[Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad]

Dialezing Openbare Ruimte

1. Stad op menselijke schaal

De zeventiende-eeuwse binnenstad van Amsterdam is een stad op menselijke schaal. In tegenstelling tot andere steden is deze stad niet historisch gegroeid, maar op een tekentafel in de beste tradities van de Verlichting ontworpen. Die stad is ontworpen voor de voetganger.
Vóór de opkomst van de auto maakte iedereen, rijk en arm, te voet gebruik van de buitenruimte die we vandaag de dag ‘openbare ruimte’ noemen.
In de ‘stad op menselijke schaal’ is de openbare ruimte bijzonder fraai en harmonieus.
Als we de auto’s even wegdenken, is dat vandaag de dag nog steeds het geval (zoals hier rond de heringerichte brug over de Reguliersgracht bij de Prinsengracht).
Zo’n stad nodigt uit tot gebruik van die openbare ruimte, hetgeen snel tot conflicten kan leiden tussen dat gebruik en de eisen van het (auto)verkeer.

2. Grensgebied

Juist op het grensgebied tussen de openbare buitenruimte en de private binnenruimte, de stoepenstrook, vindt het leven plaats.
In de zomer wordt het grensgebied volop door de bewoners gebruikt, als een buitenruimte, een extra huiskamer.
Toch is juist dat grensgebied op veel plaatsen verwaarloosd en verloederd.
Niet alleen door reclame maar ook door gebouwde terrassen.
Een schaamteloze privatisering van openbare ruimte waartegen de overheid niet is opgetreden. Daardoor gaat er iets verloren van het bijzondere karakter van onze unieke binnenstad.

3. Aanpassing

Er is een eeuw lang geprobeerd de stad aan te passen aan de eisen van het moderne verkeer.
Daar is de stedenbouwkundige structuur van een stad gemaakt voor de voetganger duidelijk niet geschikt voor. Dat kan alleen door grootscheepse sloop en verkeersdoorbraken, maar die tijd is voorbij.
Er zijn ook grachten gedempt om er parkeerterreinen van te maken, zoals op het Rokin waar men dacht in de parkeerbehoefte van het stadshart te kunnen voorzien. Nu moeten we slechts glimlachen om zoveel naïviteit.
Ook bewoners proberen hun eigen parkeerplaats te organiseren.
Een ernstige vorm van privatisering van openbare ruimte is het afsluiten van stegen vanwege overlast.
De overlast had in eerste instantie al de openbare ruimte geprivatiseerd, namelijk door junks, zwervers, wildplassers, e.d. De bewoners nemen op deze wijze de openbare ruimte weer in eigen handen, maar dat gebeurt eveneens door uitsluiting van anderen.
Dat staat haaks op het karakter van de binnenstad. Gelukkig zijn er nog genoeg plaatsen waar de openbare ruimte werkelijk openbaar is. Een voorbeeld is de Herenmarkt, waar je zowel moeders met kinderen als bejaarden kunt aantreffen. Helaas moet dat achter een hek, want het automobilisme is ook hier nadrukkelijk aanwezig.
Verblijfsplaatsen in de binnenstad zijn letterlijk en figuurlijk eilandjes in een stedelijke omgeving die geheel voor het (auto)verkeer is ingericht.

4. Waterstad

De belangrijkste openbare ruimte in de binnenstad van Amsterdam is het water. Juist daar waar water en land elkaar raken proef je het beste de identiteit van Amsterdam.
Dat wordt ook zo ervaren door de Amsterdammers zelf, want we zitten het liefste aan het water.
Helaas is dat vrijwel nergens mogelijk, want de mooiste plekjes zijn geprivatiseerd voor parkeerplaatsen.
Dat geldt zelfs voor de belangrijkste en mooiste grachten van Amsterdam, zoals de Heren- en Keizersgracht.
Op het water zelf hebben we de afgelopen tientallen jaren laten gebeuren dat deze in de meest letterlijke zin is geprivatiseerd: de ruimte wordt in beslag genomen door bebouwingen voor bewoning. Men noemt dat ‘woonboten’, maar in de meeste gevallen gaat het niet om boten, maar om bouwwerken op drijvende betonnen bakken.
Als men eenmaal het idee heeft dat de openbare ruimte mag worden geprivatiseerd omdat er geen overheid is die de openbaarheid handhaaft, gebeuren er rare dingen.
Dat geldt voor woonbootbewoners die een omheind tuintje maken op de wal.
Maar dat geldt ook voor walbewoners die een drijvend terras maken op het openbaar water.
De openbare bankjes in de openbare ruimte zien er vaak niet aanlokkelijk uit, zoals dit bankje aan de Amstel.
Niemand wil op dit bankje zitten, want van een fraai uitzicht op de rivier waaraan de stad haar ontstaan te danken heeft, is geen sprake. Let op: dit is niet een rommelig restgebied in de periferie, dit is de Amstel-oever in het hart van de stad.

5. 'Streets for people'

Of we het nu over het water of de wal hebben, overal wordt een gevecht geleverd om de openbare ruimte. Het is de taak van de overheid te garanderen dat deze openbaar blijft. Verwaarlozing leidt tot privatisering. Er is op dat gebied veel achterstallig onderhoud. Gelukkig is er de laatste tijd meer aandacht voor gekomen.
Uiteindelijk gaat het erom dat de openbare ruimte weer de aandacht krijgt die nodig is. Dat is in het belang van zowel bewoners als bezoekers, want opschonen en openbaar houden maakt de openbare ruimte bruikbaar en prettig voor iedereen. Dat betekent het maken van keuzes. In de praktijk is dat een keuze voor 'streets for people'.

Deze dialezing werd gegeven door Walther Schoonenberg op zaterdag 6 april 2002, in de voormalige Synagoge Uilenburg, Nieuwe Uilenburgerstraat 91, als inleiding op een debat over de openbare ruimte in de binnenstad.