan de veranderende realiteit en om te luisteren naar meningen die uit andere hoeken komen.

Waardevolle bijdrage

De Kamer van Koophandel heeft een waardevolle bijdrage geleverd aan het denken over de binnenstad. Wij hopen dat die bijdrage in het beleid zal doorwerken. Hoe aantrekkelijk het visioen van een gerestaureerde en autovrije binnenstad ook is, er moet wel gewerkt kunnen worden.

Geurt Brinkgreve

(Uit: De Lamp van Diogenes 75/76, september 1982)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.