Dit artikel is een vóórpublicatie uit Binnenstad (309) dat binnenkort verschijnt. Ontvang het in de bus door vriend te worden. Nu met kortingsactie!

Vijftig jaar geleden

Het Plan-De Pinto

Precies vijftig jaar geleden presenteerde Geurt Brinkgreve (1917-2005) een restauratieplan voor het bouwblok van het Huis de Pinto in de Sint Antoniesbreestraat. Dit Plan-De Pinto was een bewuste strategie om het Wederopbouwplan Nieuwmarktbuurt te saboteren: het Huis de Pinto stond namelijk letterlijk in de weg van de aldaar geplande vierbaansweg en de grote kantoorgebouwen die daarlangs moesten verrijzen.
NRC, 17 november 1972

Op 16 november 1972 werd het Plan-De Pinto gepresenteerd in het stadhuis. Hoewel de gemeenteraad al eerder dat jaar, op 5 januari, had besloten de vierbaansweg door de buurt te schappen, leek de dienst Publieke Werken zich weinig of niets van deze raadsmotie aan te trekken. Dat de Nieuwmarktbuurt uiteindelijk toch volgens het oude stratenplan is hersteld en de redding van het Pinto-huis hierbij een doorslaggevende rol heeft gespeeld is beschreven door stadshistoricus Richter Roegholt (1). Maar hoe is dit precies in zijn werk gegaan en waarom was de strijd voor het behoud van de Nieuwmarktbuurt een omslagpunt in het binnenstadsbeleid?

Gevecht om Amsterdam

De strijd om het behoud van de binnenstad was al in 1953 begonnen met een gezamenlijk protest van de oudheidkundige verenigingen. Het Genootschap Amstelodamum, de Bond Heemschut, de Vereniging Hendrick de Keyser en het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap maakten toen in een raadsadres bezwaar tegen de 'Wederopbouwplannen' die de gemeente in dat jaar had opgesteld. (2) Met deze plannen wilde de gemeente hele woonbuurten 'saneren', wat in de praktijk neerkwam op sloop en kaalslag. Hierbij werd gebruik gemaakt van een subsidiepot van het Rijk, die was ingesteld om in de oorlog verwoeste stadsdelen te herbouwen. Deze sanering bood de gemeente tevens de mogelijkheid eindelijk de verkeersplannen uit te voeren van het vooroorlogse Algemene Uitbreidingsplan (AUP, 1935). In dit kader waren vier Wederopbouwplannen opgesteld, voor de Nieuwmarktbuurt, de Jodenbreestraat e.o., de Weesperstraat e.o. en de Oostelijke Eilanden. Voor de Jordaan was eveneens een Wederopbouwplan in de maak, maar dat verkeerde in 1953 nog in de schetsfase. Deze plannen gingen een stap verder dan het AUP: behalve in verkeersdoorbraken voorzagen ze in grootschalige sloop en nieuwbouw.

Nieuwmarktbuurt

Wederopbouwplan Nieuwmarktbuurt. Uit het Van Eesteren-archief in het Nieuwe Instituut, Rotterdam.

Het plan voor de Nieuwmarktbuurt (1953) was ingegeven door het streven de buurt 'tot een hoger niveau te verheffen, terwijl rekening dient te worden gehouden met een toenemend verkeer' (3). Verbetering van enkele wegen, van de 'slechte verkaveling' en van het 'onbevredigende stratenbeeld' door samentrekking van panden werd onvoldoende geacht. Er was een geheel nieuwe indeling nodig, waarbij de bestaande bebouwing moest plaatsmaken voor nieuwbouw. In de Nieuwmarktbuurt zou bovendien veel minder ruimte overblijven voor de woonfunctie: langs de nieuwe, vier rijstroken brede Lastageweg moesten grote kantoorgebouwen verrijzen. Deze weg, waarvoor onder meer de gevelwanden van de Keizersstraat en Rechtboomssloot moesten worden doorbroken, had een ander verloop dan de Sint Antoniesbreestraat die naar de Nieuwmarkt leidt en zou uitkomen op de Oude Waal.

Behalve de aantrekkelijke subsidieregeling bood de Wederopbouwwet tevens een eenvoudige onteigeningsprocedure. Toen het Wederopbouwplan voor de Nieuwmarktbuurt werd opgesteld was er wel oorlogsschade, maar de buurt was nog grotendeels intact (4). De toepassing van de Wederopbouwwet was dus in feite een oneigenlijk instrument.
Het vooroorlogse AUP bevatte niet alleen een uitbreidingsplan, maar getuigde ook van een visie op de inrichting van de stad als geheel. Het ging uit van moderne stedenbouwkundige principes die de oude binnenstad ontbeerde, zoals 'licht, lucht en ruimte'. De toenmalige ideeën over volkshuisvesting en het concept van de 'functionele stad', zoals geformuleerd op het vierde CIAM-congres in 1933, hadden echter tot gevolg dat de binnenstad nog slechts geschikt werd geacht als zakencentrum. In het gecentraliseerd stadsmodel dat daaruit voortvloeide zou de oude stad de 'kern van een groter geheel' gaan vormen: de 'city'. In de praktijk kwam de 'sanering' - niet toevallig een medische term, want de oude binnenstad was volgens de moderne stedenbouwers ziek - neer op het terugbrengen van de woningvoorraad. Aan de Wederopbouwplannen lag dus een visie op de binnenstad ten grondslag, die - indien volledig uitgevoerd - de ondergang van de historische binnenstad zou betekenen.

Deze kaart "Dempings- en sloopplannen" werd voor het eerst gepubliceerd in Heemschut december 1954, p. 98-99, en is in kleur herdrukt in Alarm in Amsterdam, 1956. Zwart: Diverse doorbraak- en sloopplannen. Gearceerd-rood: Saneringsplan Jordaan. Gearceerd-grijs: Doorbraken Kaasjager. Rood: Grachten die volgens het plan Kaasjager moeten worden gedempt. Licht-rood: Grachten die na uitvoering van plan Kaasjager eveneens moeten worden gedempt vanwege gebrek aan doorstroming.

Aanvankelijk was het alleen kunstenaar en Heemschutter Geurt Brinkgreve (1917-2005) die de strekking van deze plannen begreep. Hij had een belangrijke rol gespeeld in het opstellen van het eerdergenoemde raadsadres van de oudheidkundige verenigingen, zo hij het niet zelf had geschreven. De verenigingen werden in hun bezwaar gesteund door de ambtelijke monumentenzorg. Zo sprak ir. Ruud Meischke, directeur van het - in datzelfde jaar 1953 opgerichte - Bureau Monumentenzorg (BMZ) klip en klaar van een 'bedreiging voor de stad' (5). Het raadsadres leverde echter niet veel op. Om duidelijk te maken wat er op het spel stond, liet Geurt Brinkgreve een kaartje maken waarop de gevolgen van alle sanerings- en doorbraakplannen voor de historische stad overzichtelijk waren ingetekend en publiceerde dit in Heemschut (6). Op 30 november 1954 hield hij bovendien een lezing voor het Genootschap Amstelodamum waarin hij stelde dat Amsterdam op een tweesprong stond. 'De komende tien jaar zullen de beslissing brengen of de schoonheid van Amsterdam behouden en hersteld zal worden dan wel definitief ten onder gaat' (7). Zijn strijd werd een 'gevecht om Amsterdam'. De verdedigers van de historische stad waren volgens hem geen behoudzuchtigen die zich tegenover de vooruitgang plaatsten, maar juist 'de voorvechters van de modernste behoeften van economie en verkeer' (8). Brinkgreve was zijn tijd wat dat aangaat ver vooruit, aangezien hij voorzag dat oude stadskernen nog een toekomst konden hebben. Volgens hem voorzagen precies de eigenschappen die 'in de naoorlogse woningbouw teloorgaan' in een 'geestelijke behoefte' (9). Het pleidooi van Brinkgreve leidde in januari 1955 tot de oprichting van het Comité De Stad Amsterdam dat zich als gesprekspartner van de gemeentebestuur opwierp. Dat gesprek leverde echter niets op, behalve - op zichzelf belangrijk genoeg - de medewerking van de gemeente aan de oprichting van Stadsherstel in 1956: opeens was er een alternatief voor het afbraakbeleid.

Amsterdaad '75

Affiche Amsterdaad 75

Tien jaar later kreeg de discussie over de toekomst van de Amsterdamse binnenstad alsnog vleugels door de Ban de Bank-actie (1966/67) tegen een nieuw bankgebouw van de Algemene Bank Nederland (ABN) in de Vijzelstraat. Deze 'Vijzelbank' werd, aldus Brinkgreve, die inmiddels raadslid was geworden voor de KVP, 'het symbool van een dreigend toekomstbeeld: de city van hoge kantoren, overdag verstikt door auto's, 's avonds benauwend leeg' (10). Toen de gemeenteraad op 14 december 1966 besloot dat de bank, zij het minder hoog, toch gebouwd kon worden, stapte Brinkgreve demonstratief uit de gemeenteraad. Het werd tijd om actie te voeren.
Op een 'teach-in' over de Vijzelbank, gehouden in Krasnapolsky, ontdekten heemschutters en provo's dat zij ondanks hun verschillende achtergrond en spreekstijl 'op het punt van de schoonheid en de leefbaarheid van de binnenstad eigenlijk hetzelfde bedoelden' (11). Die samenwerking kwam in 1967 tot uitdrukking in een formeel samenwerkingsverbond, de Werkgroep Amsterdam 1975. Dit comité was opgericht met het doel om het 700-jarig bestaan van Amsterdam in 1975 te vieren in een 'herlevende, genezende binnenstad'. De werkgroep had twee doelen voor ogen: een herstelplan voor de hele binnenstad en onmiddellijke intrekking van het Wederopbouwplan Nieuwmarkt ('geen kantorenwijk, geen vierbaansweg'). De nadruk kwam dus meteen te liggen op de Nieuwmarktbuurt, waar de gevolgen van het gemeentebeleid op dat moment zichtbaar werden. In 1964 was men namelijk al begonnen met onteigeningen en slopingen, een jarenlang proces dat o.a. werd opgehouden door kraakacties en juridische procedures. De Nieuwmarktbuurt kreeg steeds meer het karakter van een gebombardeerde stad.

De eerste actie die werd voorbereid was Amsterdaad '75. Een reclamebureau had een affiche gemaakt met een pakkende tekst: 'Zulke gaten zal je in je gebit hebben!'. Daaronder stonden de handtekeningen van bekende Amsterdammers als Godfried Bomans, Simon Carmiggelt, Harry Mulisch, Wim Kan en Annie M.G. Schmidt, en een knipbon om adhesie te betuigen. Binnen een week kwamen er ruim 114.000 adhesie-betuigingen binnen, voor die tijd een ongekend groot succes. Op 20 februari 1968 belde wethouder Roel de Wit Brinkgreve om hem uit te nodigen voor overleg op het stadhuis. Brinkgreve antwoordde dat hij alleen kwam als de slopingen voorlopig werden opgeschort. De Wit sputterde nog wat tegen, maar ging uiteindelijk akkoord. (12)

Het Plan-De Pinto

Huis de Pinto ingepakt om gesloopt te worden. Foto Maarten Brinkgreve, 1974

Maar de buurt was nog lang niet gered, integendeel. Op 16 mei 1968 stemde de gemeenteraad vrijwel unaniem in met het principevoorstel van een Stadsspoor, waarmee impliciet tot de aanleg van de Oostlijn werd besloten. Het metrotracé was geprojecteerd op de route van de Lastage-doorbraak, dat wil zeggen onder de vierbaansweg door de Nieuwmarktbuurt. De metrotunnel bestond uit 'caissons' die bovengronds werden gebouwd en vervolgens in de grond afgezonken; het was toen nog niet mogelijk een metrotunnel onder de stad te boren. De combinatie van Lastageweg en metrotracé werd gebruikt als nieuwe rechtvaardiging voor de verkeersdoorbraak door de buurt. De Nieuwmarktbuurt werd nu de frontlijn in de strijd om de binnenstad, vooral toen de slopingen in oktober 1970 werden hervat. 
In de daaropvolgende winter werd door Brinkgreve gezocht naar een manier om de impasse te doorbreken. 'Wat mij voor eigen stond', zou hij later schrijven, 'was een concreet begin van bouwactiviteit [bedoeld wordt restauratieactiviteit, W.S.], dat door het ambtelijke getreuzel zou kunnen heenboren' (13). Het Huis de Pinto bleek de beste kandidaat voor een pilotproject, omdat dit op een strategische plaats stond. Dit pand bevond zich namelijk precies op de locatie waar de Lastageweg een knik zou moeten maken ten opzichte van de Sint Antoniesbreestraat, op de plaats bovendien waar een groot kantoorgebouw was gepland. 'Zolang de Waag en het Huis de Pinto blijven bestaan, is de historische rooilijn van de oude zeedijk, die de ruggengraat vormt van de wijk, nog herkenbaar. (...) Handhaving van het Huis de Pinto houdt in (...) dat maat en schaal van de nieuwe bebouwing ter weerszijden van de Sint Antoniesbreestraat toch op de ene of andere wijze moeten worden afgestemd op het éne eigenzinnige huis midden in de doorbraak' (14).

Bebouwingsvoorstel van de Stichting De Pinto voor de Sint Antoniesbreestraat, Antoniessluis en Snoekjesgracht (herstel Nieuwmarktbuurt na de metroaanleg).

In juni 1971 werd de Stichting De Pinto opgericht. Deze stichting richtte zich al snel op de rehabilitatie van het gehele bouwblok waar het Huis De Pinto deel van uitmaakte (15). De betreffende panden waren echter eigendom van de gemeente, die ze had gekocht om ze te slopen. Op het verzoek de panden aan de stichting te verkopen, antwoordde B&W dat 'restauratie van het pand De Pinto vooruit(loopt) en in belangrijke mate bepalend (is) voor de vorm en de inhoud van een belangrijk gedeelte van het toekomstige nieuwe bestemmingsplan-Nieuwmarkt' (16). Daartoe moesten bovendien eerst 'de toekomstige rooilijnen en de vorm van de bouwblokken' worden bepaald (17). Er was een patstelling ontstaan die alleen door de gemeenteraad kon worden doorbroken. Op 5 januari 1972 besprak de raad een raadsadres van de Aktiegroep Nieuwmarkt en het Wijkcentrum d'Oude Stadt. Er werd een motie ingediend om niet alleen de vierbaansweg te schrappen, maar ook het oude stratenpatroon te herstellen, 'waarbij de bestaande maat en schaal weer zullen worden hersteld' (18). Uit de telling bleek dat 21 raadsleden vóór zouden stemmen en 20 tegen. 'De vrouw van Goekoop - een VVD-er, die naar verwachting vóór zou stemmen - verwachtte een baby. Hij stond met het zweet op zijn voorhoofd aan de telefoon. Maar hij is gebleven en zo hebben we gewonnen' (19). Het was 'een dubbeltje op z'n kant'. Voor het eerst stemde de raad tegen een Wederopbouwplan en voor de Nieuwmarktbuurt betekende dit dat er een nieuw plan voor de stadsvernieuwing moest komen.

Na dit raadsbesluit begon de stichting direct aan het uitwerken van een concreet plan (20). Architect IJsbrand Kok werd gevraagd een restauratieplan te maken voor het gehele bouwblok. Half juni was het schetsplan af en werd het aan wethouder Lammers ter hand gesteld. De nog bestaande panden, waaronder het Huis De Pinto en enkele nog resterende monumenten aan de Zwanenburgwal, zouden worden gerestaureerd en de lege kavels moesten op historiserende wijze worden herbouwd. In de notulen van de stichting De Pinto lezen we dat 'de heer Kok niet veel (voelt) voor nieuwbouw en liever herbouw van elders afgebroken monumenten (zag)' (21).

Project De Pinto, Bouwplan van Ronstadt (2de voorstel van de Stichting De Pinto, in samenwerking met Bureau Monumentenzorg), boven de Sint Antoniesbreestraat, onder de Sint Antoniessluis.

Brinkgreve kreeg voor elkaar - en nu zijn we weer beland bij het begin van dit verhaal - dat het plan-De Pinto tijdens een persconferentie in het stadhuis op 16 november 1972 door de wethouders Lammers en Brautigam werd gepresenteerd, waarmee hun steun was verzekerd. Het project zou voltooid moeten zijn bij het 700-jarig bestaan van de stad in 1975 en 'het begin worden van de algemene herleving van de Nieuwmarktbuurt' (22). Publieke Werken was pisnijdig; de directeur schreef aan de wethouder dat het plan alleen 'uitvoerbaar' was door het Huis de Pinto enkele meters naar achteren te verplaatsen (23). Dat was echter in strijd met het raadsbesluit van 5 januari aangezien het de aanleg van de snelweg alsnog mogelijk maakte en de bestaande rooilijnen niet accepteerde. Monumentenzorg wilde daarbij 'geen gefantaseerde gevels in historische trant' (24). Maar de stichting liet zich niet uit het veld slaan en ontwikkelde een nieuw plan, ditmaal door architectenbureau Dunnebier, Mol en Ronstadt. In dat plan zou de rest van het bouwblok een moderne invulling krijgen met geparcelleerde gevels. Nadat de stichting op 21 december 1973 de officiële subsidietoezegging van B&W had ontvangen, konden de restauratiewerkzaamheden beginnen. Half januari 1974 verschafte de aannemer zich toegang tot het Huis de Pinto. Tijdens één van de eerste werkbesprekingen in het Huis de Pinto zei architect IJ. Kok: 'Zoiets brutaals heb ik nog nooit meegemaakt. Inbreken in andermans huis en het tegen diens wens gaan restaureren.' Brinkgreve antwoordde dat de Raad had toegezegd dat het gebouw aan de stichting zou worden overgedragen, maar dat hij niet langer kon wachten op het 'gechicaneer' van het Wibauthuis.

Huis de Pinto direct na de voltooiing van de restauratie in 1974/75. Foto van Maarten Brinkgreve, 1975.

De restauratie van het Huis de Pinto vond plaats van januari 1974 tot februari 1975, maar pas in juni 1975 kwamen de erfpachtaanbiedingen van de gemeente binnen. Het gesteggel tussen de stichting en de gemeente over diverse zaken ging nog door tot 1982. Op 19 maart 1976 kregen de eerste bewoners de sleutels uitgereikt. De stichting De Pinto heeft uiteindelijk alleen de restauratie van het Huis de Pinto, van twee monumenten op Zwanenburgwal 2-4 en de nieuwbouwwoningen op Zwanenburgwal 6-10 kunnen realiseren, maar dat was meer dan voldoende om haar officieuze doelstelling om het Wederopbouwplan 1953 te saboteren te verwezenlijken.

Omslag in het denken

Uit de reconstructie van de gebeurtenissen in de periode 1972 tot 1975 blijkt dat in deze jaren een einde kwam aan het saneringsbeleid en dat de restauratie van het Huis De Pinto daarin een cruciale rol heeft gespeeld (25). Publieke Werken was zo overtuigd van de juistheid van haar ideeën voor een gezonde, functionele stad, dat men niet bereid was het verkeersplan, dat het fundament vormde van het AUP, overboord te zetten vanwege een 'incidentele' motie die de gemeenteraad had aangenomen. Na veel gesteggel hakte wethouder Lammers de knoop door en sloot op 24 januari 1975 een akkoord met de Stichting De Pinto en de Algemene Woningbouwvereniging. In deze periode kwam tegenover het oude paradigma waar Publieke Werken voor stond een nieuw stelsel van samenhangende ideeën tot stand. Na de strijd voor het behoud van de Nieuwmarktbuurt kreeg het begrip stadsvernieuwing in Amsterdam een geheel andere inhoud; niet 'cityvorming' maar het kleinschalige 'bouwen voor de buurt' was voortaan het motto. Het Plan-De Pinto - dat vijftig jaar geleden werd gepresenteerd - markeert dus een omslagpunt in het denken over de binnenstad.

Walther Schoonenberg

Voetnoten
1. Dr Richter Roegholt, Amsterdam na 1900, Den Haag (SDU) 1993, p. 345. Zie ook: Richter Roegholt, 'Amsterdam tussen twee wereldbeelden' in: Wonen-TA/BK 20/21 (1979), p. 9-11.
2. 'Raadsadres 30 januari 1953', Archief Geurt Brinkgreve (GB) (Stadsarchief Amsterdam).
3. 'Wederopbouwplan-Nieuwmarkt' in: Gemeenteblad afd. 1 (1953), p. 67-78.
4. Geurt Brinkgreve, 'Mag het Huis De Pinto blijven staan?' in: Schrijvend in het Aalsmeerder Veerhuis, Amsterdam 1982, p. 46.
5. Ir. J.H. Mulder en ir. R. Meischke, 'De binnenstad van Amsterdam' in: Bouwkundig Weekblad 73 (1955), p. 325-329.
6. 'Amsterdam's Zwaard van Damocles' in: Heemschut 31-6 (december 1954), p. 99.
7. Geurt Brinkgreve, Gevecht om Amsterdam. Lezing gehouden voor het Genootschap Amstelodamum op 30 november 1954, Amsterdam (Genootschap Amstelodamum) 1954, p. 4.
8. Idem, p. 29.
9. Brinkgreve 1954, p. 18.
10. Geurt Brinkgreve, 'De Vijzelbank' in: Binnenstad 178 (oktober 1999).
11. Geurt Brinkgreve, 'Amsterdams gemeentebestuur luistert' in: Heemschut 44-5 (oktober 1967), p. 107-116.
12. Geurt Brinkgreve. 'Mag het Huis De Pinto blijven staan?' Schrijvend in het Aalsmeerder Veerhuis. Zutphen (Walburg Pers) 1982 (p. 44-85): p. 47, 50. Een bewijs voor het telefoongesprek en de toezegging van de wethouder vormt de bevestigingsbrief van Brinkgreve, waarin de telefonische afspraken schriftelijk werden vastgelegd. Brief van Brinkgreve aan De Wit, 21 februari 1968, Archief GB.
13. Brinkgreve 1982: p. 56.
14. Brinkgreve 1982: p. 51.
15. Vertrouwelijke notitie van Geurt Brinkgreve voor de bestuursvergadering van 18 januari 1972 in: Archief GB.
16. Brief van B&W aan de Stichting De Pinto, 26 november 1971, Archief GB.
17. Brief van B&W aan de Stichting De Pinto, 24 december 1971, Archief GB.
18. Gemeenteblad afd. 2 (1972), p. 102.
19. Adje Kaiser en Ryan Schepers, De doorbraak door de Lastage (5 februari 1953 - 2 juni 1975). Een verhaal over het gemeentelijk beleid ten aanzien van de Nieuwmarktbuurt en de oostlijn van de metro en de oppositie hiertegen, Amsterdam (doctoraalscriptie UvA) 1976, p. 88.
20. Vertrouwelijke notitie voor de bestuursvergadering van 18 januari 1972, Archief GB.
21. Notulen 9 maart 1972, Archief GB.
22. 'Plan-De Pinto aanzet voor Nieuwmarktbuurt' in: NRC-Handelsblad, 17 november 1972, Archief GB.
23. Brief van de directeur van PW aan de wethouder, 5 februari 1973, Archief GB.
24. Vertrouwelijke notitie van Brinkgreve, 5 juni 1973, Archief GB.
25. In een eerder artikel betoogde ik dat de metrorellen op de bedoelde omslag in het denken niet van doorslaggevende betekenis waren. Zie ook: Walther Schoonenberg, 'Hoe de Nieuwmarktbuurt werd gered’ in: Maandblad Amstelodamum 100 (2013), nr. 1, p. 3-23.

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.