De Nederlandsche Bank - Van Westeinde naar Frederiksplein

De Nederlandsche Bank (DNB) gaat haar kantoorgebouw uit de jaren zestig de komende jaren grondig renoveren naar een ontwerp van Francine Houben van architectenbureau Mecanoo. Van een gesloten en energieverslindend gebouw wordt het hoofdkantoor een open, duurzaam en toekomstbestendig gebouw, dat volop in verbinding staat met de maatschappij en omgeving.
Voorlopig ontwerp noordgevel aan het Frederiksplein, renovatie De Nederlandsche Bank (Mecanoo Architecten, oktober 2019)
De Nederlandsche Bank vanuit het noorden vlak na de opening (foto P.H. Goede, 1968, collectie DNB)

Er komt een openbare ruimte in het gebouw aan het Frederiksplein met een informatie- en educatiecentrum. Een groot deel van de kunstcollectie en ook numismatische collectie worden daar tentoongesteld en er zijn seminars, lezingen en debatten. Hier is ruimte voor inspiratie, wederzijdse kennisdeling, debat, innovatie, lezen en een kopje koffie. Deze publieke ruimte vormt de verbindende schakel tussen medewerkers, bezoekers, de financiële sector, samenwerkingspartners en de stad op het gebied van voorlichting, educatie, werken en cultuur. In het ontwerp brengt Mecanoo de kwaliteiten van het originele ontwerp van Marius Duintjer uit 1960 samen met de technische innovaties van onze tijd.
De compositie van de gevels en ook de kleur blijven gelijk als bestanddeel van het beschermde stadsgezicht van de binnenstad. De later toegevoegde glazen satelliettoren ruimt het veld, wat ook bijdraagt aan 'terug naar Duintjer'. IJs, weder en coronavirus dienende zal de renovatie eind 2023 gereed zijn.

Duintjer ontwierp het bankgebouw aan het Frederiksplein volgens de modernistische opvattingen van zijn tijd. Overduidelijk behoort het in 1952 voltooide hoofdkantoor van de Lever Brothers Company in New York van Skidmore, Owings & Merrill, het Lever House, tot zijn inspiratiebronnen. Het Algemeen Dagblad prees het Lever House in 1952 als 'toonbeeld van aesthetische schoonheid, efficiency en hygiëne'. Openheid en transparantie stonden voorop als kwaliteiten van de nieuwbouw van DNB. Ogenschijnlijk stonden deze uitgangspunten haaks op de strenge eisen voor de beveiliging van goud en geld, die juist vroegen om geslotenheid. Toch wenste ook de directie geen 'onneembare vesting met vervaarlijk traliewerk, van levenloze geslotenheid'.

In zijn soort een mooi gebouw

Voorlopig ontwerp zuidgevel langs de Singelgracht, renovatie De Nederlandsche Bank (Mecanoo Architecten, oktober 2019)

Over gebrek aan aandacht in de pers en het publieke debat heeft Duintjers creatie nooit te klagen gehad. Iedereen heeft er wel een mening over. Dat was al zo voordat in 1961 de eerste paal de grond in ging. Aanvankelijk zou de nieuwbouw aan de Oude Turfmarkt komen, de locatie waar DNB vanaf haar oprichting door koning Willem I in 1814 was gevestigd. Door een grondruil met de gemeente kreeg de bank in de jaren vijftig van de vorige eeuw de beschikking over het Frederiksplein voor haar nieuwe hoofdkantoor. Die plek was eerder bestemd voor een operagebouw en nòg eerder voor een nieuw stadhuis. Maar het was en is natuurlijk vooral de plaats waar eens het fameuze en spectaculaire Paleis voor Volksvlijt van de visionair en weldoener Samuel Sarphati de omgeving sierde en als trekpleister voor de hoofdstad fungeerde. Een spectaculaire brand maakte in 1929 dit Amsterdamse Crystal Palace met de grond gelijk, en die wond is nimmer geheeld bij de Amsterdammers. Critici noemden het bankgebouw smalend het Paleis van de Mammon, dat niet in de schaduw kon staan van het paleis van glas en ijzer. Velen vonden het bouwvolume van het modernistische gebouw met zijn bijna 70 meter hoge ranke hoogbouw niet passen bij de schaal van de Amsterdamse binnenstad, ondanks alle moeite die de architect zich getroostte om het gebouw zo ingetogen mogelijk in te passen in de stedenbouwkundige structuur. In zijn oorspronkelijke opzet beschikt het gebouw over kwaliteiten die het onderscheiden van andere modernistische gebouwen uit de jaren vijftig en zestig. Dat blijkt onder meer uit de goede proporties van de orthogonale architectuur, met het fraaie contrast tussen het horizontale karakter van de laagbouw en het verticale effect van de toren. Dat laatste benadrukte Duintjer door de toren iets taps toe te laten lopen naar boven, 'verjongen', en het naar boven toe in hoogte afnemen van de vensterstroken. Bovendien plaatste Duintjer de toren precies uit de zichtas van de Utrechtsestraat.

De Nederlandsche Bank vanuit het noord-westen in december 1967 (foto P.H. Goede, 1967, collectie DNB)

Een spraakmakend gebouw heeft soms tientallen jaren nodig om te rijpen en gewaardeerd te worden. Daarvan getuigt een commentaar van Vincent van Rossem, die in 2005 een lans brak voor het zakelijke en modernistische bankgebouw in zijn oorspronkelijke gedaante. Hij beschouwt het als een van de weinige naoorlogse gebouwen met enige allure dat in Amsterdam gespaard bleef. Inmiddels heeft het gebouw ook een zekere iconische waarde gekregen, die na de renovatie wellicht verder zal groeien.

Verbouwingen

Sinds koningin Juliana het hoofdkantoor officieel opende in mei 1968 onderging het een lange reeks kleine en grote verbouwingen, die voor de architectuur niet allemaal even gelukkig uitpakten. Deels hingen die aanpassingen samen met de verandering en toename van het werk van de centrale bank en veranderende beveiligingseisen. tot de grootste ingrepen aan het exterieur behoren de toevoeging van de cilindervormige satelliettoren (1990, J. Abma), de publieksentree aan het Westeinde (2004, G. Hoekstra, BDG Architecten) en een extra bouwlaag op de laagbouwvleugels (2010, M. a Campo, ADP Architecten). De eerste belangrijke interventie na de bouwtijd was de plaatsing van de hekken aan de zuidzijde langs de Singelgracht. Ook het interieur onderging vele grote en kleine verbouwingen en moderniseringen, ten koste van de oorspronkelijke ruimtelijkheid en puurheid. Waar het gebouw in de oorspronkelijk opzet was berekend op 1200 medewerkers, biedt het thans plaats aan ruim 1800 medewerkers.

Vernieuwen of renoveren?

De oorspronkelijke publieksingang aan het Westeinde (foto P.H. Goede, 1967, collectie DNB)

Nu, ruim vijftig jaar na de opening, is het gebouw technisch op. Vangnetten moeten voorkomen dat de afbrokkelende karakteristieke grestegels mensen en middelen beschadigen, de technische installaties zijn door hun levensduur heen en de glazen vliesgevel van de satelliettoren vertoont hardnekkige lekkages, wat ook op andere plaatsen in het gebouw het geval is. Verder liggen de CO2-uitstoot en het energieverbruik ver boven de hedendaagse normen. Overigens rekende Duintjer er in 1961 zelf al op dat 'het gebouw na zestig jaar verouderd en/of te klein geworden zal zijn, zodat het dan door een nieuw kan worden vervangen' (1). Dat laatste zal niet gebeuren; wel zal het gebouw in- en uitwendig een grondige renovatie ondergaan, waarna het weer helemaal bij de tijd is. Renoveren en revitaliseren in plaats van vernieuwen past ook helemaal bij de opvattingen van onze tijd, waarin duurzaamheid en circulaire economie centraal staan.
De satelliettoren wordt niet gerenoveerd, maar afgebroken. Waar mogelijk zal het vrijkomende materiaal wordt hergebruikt door onder meer herbestemming van de bestaande segmenten. De bank kan het in de toekomst zonder dit vloeroppervlak stellen doordat de inrichting van het gebouw flexibel wordt en door de verplaatsing van het goud en geld met betrokken medewerkers naar het nieuwe DnB Cashcentrum in de gemeente Zeist.

Tegels

Duintjer bekleedde het beton aan de buitengevels van zowel de laag- als de hoogbouw met in beton geschokte grestegels. De rood-bruine kleur van deze keramische tegelsoort vond hij passen bij de overwegend bakstenen gevels van de Amsterdamse bebouwing. Sommige Amsterdammers zagen meer gelijkenis met badkamertegels. Door materiaalwerking laten de tegels los van de gevel en zijn zij daardoor aan vervanging toe. Om afval en grondstofgebruik te besparen worden de tegels vermalen en komen ze terug als kleurpigment in een terrazzovloer. Bij de renovatie worden de buitengevels inclusief de karakteristieke tegels geheel vernieuwd, waarbij de compositie en de kleur, en daarmee de uitstraling van het gebouw bewaard blijven.

Hekken en figuratie

De oorspronkelijke publieksingang aan het Westeinde (foto P.H. Goede, 1967, collectie DNB) Onder: Eerste schetsontwerp uit 1960 voor het nieuwe hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank van architect Marius Duintjer, gezien vanuit het zuidwesten (collectie DNB)

Rond de plint van de noordvleugel, het deel dat de kluizen en kashal voor het publiek huisvest(te), en bij de ingangen aan Oosteinde en Westeinde kwam vanaf het begin een metalen hekwerk. Na enige tijd kreeg ook de zuidvleugel langs de Singelgracht een hekwerk tussen de pijlers. Beeldend kunstenaar Peter Struycken beschilderde het hekwerk rondom het gebouw in 1995, waarmee het een kunstwerk werd. Aangezien het gebouw open en transparant wordt, zal het hekwerk met Struyckens figuratie bij de renovatie verdwijnen. Hiermee heeft de gemeentelijke dienst Monumenten & Archeologie (M&A) ingestemd. Een deel van het hekwerk wordt hergebruikt aan de oost- en westzijde van het pand, waar het wordt opgenomen in de architectuur als referentie aan het verleden. Voor het resterende hekwerk met figuratie werkt DNB graag mee met het vinden van een herbestemming, waarover contacten zijn met onder meer Heemschut en de gemeente.

Van Westeinde naar Frederiksplein

In Duintjers opzet kwam de hoofdingang voor het publiek er bekaaid vanaf. Hij plaatste die in de westelijke van de twee binnenhoven, waardoor het ontbrak aan een duidelijk gemarkeerde ingang aan de buitenzijde van het gebouw voor te voet ko- mende bezoekers. Duintjer zag het binnenplein als een voorplein dat in de plaats kwam van de bestaande omringende bebouwing. Hij vond de oplossing voor de volgens hem 'bescheiden en betrekkelijk weinig gebruikte' hoofdingang aan het Westeinde beter dan de stedenbouwkundig meer voor de hand liggende situering aan het grote en drukke Frederiksplein, waar de ingang weinig uit de verf zou komen. Pas in 2004 kreeg het gebouw een echte publieksingang aan het Westeinde. Bij de renovatie komt de ingang alsnog aan de noordkant aan het Frederiksplein.

Gert Eijkelboom

De auteur werkt bij DNB; het artikel is niet per definitie de mening van de bank

Voetnoten:
(1) Misset's Bouwwereld, 15 september 1961.

(Uit: Binnenstad 297, mrt./apr. 2020)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.