Van de 271 opgeleverde werken werden er 156 zonder subsidie uitgevoerd. In zijn
voorwoord constateert ir. Apell dat er soms een spanningsveld ontstaat tussen de wensen van de opdrachtgever die zijn monument "mooier of ouder wil maken dan het is", en datgene wat "uit een oogpunt van monumentenzorg geaccepteerd kan worden", namelijk het "algemeen geldende uitgangspunt, te weten conserverend herstel".
Dat uitgangspunt, in zijn extreme vorm de doctrine dat de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis met al zijn latere wijzigingen belangrijker is dan de architectonische gaafheid van een monument, is allerminst algemeen geldend, het is niet meer dan het stokpaardje van de kunsthistorici van de rijksdienst. Het Amsterdamse BMZ heeft juist in de jaren van de grote restauratieactiviteit, globaal tussen 1965 en 1985, op dit punt een verheugende onafhankelijkheid aan de dag gelegd. Veel panden die tot verminkte krotten waren vervallen, zijn hersteld, waar nodig herbouwd met gebruikmaking van oude fragmenten.
Daardoor zijn die panden inderdaad mooier geworden en zien zij er ouder uit dan vóór de werkzaamheden. Het gaat immers niet alleen om de panden op zichzelf als document van wat er in de loop der jaren mee gebeurd is, maar vooral ook om de bijdrage van elk gebouw aan de monumentale waarde van het stadsbeeld. Daarvoor is elke herplaatste gevelbekroning een winstpunt, en elke nadrukkelijke dissonant een beschadiging. De sinds 1953 in het BMZ gegroeide bouwhistorische deskundigheid staat garant voor een verantwoorde detaillering bij reconstructies. Het is te hopen dat het BMZ dat nu zelfstandig de restauratieplannen moet beoordelen, zijn eigen op het stadsbeeld gerichte beleidslijn handhaaft, zowel tegenover de misstappen van het Welstandstoezicht als tegenover de conserverende betutteling uit Zeist, zeker als het gaat om eigenaren die zonder subsidie hun monumenten zo mooi mogelijk willen herstellen.
Een tweede kanttekening die wij willen maken bij het jaarverslag betreft het "maatschappelijk draagvlak". Monumentenzorg is bij uitstek een beleidsterrein, waarop de overheid en de particuliere eigenaren elkaar nodig hebben. De particuliere sector bestaat, behalve uit individuele eigenaars, uit instellingen als Stadsherstel en het Amsterdams Monumenten Fonds, waarvan de gemeente zelf aandeelhoudster is. Hun activiteit had in het jaarverslag toch wel even vermeld mogen worden. In de paragraaf Algemene Zaken lezen wij een sympathiek berichtje over scholen die monumenten adopteren. Op die bladzijde staat een foto van een gerestaureerde gevelsteen. Dat de herleving van de gevelstenen in Amsterdam door herplaatsing, restauratie en nieuwe ontwerpen in de eerste plaats te danken is aan de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Gevelstenen verdient zeker ook vermelding in het jaarverslag. Voor de Amsterdammers die van hun eigen binnenstad houden, zijn die zichtbare zaken belangrijker dan de interne ambtelijke reorganisaties.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 154, oktober 1995)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.