Al snel verschijnen er in tal van bladen artikelen die deze benaming van het opgegraven muur werk niet kunnen delen. Het voornaamste argument is dat het kasteel van de heren van Amstel in Ouderkerk aan de Amstel stond, gelegen onder de Joods Portugese begraafplaats. Dat hier nooit gegraven kan worden om deze stelling te staven, is duidelijk. Volgens de Ouderkerkgroep wordt in de overgeleverde bronnen met geen woord gesproken over een dergelijk kasteel of machtscentrum in Amsterdam in de 12de en 13de eeuw. Wel blijkt dat in deze periode Ouderkerk aan de Amstel de plaats is, waar de oudste parochiekerk van het land is gevestigd. Doorgaans wordt hieraan de conclusie verbonden dat daar dan ook het juridisch en bestuurlijk centrum is te vinden.
De Archeologische Dienst schijnt al eens stralingsluchtfoto's van de begraafplaats te hebben gemaakt. Er bleek onder de ophoging inderdaad bouwsporen van waarschijnlijk een mottekasteel te liggen. Een mottekasteel ligt op een doorgaans kunstmatige heuvel. Deze heuvel is gevormd door de aarde die bij het graven van de grachten is opgeworpen. Een houten palissade en een stenen toren, een donjon, maken een motte tot een verdedigbaar geheel. (Een bekend voorbeeld van zo'n motte is de burcht in Leiden.) De conclusie van Baart was, dat er in de 12de eeuw wel een kasteel in Ouderkerk heeft gestaan, maar dat het bestuurlijke centrum in de 13de eeuw naar Amsterdam verplaatst moet zijn én dat er dan een kasteel is gebouwd. Volgens Baart worden er in de 12de en de 13de eeuw in Amsterdam drie soorten gebouwen met de op de Nieuwezijds Kolk gevonden kloostermoppen gebouwd (de gevonden bakstenen hebben de volgende formaten: 32/30 x 15/14 x 8/7 cm). Het volgende citaat uit van 15 maart 1994 zou deze redenatie moeten verduidelijken: "In die periode werden alleen kerken, kloosters en kastelen van steen gemaakt. De kerk is de Oude Kerk die aan de overkant van de Amstel stond. Kloosters waren voor die tijd nog ongewoon voor het dorpje dat Amsterdam nog was. Daarvoor moet de urbanisatie veel verder zijn. Het kan dus alleen een kasteel zijn geweest."
Vanuit tal van opzichten was de directe benoeming van het stuk muurwerk tot kasteel door Baart impulsief te noemen. In ieder geval heeft het vermeende kasteel gezorgd voor een hevige belangstelling voor archeologie en de vroege stadsgeschiedenis. De reden van de grote aandacht van publiek en pers ligt natuurlijk in het feit dat kastelen en kasteelheren een buitengewoon tot de verbeelding sprekend onderwerp zijn. Maar vooral voor de Amsterdammers, die al meer dan een halve eeuw zonder een kasteel hebben moeten leven. Het gonsde in Amsterdam. Het kasteel van de Heren van Amstel? De uitwerking van het bericht kan vergeleken worden met het effect die een vondst in Griekenland zou hebben, bivoorbeeld dat er een skelet van een centaur is gevonden. Hebben centaurs toch echt bestaan en heeft Amsterdam toch een kasteelheer gehad?
De benaming van het muurwerk als kasteel is echter niet zomaar uit de lucht gegrepen. Amsterdam lag in de 12de eeuw qua ontwikkeling ver achter bij bijvoorbeeld de Hanzesteden, die veel oudere bouwsporen hebben. Amsterdam was toen nog een kleine nederzetting. Sinds de geschiedschrijving van H. Brugmans wordt de mening aangehangen dat Amsterdam niet de bescherming van een heer en veste heeft genoten, maar door vissers en kooplui tot stad is verworden. Ter Gouw schreef in 1879 nog tal van argumentaties op om het bestaan van het kasteel van de Van Amstels in Amsterdam te bewijzen. Bijvoorbeeld dat het nu verdwenen Herenpleintje, dat gelegen was bij de Dirk van Hasseltssteeg, nog een herinnering was aan de verdwenen vesting van de heren van Amstel. De geschiedschrijvingen beginnen in de 17de eeuw, wanneer er een grote behoefte ontstaat over kennis over de eigen stadsgeschiedenis. De eerste geschiedschrijving van Amsterdam is van de hand van Johannes Isaacszn. Pontanus en is verschenen in 1611. Hij schrijft meteen als eerste over een kasteel. Want ouden van dagen kunnen hem vertellen dat ten tijde van de stadsvernieuwing rond de Dirk van Hasseltssteeg er in de grond op grote muren werd gestuit. Op de eerste kaart van Amsterdam uit 1533 van de hand van Cornelis Anthoniszn. is dit gedeelte van de stad al met vele huizen bebouwd. In de erven en bebouwing is geen spoor meer te ontdekken van een groot gebouw. Twee eeuwen daarvoor, in 1333, werd een stuk grond met een breedte van 42 meter uitgegeven. De grond was afkomstig uit grafelijk bezit en loopt vanaf het Damrak tot aan de Nieuwezijds Voorburgwal enerzijds en de Nieuwezijds Kolk en de Dirk van Hasseltssteeg anderzijds. De graaf van Holland is in het bezit gekomen van dit gebied, nadat de goederen van de heren van Amstel in 1296 verbeurd waren verklaard. Meteen komt de volgende vraag op: wat heeft er dan vóór de uitgifte op deze plek gestaan? Immers, dat er een gebouw heeft gestaan, moet haast wel, omdat er overal omheen al lang gebouwd en gewoond werd.
Over deze materie nu wordt al eeuwen geredetwist. Er wordt gebakkeleid over de plaats, de grootte en vooral het bestaan ervan. Bij elke schrijver over heerst er een gelijk, want met alle mogelijke bewijzen en redenen worden de denkbeelden gestaafd, terwijl men zich er ook niet voor schaamt om de ander onder uit te halen. In deze eeuw zijn veelvuldig polemieken over het kasteel en de uitgegeven erven verschenen, met name in het maandblad Amstelodamum (zie bijvoorbeeld de jaarboeken 28, 29, 30, 36 en 40). De polemieken van de voor- en tegenstanders van het kasteel komen neer op de interpretatie van de geschriften. Het is nu duidelijker dat de opgraving, een tastbaar overblijfsel, de strijd om het kasteel weer zo hevig heeft doen oplaaien. Er wordt uitgekeken naar een degelijke verhandeling van alle onderzoeksresultaten van de opgraving. Want met de tot nu toe via de pers toegereikte informatie blijft de discussie alleen maar in hevigheid toenemen om uiteindelijk weer te doven.
Toch blijft de stelligheid, waarmee de Archeologische Dienst het gevonden fundament tot kasteel heeft uitgeroepen, onbegrijpelijk. Nooit zijn er enige alternatieven geopperd, die daarna met de juiste argumentaties zijn weerlegd. Zoals bij voorbeeld:
- Een aarden stadswal van gestapelde kleizoden werd opgegraven onder de verdwenen panden Dirk van Hasseltssteeg 8-14. Deze wordt gedateerd kort na 1300. Deze stadswal hangt volgens de Archeologische Dienst samen met de verkregen stadsrechten in 1300 of 1301. Ook wordt door sommigen één van de drie oudste poorten van Amsterdam bij de Kolk gesitueerd, wat samen kan hangen met de gevonden aarden stadswal. Ook het feit dat er een vesting om de stad kan hebben gestaan, wordt geheel terzijde geschoven.
- Tot slot, de Nieuwezijds Kolk werd in 1349 aan de zuidzijde gedempt. De Kolk zorgde voor een verbin ding tussen de Amstel en de Boerenwetering. De
loop van de Boerenwetering is nog terug te vinden in de Nieuwezijds Voorburgwal. Het is mogelijk dat er een soort sluis heeft gestaan om het waterniveau van deze twee wateren te kunnen beheersen. In 1501 wordt er in een tekst geschreven dat er een veemarkt op de Kolk is gehouden, zodat we ervan uit kunnen gaan dat de Kolk in zijn geheel gedempt is.
Het is een ieder duidelijk dat wat het opgegraven muurwerk ook moge zijn, het is voor Amsterdam oud én bijzonder. Ook de overige opgegraven vond sten maken duidelijk dat er steeds meer raadsels omtrent de oudste stadsgeschiedenis langzaam worden opgelost. De bijzonderheid van de vondst lijkt een beetje vergeten te worden in de verhitte discussie over het kasteel van de heren van Amstel. Het vereiste gereedschap voor een discussie moet door de Archeologische Dienst worden gegeven, namelijk het op een heldere wijze presenteren van alle uit komsten van het onderzoek en alle mogelijkheden tot interpretaties. Dit is de enige manier om een discussie te voeren.
Eind januari gaat de Archeologische Dienst bij het fundamentonderzoek van de panden Dirk van Hasseltssteeg 2, 4 en 6 een proefsleuf graven, waarbij mogelijk de grootte van het muurwerk kan worden vastgesteld. De komende publikaties en verhandelingen zullen ons duidelijk moeten maken, of de Archeologische Dienst inderdaad een kasteel aan het daglicht heeft gebracht. In ieder geval hebben de sloop en de demontage van de vele panden in dit gebied enige zin gekregen, want de vondst is uitermate intrigerend.
Annemiek Teesing
(Uit: Binnenstad 150, februari 1995)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.