Amsterdam fietst voor een leefbaarder stad

Het oudste onderdeel van de Amsterdamse binnenstad vormt het stratenplan. De kern hiervan dateert van voor 1500. De grachten gordel en de Jordaan zijn in de zeventiende eeuw aangelegd. Belangrijkste wijzigingen in dit stratenplan vormden de demping van de Rozengracht in 1889, de aanleg van de Raadhuisstraat in 1896 , de verbreding van de Vijzelstraat in 1917 en de demping van de Vijzelgracht in 1934. Ondanks deze wijzigingen is dit stratenplan niet berekend op het huidige auto verkeer.

Voor het nieuwe gebouw van
de Openbare Leeszaal aan de Prinsengracht is plaats voor vele
honderden fietsen. Hoe veel auto's
zouden er op dit stukje walkant kunnen staan?
Voor het nieuwe gebouw van de Openbare Leeszaal aan de Prinsengracht is plaats voor vele honderden fietsen. Hoe veel auto's zouden er op dit stukje walkant kunnen staan?

Het is gewenst dat er nu een principiƫle keus gemaakt wordt: je zegt: "Blij dat ik rij " en je eist dan nog meer ruimte op voor 2e auto en dit houdt dan afbraak van sommige gedeelten van de stad in, of je zegt: behouden, en gaat uit van het huidige straten plan. Als je voor dat laatste kiest, moet niet de hoogste prioriteit hebben de bereikbaarheid per auto, maar de bereikbaarheid voor de voetganger. En dat laatste zijn we allemaal. De auto gebruikt door de enorme toename van het aantal steeds meer ruimte in de binnenstad. Deze ruimte gaat ten koste van voetgangers en fietsers, die zich steeds minder veilig in het verkeer voelen.

Vandaar een opkomst van bijna 10 .000 mensen op de demonstratieve fiets tocht van 4 juni 1977. Zij eisten onder andere het volgende:
- aanleg van parkeergarages aan de rand van de stad;
- maximum snelheid van het noodzakelijke autoverkeer in de binnenstad van 20 kilometer;
- herindeling bestaande verkeersruimte, hoogste prioriteit hebben milieu-vriendelijke en minder ruimte opeisende fietsers en voetgangers;
- uitbreiding openbaar vervoer.

Het wordt tijd dat uit de hoek van de monumentenzorgers een geluid komt dat ertoe bijdraagt dat de fraaie historische binnenstad auto-armer wordt. Wat heeft het behoud van de binnen stad voor zin, als je als voetganger, door te hard rijdende auto's of foutgeparkeerde auto's (4000 per dag) er niet van kunt genieten?

Hans Tulleners

Naschrift van de redactie

He betoog van de heer, Tulleners zou nauwelijks commentaar behoeven, ware het niet dat de laksheid die hij de monumentenzorgers toeschrijft niet terecht is.
In december 1975 was een groot deel van dit blad, dat zich nauw betrokken voelt bij de restauratie van monumenten, gewijd aan een pleidooi voor een autovrije zondag met discussie in april 1976, en in een recent nummer (mei 1977) schreef de redactie: 'De ruimte (in de stad) mag niet dichtslibben met tijdelijke bouwsels, masten en auto's, de gevelwanden moeten echt wanden zijn, en de begane grond moet begaan baar blijven'.
Dat dempingen van grachten niet verder konden woekeren, dat de Houtkopersburgwal binnenkort weer open zal gaan, dit alles is voor een belangrijk deel te danken aan acties van instellingen als Heemschut en Amstelodamum en van hen die zich bezig houden met het restaureren van monumenten. De restauratie van het Huis de Pinto tenslotte vormt een treffend bewijs dat het gevecht tussen auto en monument wel degelijk juist door een monument kan worden gewonnen.

W.S.

(Uit: De Lamp van Diogenes 46, oktober 1977)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.