Samenwerking

Levend Monument gaat samen met Vrienden van Diogenes

Onze Lamp heeft er een taak bijgekregen. Het blad doet nu dienst als bulletin van de verenigingen Vrienden van Diogenes en Levend Monument. Op blz. 3 vindt U de eerste bijdrage van Levend Monument, een artikel over de financiering van de verbouwing van een boerderij tot permanente woning.

De Vrienden van Diogenes en Levend Monument werken beide aan het herstel en het voor hedendaagse bewoning bruikbaar maken van mooie oude huizen, maar de twee verenigingen volgen daarbij verschillende wegen: de vrienden steunen door hun contributie en hun belangstelling de Stichting Diogenes die een bezit aan gerestaureerde monumenten opbouwt voor de huisvesting van kunstenaars; Levend Monument verenigt eigenaren en aspirant-eigenaren,. mensen dus die voor eigen rekening en risico monumentale woonhuizen in goede staat brengen. Van beide ligt het arbeidsterrein in de eerste plaats in de Amsterdamse binnenstad, waar zich de belangrijkste concentratie van waardevolle oude huizen bevindt. In ons decembernummer 1968 wezen wij op de omvang van de Amsterdamse monumentenlijst: bijna 7000. Daarvan zijn er nu ongeveer 250 eigendom van de drie grote restaurerende instellingen: Hendrick de Keyser, Stadsherstel en Diogenes. Telt men daarbij de monumenten die in het bezit zijn van de gemeente (de torens e.a.), van kerkgenootschappen en andere rechtspersonen met een sociaal of cultureel doel (hofjes e.d.), dan blijft er een groep van zeker 6000 monu menten in particulier bezit. Dit cijfer onderstreept de enorme betekenis van de particuliere eigenaren voor het behoud van de binnenstad-als-monument. Hun bijdrage tot het herstel zal beslissend zijn. Daarom is de taak van Levend Monument zo belangrijk, namelijk het activeren van de particuliere investering door deskundige adviezen en door het bevorderen van aankopen en restauratieplannen. Levend Monument wil zich hierbij niet tot Amsterdam beperken, maar werkt ook landelijk.

Wij verwachten dat de samenwerking van beide verenigingen De Lamp van Diogenes een gevarieerder inhoud zal geven. Misschien is het een stap in de richting van verdere bundeling. Dat Diogenes daartoe bereid is bleek uit ons aprilnummer 1968, dat een inschrijfbiljet bevatte voor 10 verschillende verenigingen, stichtingen en periodieken op dit gebied. Deze onzerzijds ten bate van zusterinstellingen gevoerde wervingsactie heeft verheugende resultaten opgeleverd. Ook dat was een poging tot samenwerking, die door andere gevolgd zou moeten worden.
Wie er niet persoonlijk betrokken bij is vraagt zich wel eens af waarom het er in Nederland zoveel moeten zijn, die alle afzonderlijk op hun eigen deel gebied werken, Dit is inderdaad onze zwakte, maar ook onze kracht, De kracht is dat het telkens weer mogelijk blijkt voor een speciaal doel een groep mensen bijeen te krijgen met voldoende belangstelling om er wéér een lidmaat schap bij te nemen, en soms zelfs om actief mee te werken, Daardoor komen er initiatieven van de grond waarvan velen in het begin de noodzaak of de kans op slagen betwijfelen, maar die na een paar jaar ploeteren hun levens vatbaarheid hebben bewezen. Wij denken dan aan onze eigen Stichting Diogenes, aan de Zaanse Schans, aan Stadsherstel, aan het Claes Claesz. Hofje, aan het Bergkwartier Deventer en vele andere. Als het eenmaal lukt, is iedereen er blij mee, ook degenen die zich aanvankelijk afvroegen waarom er nu wéér een aparte organisatie moest komen.

De zwakte is dat de vele verwante organisaties ieder voor zich ook werkzaamheden verrichten die gebundeld doeltreffender zouden gebeuren. Deze liggen vooral op het vlak van de publiciteit en de administratie. Herhaaldelijk wordt de vraag opgeworpen: waarom maken jullie er niet één lichaam van dat de zaken in het groot kan aanpakken? Die vraag ontkent de realiteit van de Nederlandse verhoudingen.

Dit feit neemt echter de inderdaad klemmende eis van onze tijd niet weg van grotere efficiency en meer gecoordineerd optreden, Aan het furmule ren van een juist antwoord op deze vragen zal van vele kanten gewerkt moeten worden.

In de verenigings- en stichtingsbesturen dient een bereidheid tot samengaan te groeien. In de komende decenniën valt de beslissing over de toekomst van onze historische stads- en dorpskernen. Het wordt herleving van hun sfeer, schaal en karakter met een nieuwe bruikbaarheid, of het wordt een voortgaand slopingsproces dat slechts verspreide 'museumexemplaren ' spaart. Willen wij het eerste bereiken dan is grotere en meer gecoördineerde inspanning volstrekt noodzakelijk. Ziedaar de overtuiging waaruit de gezamenlijke uitgave van De Lamp van Diogenes voortkomt.

(Uit: De Lamp van Diogenes 10, september 1969)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.