Unesco

Fortengordel/grachtengordel en Noordoostpolder

Kranteberichten melden dat staatssecretaris Nuis overweegt, nu ook uit Nederland een aantal objecten voor te dragen bij de Unesco voor opneming in de lijst van cultuur- en natuurmonumenten die van wereldwijde betekenis worden geacht. Ons land loopt daarbij bepaald niet voorop.

Het plan voor die lijst werd in 1972 aangenomen. Frankrijk besloot tot deelneming in 1975, Nederland pas in 1992, een jaar later dan het miniatuur-republiekje San Marino. Men moet zich nooit haasten met culturele zaken, dat is belegen Haagse wijsheid. Dat er bij de rond 140 deelnemende staten, alfabetisch van Afghanistan tot Zimbabwe, overwegingen van nationaal prestige meespelen, ligt voor de hand. Het betekent toch iets voor Tadjikistan of Gabon om genoemd te worden naast Italië en Frankrijk. Voorzichtigheid je­ gens gevoeligheden in sinds kort onafhankelijke landen heeft zeker meegespeeld in de beperking van het aantal objecten uit de Europese landen met een uitgebreid cultureel erfgoed. Van Frankrijk zijn het er 16, van Italië niet meer dan 6, terwijl Italië van de lijst, die in 1993 378 objecten bevatte, zonder moeite de helft zou kunnen vullen met gebouwen, stadscentra en landschappen van uitzonderlijke, wereldwijde waarde.
Dergelijke kritische kanttekeningen nemen niet weg dat zo'n internationale inventarisatie zin heeft als steun aan de nationale verantwoordelijkheid voor bescherming van dat erfgoed tegen kortzichtige economische belangen. Voor Nederland geldt hetzelfde als voor andere West-europese landen, waar monumentenzorg en natuurbescherming al lang vertrouwde begrippen zijn. Er moet een beperkt aantal objecten worden gekozen, waarvan de waarde, zowel in wetenschappelijk als in kunstzinnig, maar ook in toeristisch opzicht, algemeen wordt erkend.


Ligt straks het Amsterdams Historisch Museum buiten het Werelderfgoed?
Ligt straks het Amsterdams Historisch Museum buiten het Werelderfgoed?

In de kranteberichten worden nu, wat Amsterdam betreft, de grachtengordel en de in de jaren 1883 tot 1914 aangelegde verdedigingsstelling van 38 forten en inundaties genoemd. Dat is vreemd. Die gelukkig nooit door oorlogsgeweld beproefde stelling, beschreven in Amsterdam in kaarten van prof.dr. W.F. Heinemeijer c.s., is ongetwijfeld uit militair-historisch oogpunt een interessant werk, en de forten zijn vaak mooi begroeide natuurgebiedjes geworden. Maar van internationaal belang?

En de grachtengordel? Ook dat is raar. De drie hoofdgrachten zijn een onderdeel van de door de Singelgracht en het IJ omsloten binnenstad die stedebouwkundig en historisch een samenhangend geheel vormt. Je kunt uit dat geheel niet een reep losknippen en zeggen dat dat stuk van mondiaal belang is en de rest niet. Horen het Paleis op de Dam, de Oude, de Nieuwe en de Zuiderkerk, de Oudezijds Burgwallen en de Jordaan er soms niet bij? Is het complex Begijnhof­ Amsterdams Historisch Museum van minder waarde dan de Gouden Bocht van de Herengracht? Er zou, aannemende dat het persbericht juist is, een ander soort voorzichtigheid in het spel kunnen zijn. De grachtengordel wordt niet ernstig bedreigd. Projectontwikkelaars verdienen daar veel geld met het verbouwen tot appartementen van panden die en­ kele generaties lang als kantoren zijn gebruikt. Daarbij gaan waardevolle interieurs ten gronde, maar dat zie je van buiten niet. Binnen het Singel en buiten de Prinsengracht houden de Amsterdamse gemeentediensten liefst de handen vrij voor wat ze de dynamiek van de moderne stad noemen: de dynamiek van De Kolk, de Vendex-driehoek en zo meer. Vandaar de nu al zes jaar durende weerstand tegen de aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht. De Monumentenwet noemt voor het ge­meentelijk advies een termijn van zes maanden. Van een vermelding van de fortengordel en de grachtengordel op de Unesco-lijst zal het ministerie nooit last hebben.
Ook de Noordoostpolder wordt genoemd. Dat is natuurlijk een aardig gebaar jegens de collega's van Rijkswaterstraat, maar commissaris Lammers heeft prompt laten weten dat hij niet ge­diend is van de onderscheiding. De Noordoostpol­der is een gebied in ontwikkeling, geen natuur-of cultuurmonument van wereldformaat.

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 155, december 1995)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.