Enerzijds is door velen de vaak pittoreske ligging, bijvoorbeeld aan een gracht, bijzonder aantrekkelijk, anderzijds worden de sfeer van de oude stadshuizen en het moderne wooncomfort op aangename wijze in het interieur verenigd. Van diverse zijden wordt dan ook zoveel mogelijk getracht de oorspronkelijkheid van de panden te handhaven. De architect, de subsidiegever, de toekomstige bewoner en de opdrachtgever besteden hieraan alle aandacht en behoud van authenticiteit wordt zoveel mogelijk voorop gesteld. Bij geen andere bouw zal de persoonlijke betrokkenheid van alle partijen dan ook zo groot zijn als bij dergelijke restauraties.
Onlangs werd bij de ontmanteling van het door de stichting Aristoteles te restaureren pand Groenburgwal 61 - een 17e-eeuws huis met een 19e-eeuwse gevel - die toewijding onverwachts beloond; en de reacties waren juichend. Want niet alleen kwamen 17e-eeuwse tegeltjes en plavuizen tevoorschijn, maar op de benedenverdieping, verborgen onder de 19e-eeuwse stucplafonds, werden prachtige schilderingen gevonden, direct op de balken en de daartussen liggende vloerdelen aangebracht.
De verflaag is in een zo goede staat bewaard dat, volgens de heer Kurvers van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg, minimaal gerestaureerd behoeft te worden. In de voorkamer worden op een rode grond (de kleur wordt wel ossebloed genoemd) voluutachtige bloemmotieven voorgesteld; in de achterkamer op een lichtblauwe grond naast bloemmotieven ook dier- en engelfiguren; in de gang tenslotte, waarschijnlijk door dezelfde hand vervaardigd als in de achterkamer, bloem- en spiraal motieven op okerkleurige grond.
Nog nooit is een dergelijke groep schilderingen in een woonhuis blootgelegd. De datering van de voorkamer rond 1630 en van de achterkamer en gang zelfs ca. 30 jaar eerder, is dan ook gebaseerd op fragmentarische vondsten elders. Hoe positief een dergelijke vondst natuurlijk ook in eerste instantie beoordeeld mag worden, de consequenties voor de bouw en de bewoners zijn niet gering. Want alleen conserveren en restaureren is niet voldoende; de architect zal zijn oorspronkelijke planindeling gedeeltelijk moeten wijzigen om de originele plattegrond ten bate van de plafonds opnieuw te kunnen structureren. Bovendien zal het onderhoud van de plafonds in de toekomst hoge eisen gaan stellen: een klimaatregeling in de woning is bijvoorbeeld in de eerste plaats noodzakelijk. Maar de toekomstige bewoner van deze, bijna museale etage zal een unieke plek in historisch Amsterdam betrekken.
Josephine Huyzer
(Uit: De Lamp van Diogenes 31, februari 1975)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.