'Europa Nostra' - de Europese federatie van + 2300 particuliere organisaties, werkzaam op het gebied van de monumentenbescherming, het behoud van de historische stads- en dorpskernen alsook het landschappelijk schoon - kent jaarlijks vijf prijzen toe aan instellingen die zich op genoemde gebieden bijzonder hebben onderscheiden.
Voordat de algemeen gedelegeerde voor Nederland, J.A. de Zwaan, de prijs - een zilveren plaquette - aan de voorzitter van Diogenes, Geurt Brinkgreve, overhandigde, wees hij erop dat Diogenes sinds haar oprichting in 1960' vele belangrijke initiatieven tot behoud en restauratie van het karakter van de bebouwde omgeving in Amsterdam tot uitvoering had gebracht. Grote waardering bestaat bij 'Europa Nostra' voor de aanpak van de restauraties van Diogenes in de 'economisch zwakkere gebieden', zoals de Jordaan, de Bethaniënbuurt en het Weteringkwartier.
In zijn gelukwens herinnerde de wethouder voor de Monumentenzorg, L.J. Kuijpers, eraan, dat met name de Stichting Diogenes - evenals de Amsterdamse Maatschappij tot Stadsherstel - een groot aantal panden had gerestaureerd die in een dusdanig slechte staat verkeerden dat zij gedoemd leken te moeten verdwijnen. Bovendien waren dit nogal wat panden die waren gelegen in gebieden, waarin geen particulier bereid was te investeren. 'Als dan zo'n restauratie toch tot stand kwam, ging er een belangrijk uitstralingseffect van uit, waardoor ook anderen ertoe werden gebracht hun panden te herstellen.'
De wethouder betreurde het, dat door de hoge rentestand, de geleidelijk opdrogende subsidiebron en een algehele kopersstaking de restauratiestroom de laatste jaren ernstig stagneerde. In 1979 werden in Amsterdam nog slechts 150 subsidieaanvragen ingediend, in 1980 zou dit aantal de 50 niet overschrijden. Het reële subsidiebudget voor de monumentenzorg blijkt sinds 1976 zelfs te zijn gehalveerd.
Al besloot Amsterdam onlangs voor het stimuleren van het kleine en partiële woonhuisherstel het rijksaandeel in de subsidies te gaan vóórfinancieren, hierdoor zal voor maar een deel van de
problemen een oplossing worden bereikt. Gedacht moet worden aan andere financiële oplossingen, zoals het verlenen van gemeentelijke garanties voor hypothecaire geldleningen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij de financiering van de restauratie van het WestIndisch Huis.
In zijn dankwoord wees Geurt Brinkgreve erop dat Nederland maar één monument bezit van werkelijk internationale, Europese allure, namelijk de binnenstad van Amsterdam. Elk karakteristiek element - huizen, grachten, straatprofielen en zo meer - vertegenwoordigt als onderdeel van het geheel een groter belang dan het op zichzelf bezit. Het verlies van elk echt Amsterdams stedelijk detail - al gaat het om een bouwvallig huisje in een achterstraatje van de Jordaan - vormt een beschadiging van het Europese monument. Een dergelijk monument kan alleen overeind blijven, indien er op grote schaal in wordt geïnvesteerd, in toewijding, in zorg, maar ook in geld.
Vanuit deze denkwijze ontstond twintig jaar geleden het plan voor de
Stichting Diogenes. Dit gebeurde uit wat men vroeger 'burgerzin' zou hebben genoemd, namelijk het besef dat er een werk ligt te wachten dat nodig moet worden verricht -bij voorkeur in samenwerking met de gemeente - niet uit eigen belang, niet voor de eigen groep of buurt, maar omdat de situatie er nu eenmaal om vraagt en er
niemand anders de zaak ter hand neemt.
De verantwoordelijkheid van de restaurerende instellingen is thans volgens Brinkgreve groter dan ooit tevoren; hun financiële positie wordt ernstig ondergraven door de hoge bouwkosten, de rentevoet en de verminderde subsidiestroom. Als gevolg hiervan zal Diogenes in de eerstkomende jaren ook geen grote restauraties kunnen ondernemen, maar haar bureau begeleidt op het ogenblik onder meer de nagenoeg gereedzijnde restauratie van het West-Indisch Huis en de bouw van het Jan Pietersz. Huis voor muziekstudenten, waarvoor op 21 januari
1981 de eerste paal is geslagen. Het eerstvolgende grote project is de restauratie van het schuilkerkje in de
Vinkenstraat, dat zal worden ingericht als moskee. Na 350 jaar wordt in Amsterdam dan de leuze 'Liever Turks dan Paaps' toch werkelijkheid!
Brinkgreve: 'Diogenes stelt zich op het standpunt: wanneer één kanaal verstopt blijkt te zijn dan vinden wij wel een nieuw, omdat het werk moet doorgaan. De stad wordt niet gered door demonstraties, vergaderingen en rapporten, maar door wat er op de bouwsteigers gebeurt.'
Al is alles wat door de restaurerende instellingen wordt gedaan bescheiden van omvang in verhouding tot de enorme opgave, die de binnenstad aan het gemeentebestuur en de burgerij stelt, de morele betekenis van dit werk acht Brinkgreve groter dan de materiële. In ieder geval zullen bestuurders en medewerkers zijns inziens de strijd voor wat echt van Amsterdam is nimmer opgeven. 'De onderscheiding die 'Europa Nostra' aan Diogenes verleend is daartoe een steun en een aanmoediging om het ook in de moeilijkste omstandigheden vol te houden.'
Frans Hupsch
(Uit: De Lamp van Diogenes 66, maart 1981)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.