Claes Claeszhofje geopend

Op 3 oktober 1969 zou het eerste deel van het Claes Claesz. Hofje met enige feestelijkheid worden geopend. Dat was al maanden tevoren afgesproken. Naarmate de datum naderde leek het steeds minder waarschijnlijk dat het lukken zou. Men moet een dergelijk werk geregeld volgen om een idee te krijgen hoeveel haken en ogen de interne organisatie bevat.

De eerste bewoonster krijgt de sleutel van wethouder W. Polak
De eerste bewoonster krijgt de sleutel van wethouder W. Polak

Alie werkzaamheden moeten op elkaar aansluiten, als de timmerlieden te lang met een bepaald onderdeel bezig zijn, kan de stucadoor niet terecht en clan raakt het schema van de verwarmingsmonteurs, de electriciens of de tegelzetters in de war. De schilders kunnen niet aan de gang als er nog loodgieters bezig zijn en ga zo maar door. In een groot bouwproject van duizenden woningen is dat nog in een organisatieschema onder te brengen, waardoor de mensen elkaar niet voor de voeten !open. Maar in de 9 kleine huisjes van het v.m. Anslo's Hofje, waar nu 25 wooneenheden in moesten komen, en elke vierkante meter op de meest doeltreffende wijze gebruikt diende te worden, was het gedrang niet te vermijden. Een week voor de opening waren er nog 40 man bezig; de binnenplaats was een modderkuil met een onwaarschijnlijke wirwar van buizen en leidingen, en de gedachte dat het gebouw binnen 7 dagen klaar moest zijn leek volkomen absurd. Op de openingsdag zelf krioelde het 's morgens nog van bezige mensen die even iets af moesten maken. Natuurlijk was het niet helemaal voltooid. Allerlei onderdelen van het gebouw en de installatie moesten in de eerste bewoningsweken worden nagelopen en aangevuld.

Toen echter de genodigden 's middags met muziek voorop het hofje binnenkwamen was het klaar voor de ontvangst. In 15 maanden was de trieste, verlaten bouwval met zijn doorgerotte vloeren verrezen tot een sfeervol en kleurig woongebouw. Wethouder W. Polak reikte met een hartelijk toespraakje aan twee dozijn bewoonsters de sleutels uit. Hij wees er op dat de plaats van Amsterdam als cultureel centrum van Nederland verzwakt wordt door het tekort aan accomodatie. Vee! kunstenaars die in de stad niet de geschikte plek kunnen vinden om te wonen en te werken, vestigen zich elders. Voorzover dat eigen voorkeur is en behoefte aan stilte zal ieder een het begrijpen. Wanneer men echter door ruimtegebrek gedwongen vertrekt is dat een verlies, zowel voor de betrokkenen als voor het culturele klimaat dat mede gevormd wordt door de inspirerende onderlinge contacten. Dit geldt minstens even sterk voor de kunststudenten. De omstandigheid dat in het hofje studenten bijeen wonen van vele richtingen: beeldende en toegepaste kunsten, muziek, toneel, dans en cabaret, maakt een geregeld contact mogelijk met de andere kunstvakken.

Aan de uitreiking van de sleutels was een bijeenkomst voorafgegaan in de Noorderkerk. In deze statige 17de-eeuwse ruimte verwelkomde de voorzitter van het hofje, Mejuffrouw Ir. J.H. Mulder, vanaf de kansel de gasten. Zij vertelde iets over het ontstaan van de stichting en de opzet van het restauratie- en herbouwplan. Namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voerde de secretaris generaal van dit departement, Mr. G. van der Flier, het woord. Hij onder streepte het belang van ondernemingen zoals dit project voor de regeneratie van oude stadswijken. Waar dergelijke initiatieven ontbreken ziet men de verkrotting hand over hand toenemen, waar zij van de grond komen, zoals in Amsterdam, in Deventer of Middelburg, begint de herleving. Tot slot van de bijeenkomst sprak Geurt Brinkgreve als secretaris van de stichting over de keuze waar de Jordaan voor staat, tussen sanering in de ouderwetse zin, voorafgegaan door ingrijpende sloop operaties, of een toeneming van herstelprojecten in de trant van het Claes Claesz. Hofje, maar dan vooral ook voor de eigen bevolking. Tussen de toespraken in voerde het gezelschap Musica da Camera onder leiding van Ton Koopman de sonata a tre van Karel Hakkert en de triosonate van J .] . Quantz uit.


Drukte op de openingsdag in het hofje
Drukte op de openingsdag in het hofje

Toen de laatste spreker nog op de kansel stond hoorde men buiten de trommels van de drumband St. Catharina die het gezelschap voor ging door de Jordaanstraten naar het hofje, een wandeling die duidelijk demonstreerde hoe dringend een betere regeling van verkeer, laden en lossen nodig is.

's Avonds was het hofje opengesteld voor de buurtbewoners. Kleurige lampjes hingen boven de binnenplaats en op het podium waar 's middags wethouder Polak de sleutels had uitgereikt, stond nu de zanger Joseph Truyens, aan de piano begeleid door Hans Broekman, om o.a. enkele aria's uit le Nozze di Figaro ten gehore te brengen.

De volgende dag al waren de eerste bewoonsters bezig met verhuizen en in de volgende weken daarna werd de ene kamer na de andere betrokken. Het eerste jaar zal voor allerlei interne zaken een soort proefperiode zijn. De ervaringen die nu opgedaan worden kunnen van nut zijn bij de inrichting van de volgende delen, vooral bij de laatste fase van het werk die de her bouw omvat van een vijftal al jaren geleden gesloopte panden en een nieuwe vleugel die het complex aan de noordzijde zal afsluiten.
Daar bestaat dan ook grotere vrijheid bij de indeling omdat de architect er niet, zoals in het eerste deel, gebonden zal zijn aan de maten van de oude hofjeskamers. Die hebben we! allerlei karakteristieke details met hun bedsteden en schouwen, maar ruim zijn zij niet.

(Uit: De Lamp van Diogenes 11, december 1969)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.