De Stichting Diogenes kreeg op 28 december 1967 van de heer C.P.van Staveren een huis ten geschenke. Het is een klein 17de-eeuws huis met een trapgevel, Grote Bickersstraat nr. 83, en het bevat twee woningen. Het bestuur van Diogenes heeft de heer Van Staveren als blijk van erkentelijkheid de zilveren Diogenesmedaille aangeboden.
Terwijl het herstelwerk elk jaar een eind verder om de Oude Kerk heen kruipt, een wonderlijke herleving achter zich latend, herrijzen ook de huizen in de omgeving. De zware stutten die enkele jaren geleden over de Oude Kennissteeg heen de naar elkaar toe zakkende panden overeind moesten houden, konden worden verwijderd; aan de zuidzijde werden constructieve versterkingen aangebracht, aan de noord zijde herbouwde "Hendrick de Keyser" het prachtige hoekpand O.Z. Voorburgwal 73. Naast de Oude Kerk is de herbouw van het Diogeneshuis O.Z. Voorburgwal 66 nu in gang.
De felle oppositie tegen het bouwplan van de A.B.N. in 1966 ging uiteindelijk over de vraag of dit centrale deel van de binnenstad zijn Amsterdamse karakter en schaal, zijn sfeer en bewoonbaarheid zou behouden. Het A.B.N.-gebouw komt er, maar in een aanzienlijk minder storende vorm en maat en met meer winkels. Iets gewonnen. Het bouwvallige wevershuizencomplex Goyland, ten oosten van de Vijzelgracht aan de Nwe. Looiersdwarsstraat, zou eerst gesloopt worden om plaats te maken voor een parkeergarage. Nu wordt het in hoofdvorm herbouwd als hotel. Veel gewonnen. Aan de overzijde van dit straatje zijn de wevershuizen nr. 1 en nr. 3 door Diogenes gerestaureerd. In de Nwe. Looiersstraat wordt begonnen met de restauratie van het bouwvallige nr. 64. Het is de helft van een tweeling, de andere is van Diogenes. Daarvoor wordt nu het plan gemaakt. Even verder in de Nwe. Looiersstraat is de Stichting voor Studentenhuisvesting bezig met het Looiershofje. Aan de andere kant van de Vijzelgracht nadert het dubbele wevershuis Weteringstraat 16-18 van Diogenes zijn voltooiing.De Weteringstraat leeft op. Maar al deze winst wordt bedreigd door het nieuwe plan van de N.V. Pakhoed om aan de Vijzelgracht een kolossaal kantoorgebouw te stichten.
De slopers in het Nieuwmarktgebied zijn genaderd tot het huis de Pinto, Sint Anthoniebreestraat 69-69a. Zal het vallen? Volgens het wederopbouwplan uit 1953 moet het. Recent onderzoek wees uit dat het pand niet alleen merkwaardig is door zijn statige, 5 traveeën brede, zandstenen pilastergevel, maar ook door zijn inwendige constructie, die ondanks een jarenlang gebruik als werkplaats intact is gebleven. Op de zolder bevindt zich nog een eikehouten loofhut, waarschijnlijk een unicum in Nederland. Er wordt thans gesproken over herziening van het plan-Nieuwmarkt. Dan is behoud van het huis de Pinto punt één.
Na tweeëneenhalf jaar voorbereiding,
plannen maken, subsidiebesprekingen,
overleg over kredieten en bijdragen, is
het nu zo ver dat er gewerkt wordt in
het sinds twintig jaar verlaten hofje in
de Jordaan. Het funderingsonderzoek van
de vervallen huisjes is begonnen.
De Stichting Miniatuurstad "Madurodam"
verleende aan de Stichting Claes Claesz.
Hofje een bijdrage van f 100,000, --
Dit aanzienlijke bedrag zal in de eerste
plaats besteed worden aan de mensa met
toebehoren. Hieraan wordt dan de naam
"Madurodam" verbonden. Het gehele
project zal ± f 1 600 000,- kosten,
waarvan de gemeente en het rijk ieder
f 470.948,- bijdragen, verdeeld over
vijf jaar.
"Stop de afbraak Bakkersstraat" staat met rode letters op het affiche waarmee de schilder Teun Nijkamp de protesten ondersteunde die niet alleen de eigenaren, maar ook Heemschut, Architectura et Amicitia, Stadsherstel, Hendrick de Keyser en andere organisaties inbrachten tegen de uitvoering van het uit 1931 daterende plan om tussen Amstel en Rembrandtsplein een ± 30 meter brede verbindingsweg te maken. Het affiche toont een reusachtige sloper die de huizen aan de Amstel in puin slaat. De plaat is te koop bij Galerie Mokum 11, Amstel 186, en bij diverse boekhandels. (Uitg. Thomas Rap).
De afdeling Hinderwet van het gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht moet er
voor waken dat bewoners geen overlast ondervinden van lawaai, trilling of stank
van in de omgeving gevestigde bedrijven.
Het is te weinig bekend dat de bewoners
dan eerst zelf een klacht moeten indienen. De eigenaar kan een dergelijke
klacht ondersteunen, hij is verplicht de
huurder het ongestoord genot van het
gehuurde te verzekeren en zijn eigendom
vermindert in waarde als de bruikbaarheid achteruitgaat.
Toen dan ook de bewoners van de gerestaureerde huizen Egelantiersgracht 66-68-70 ernstige last kregen van de machines in een drukkerij achter en naast
hun woningen, heeft de Stichting Diogenes zich eerst tot Burgemeester en
Wethouders en daarna in hoger beroep
tot de Kroon gewend. Op 13 februari
werd deze klacht in de openbare zitting
van de Raad van State behandeld. Door
de huurders en door het stichtingsbestuur
werd aandacht gevraagd voor de inconsequentie dat de met hoge overheidssubsidies bereikte verbetering van het woonpeil doorkruist wordt door het toelaten van steeds meer en zwaardere
machines in de buurhuizen.
Ook de bewoners van het Diogenes-huis
aan de Zandhoek hebben een klacht in
gediend die door het bestuur wordt
ondersteund. Het is nodig dat de binnenstadbewoners zich schrap zetten tegen
het ondermijnen van het woonklimaat door de industrie. Fabrieken horen op
de daarvoor bestemde terreinen aan de stadsrand.
Over de vraag die vele Amsterdammers
benauwt, of het nodig is miljarden uit te
geven, grote gaten in de stad te slaan,
en het stedelijk leven jarenlang te ontwrichten voor een ondergrondse spoorweg
door de binnenstad, kan onze Diogenes
lamp geen nieuw licht laten schijnen.
De financiële en vervoerstechnische aspecten zullen toch ook op regeringsniveau bekeken moeten worden. Het is een zaak van veel meer dan plaatselijke betekenis. Wat de gevaren voor de schoonheid en de bewoonbaarheid van de binnenstad betreft, onderschrijven wij ten
volle het adres van de Bond Heemschut aan de Gemeenteraad, waaruit hieronder
enkele passages volgen.
"Voorgenomen doorbraken, zoals die van de Looiersgracht bij de Prinsengracht, bij
de Brouwersgracht hoek Prinsengracht (een der gaafste hoeken van de 17de-eeuwse
binnenstad) bij de Haarlemmerstraat en Buiten Brouwerstraat (een nog ongeschonden gevelrij van zeer Amsterdams karakter) bij de Nieuwe Herengracht met
haar statige gave gevelwand, de door
braak bij de St. Nicolaaskerk en de
sloping van een deel van het Muntplein,
zullen de verhoudingen, de maat en het
ritme, die zo bepalend zijn voor onze
stad, onherroepelijk aantasten.
Er zijn helaas reeds te veel voorbeelden
in Amsterdam aan te wijzen, waar
slopingen in de binnenstad tot ontwrichting van het stadsbeeld en vernietiging
van het stadskarakter aanleiding zijn geweest, zodat wij voor nieuwe experimenten het ergste moeten vrezen voor het stadsschoon en stadseigene.
Het verlies van ruim anderhalf duizend
monumenten in Amsterdam gedurende
de laatste vijfentwintig jaar kan zelfs
Amsterdam niet ongestraft ondergaan.
Dit zij een teken aan de wand.
Wil men Amsterdam om zijn over de
gehele wereld geroemde karakter handhaven, zijn betekenis als vierde toeristenstad van West-Europa laten behouden, dan kan men niet volstaan met de
hotelbouw te bevorderen, maar zal men ook de voornaamste attractie, het stadsschoon en zijn daarmee gepaard gaande sfeer, nauwlettend in het oog moeten
houden en niet moeten laten afkalven
en ondergraven. Immers, behalve de
slopingen, die eenmalig en onverbiddelijk zijn, is er de onzekere factor van
het gevaar voor aan de ondergrondse
stadsspoorweg belendende panden. Wij denken aan de synagogen aan het Jon.
Dan. Meijerplein, het Waaggebouw aan de Nieuwmarkt, de Westertoren (aan
wiens voet de metrobuizen moeten worden gelegd) en aan de ontelbare grachtenhuizen. De indruk dat deze zaken grondig bestudeerd zijn, is bij ons niet
overtuigend gevestigd. Indien dit wel
bestudeerd zou zijn is, dit niet duidelijk
onder de aandacht van de burgerij gebracht.
Uw Raad heeft er als, vertegenwoordiger
van de burgerij recht op grondiger voorgelicht te worden inzake de consequenties voor de binnenstad. Het zou wenselijk zijn, dat Uw Raad een amoveringskaart werd voorgelegd, waarop nauwkeurig staat aangegeven, welke panden
moeten worden gesloopt en welke directe en indirecte schade verder in de
stad te verwachten is onder meer met
betrekking tot het aanleggen van de
diverse stations, die, omvangrijke bouwputten zullen behoeven en de luchtverversing die voorzieningen nodig maakt, die van invloed kunnen zijn op het
stadsbeeld.
De behoefte aan een stadsspoorweg met goede, snelle verbindingen van de
binnenstad met de buitenwijken en de naaste omgeving vice versa staat voor
ons vast. Dat die behoefte noodzakelijk gepaard moet gaat met rigoureuze doorbraken door de binnenstad (die binnen de Singelgracht een straal heeft van
slechts één kilometer of twaalf minuten
gaans) is voor ons onaannemelijk."
Allerwege wint de gedachte veld dat er nieuwe wegen geopend moeten worden om de belangstelling en de deskundigheid onder de burgerij tot gelding te laten komen bij sommige gemeentelijke bestuurstaken. Dit is met name aan de orde bij het beleid ten aanzien van functie en vorm van historisch belangrijke stadskernen. Het is een wezenlijk onpolitiek vraagstuk, dat geen relatie heeft met de levensbeschouwelijke of maatschappelijke groeperingen in een gemeenteraad. In de traditioneel bepaalde structuur van de gemeentelijke diensten is er geen afzonderlijk coördinerend orgaan voor: het is verknipt in tal van facetten: verkeer en vervoer, openbare werken, economie, monumentenzorg, culturele zaken. De vorming van groepen in de burgerij waar deskundigen van verschillende kanten bijeen komen om gezamenlijk een ander binnenstadsbeleid te bestuderen en te bepleiten is daarom een zaak die door de overheid met erkentelijkheid begroet zou moeten worden. Een dergelijke groep bestaat sinds kort in Groningen en men kan het resultaat zien in het gedegen rapport: kanttekeningen bij het ontwerp verkeersplan Groningen-centrum. Terecht stelt het rapport dat een verkeersplan alleen maar zinvol kan zijn wanneer het onderdeel uitmaakt van een structuurplan voor de gehele stad, dat uitgaat van een visie op de totaliteit, waarbij de nieuwe rijken bekeken worden in hun samenhang met de historische kern, en waar een duidelijke keuze wordt gemaakt tussen enerzijds behouden en regenereren of anderzijds afbreken en vernieuwing van de oude binnenstad. Het is nodig dat deze uitgangspunten helder worden gesteld. De huidige onduidelijkheid leidt er immers toe dat er allerwege incidenteel hersteld en op veel groter schaal incidenteel vernieuwd wordt, zodat onvervangbare waarden van aanleg, schaal, sfeer en bebouwing verloren gaan zonder dat er een nieuwe structuur tot stand komt met eigen ontwikkelingsmogelijkheden.
Toen de slopingen voor het saneringsplan Kattenburg begonnen, is er o.a. door het Genootschap Amstelodamum op aangedrongen tenminste de huizenrij langs het Kattenburgerplein te sparen. Deze gevelwand was de gaafste van het oude scheepsbouwerseiland, en in het stadsbeeld van groot belang omdat zij de directe omgeving vormde van het monumentale blok van 's Lands Zeemagazijn. Slopingen in een saneringsgebied worden, zacht gezegd, niet altijd met de nodige zorgvuldigheid uitgevoerd, en wat de bevoegde slopers laten staan wordt vaak door baldadigheid toch stuk geslagen. In ieder geval was de rij huizen weg toen het plan om deze te behouden eindelijk alle goed keuring had verworven. Nu zullen zij worden herbouwd, als zuidwestvleugel van een groot studentenhuis dat verder geheel modern is. Kan dat wel? Wordt het een namaak-antiek decor waar een geheel modern blok functioneler zou zijn geweest? De vraag zou niet gesteld worden indien de huizen waren blijven staan en na ontruiming meteen waren ingericht voor hun nieuwe bestemming. Een reëel verschil maakt het niet, het gebeurt bij restauraties vaak dat de oude constructies tijdens het werk zó vergaan blijken dat zij grotendeels moeten worden vernieuwd, zonder dat hierdoor de waarde van het gebouw wordt aangetast. Belangrijk is ook dat het niet een rij gevels wordt die een anderssoortig gebouw afsluiten, maar een rij individuele huizen die alleen - wat in talrijke oude volkswoningen regel was - twee aan twee gemeenschappelijke trappen en sanitair krijgen. De studenten in de herbouwde vleugel zullen anders wonen dan in de moderne vleugel, individueler, meer verbonden met de stad. Voor het stadsbeeld is de herbouw in verband met het Zeemagazijn een voordeel: een groot modern bouwlichaam, van hoe goede kwaliteit ook, zou naast het meest monumentale pakhuis van Amsterdam, minder goed werken dan het ritme van de kleine huizen. Hoe de aansluiting bij het nieuwe Kattenburg daarachter worden zal, is nog een open vraag. Het herbouwplan Kattenburg ligt in vele opzichten in een grenssituatie, waar oud en nieuw, herlevende woonfunctie en industrie op elkaar botsen. Dat geldt ook voor de Zandhoek, waar nu iedereen blij is met de randbebouwing van gerestaureerde woonhuizen, die 15 jaar geleden bijna afgebroken waren
(Uit: De Lamp van Diogenes 4, april 1968)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.