De doelstelling van de Stichting Diogenes werd in de statuten aldus geformuleerd: 'De stichting heeft ten doel het verschaffen van woon- en /of werkruimte aan kunstenaars. Zij tracht ter verwezenlijking van voormeld doel bij voorkeur het genot te verkrijgen - hetzij als eigenares, hetzij krachtens enig beperkt zakelijk of persoonlijk genotsrecht - van te Amsterdam gelegen panden welke waardevol zijn voor het stadsbeeld.' De oprichting van beide stichtingen duidt al aan dat in het geheel van de volkshuisvestingsproblemen de kunstenaars toen een groep vormden die extra aandacht nodig hadden. De woningbouw was immers uitsluitend gericht op het gemiddelde werknemersgezin. Bijzondere ruimtebehoeften, zoals ateliers, muziek- of studeerkamers, kwamen niet aan bod. Dat Diogenes de combinatie van kunstenaarshuisvesting en monumentenzorg als arbeidsterrein koos, houdt eveneens verband met de situatie-1960. Het wonen in de oude stad was toen nog weinig in trek, en de kunstenaars hebben altijd een pioniersrol gespeeld bij het ontdekken van aantrekkelijke woongebieden.
Diogenes is, samen met de dochterstichtingen Claes Claesz Hofje en Aristoteles, een belangrijke factor geworden in het binnenstadsherstel. De wens om in de binnen stad in een gerestaureerd monument te wonen breidt zich uit tot steeds bredere kringen. De kentering van inzichten in de saneringsmethodiek heeft bovendien de noodzaak naar voren gebracht om de goedkope woningvoorraad in de oude wijken zoveel mogelijk in stand te houden ten behoeve van de oorspronkelijke bewoners. Al deze omstandigheden overwegende vroeg het Diogenesbestuur zich af: zou het niet beter zijn de statuten te verruimen, en het doel opnieuw te formuleren als: "in het bijzonder als monumentenrestaurerende instelling werkzaam te zijn in het belang van de volkshuisvesting, met name door het verschaffen van woon- en/of werkruimten aan kunstenaars.'
Overleg met de notaris voerde echter tot de conclusie dat het doelstellingsarti kel statutair niet kan worden gewijzigd. Voor het bezit van Diogenes houdt dit de consequentie in dat huizen die nog bewoond zijn door de oorspronkelijke bewoners, en door middel van beperkte verbeteringen deze bestemming kunnen houden, geleidelijk 'doorschuiven', en wel naar de beleggingsprojecten van Aristoteles, en dat huizen waarvan de restauratiekosten te hoog worden om voor kunstenaars huisvesting aanvaardbare huren op te leveren, als zelfbewoningsprojecten naar Aristoteles gaan. Door de nauwe samenwerking tussen de in het Aalsmeerder Veerhuis gevestigde stichtingen kan zodoende de totale aankoop- en restauratie-aktiviteit onbelemmerd doorgroeien, maar zal het blijvende Diogenes-bezit sterker dan tevoren op de kunstenaarshuisvesting worden gericht. De doorschuiving van panden, die als woon- en/of werkruimte voor kunstenaars minder betekenis hebben, maakt bovendien middelen vrij voor aankoop en herstel van panden waarbij dat wel het geval is. Het Diogenesbestuur hoopt op deze wijze in de geest van de oorspronkelijke doelstelling het bezit van de stichting te consolideren, terwijl het aandeel van onze stichtingengroep in het gehele binnenstadsherstel breder en veel zijdiger wordt. Deze verbreding van het huisvestingsdoel heeft zich ook in het Claes Claesz Hofje voltrokken, waarvan de grootste helft voor studenten aan de instellingen voor kunstonderwijs blijft gereserveerd, maar nu ook een deel is bestemd voor bejaarden, en voor permanente bewoning, met name door mensen uit het onderwijs en de verpleging.
(Uit: De Lamp van Diogenes 24, juni 1973)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.