De in het Amsterdam-overleg samenwerkende verenigingen waren van het begin af tégen - wat vaker voorkomt. Hun voornaamste bezwaar was dat de schaal van de oude stad zou worden verpletterd door een rij kantoorkolossen die de stad van het IJ zou afsluiten. Ook de Kamer van Koophandel en de grootwinkelbedrijven waren niet enthousiast. De reclame-fanfares bleven echter schetteren tot dat de financiers de zaak nog eens hadden nagerekend. Hun conclusie luidde: er zit voor ons geen brood in. Toen zakte de ballon in elkaar, net als de Olympische Spelen die een paar jaar tevoren onze stad had den moeten opstoten in de vaart der volkeren. Nu heeft de Dienst Ruimtelijke Ordening zich meester gemaakt van de IJ-oevers. Eerlijk gezegd hebben wij daar ook weinig vertrouwen in, de belangstelling van de heren kennende voor het eigen gezicht van Amsterdam.
Inmiddels krijgt het woord Zuidas de weerklank die
IJ-oever had moeten hebben. Dat gaat vanzelf, zonder
"Masterplan". De gemeente moet snel wat orde scheppen in de verwaarloosde omgeving van het Station
Zuid. Na het blauw-glazen WTC verrijst daar de ene
kantoortoren na de andere. De reden is ook een leek
duidelijk: dichtbij Schiphol, spoorlijn en ringweg voor
de deur, geen gemier in de nauwe binnenstad-straten.
Wij staan niet te juichen dat het nieuwe zakencentrum
zo prachtig wordt, maar wij juichen het wel toe dat de
blijkbaar onmisbare blokken dáár komen. Het belangrijkste pluspunt is dat de hoogbouwdruk op de binnenstad daardoor kan verminderen. Het argument
(nou ja, argument?) dat Amsterdam economisch ten
gronde gaat zonder nieuwe grote, hoge kantoorgebouwen in het Centrum, gaat niet meer op.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 150, februari 1995)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.