Volgens Bosma "doet Monumentenzorg er beter aan mee te denken over veranderingen in het verkeer en de dienstverlening in de binnenstad. Want ook de pogingen van de gemeente
het autoverkeer terug te dringen brengen het Centrum als museum dichterbij". Nu weet iedereen die wel eens een krant leest dat Monumentenzorg zich moet bezighouden met beschermde gebouwen in hun stedebouwkundige context, en niet met verkeer en dienstverlening. Verder doet het vreemd aan dat een kunsthistoricus het woord "museum" als een
soort duister schrikbeeld hanteert, want waar blijft
de kunsthistorie zonder musea?
Maar goed, we weten allengs, elke kreet, hoe dom
ook, is voor onvolwassen geesten bruikbaar om ergernis te lozen over wat hun eigen belangrijke bestaan voorafging.
Hoe zien deze beeldenstormers-in-spe de oude stad? Zoiets als een palimpsest, dat is een handschrift, bij voorkeur op perkament, waarvan de oorspronkelijke tekst werd weggekrabd om er iets anders op te schrijven. Voordat de papierfabricage uit textielvezels vanuit China West-Europa had bereikt gebeurde dat nogal eens, want perkament is een duur materiaal. Het wordt vervaardigd van geite- of schapehuiden en het vergt een uitvoerige toebereiding. De naam komt van de stad Pergamon, in het huidige Turkije, waar de produktie tot bloei kwam, toen, tweeduizend jaar geleden, Egypte de export verbood van het uit papyrusriet vervaardigde papier, omdat men in Pergamon een even belangrijke bibliotheek wilde stichten als in Alexandrië. Vooral in de vroege middeleeuwen was het geen uitzondering dat klassieke manuscripten als palimpsesten werden verwerkt voor kerkelijk gebruik. Dan verdwenen de teksten, waarvan men nu nog het verlies zeer betreurt. Met de modernste technische en chemische middelen lukt het soms om fragmenten van het eerste gebruik te reconstrueren, maar veel is onherroepelijk verloren gegaan.
Een oude stad is te vergelijken met een geschiedenisboek. De historie tekent zich niet alleen af in de gebouwen uit de loop der eeuwen, maar ook, sterker misschien nog, in rooilijnen en perceelsgrenzen, waterlopen en niveauverschillen. Onder het voor het oog waarneembare stedelijke weefsel verborgen ligt dan nog het bodemarchief, waarvan delen kunnen worden onderzocht, wanneer tijdens de voorbereiding van een bouwplan de archeologen de gelegenheid krijgen voor een opgraving. De vondsten vullen elkaar aan om het beeld van de vroegste geschiedenis te completeren.
In tegenstelling tot een eenmaal gedrukt boek verandert het oude stedelijke weefsel voortdurend. Elke verbouwing, zelfs elke restauratie brengt wijzigingen mee. Het is een misvatting, of beter nog: een propagandatruc, om op het instandhouden van monumentale gebouwen door restauratie en herbestemming het afkeurende etiket "conservatief" te plakken. Die activiteit is evenzeer een onderdeel van de hedendaagse bouwproduktie als de glazige kantoor en woontorens in een nieuw stadsdeel, waar de geschiedenis pas aan haar eerste hoofdstuk toe is. In de oude stad komt het er op aan, het geschiedenisboek leesbaar te houden. Dat is niet een hobby van enkele architectuurhistorici, maar een essentiële belevingswaarde voor de bewoners, werkers en bezoekers in de oude stad. Het is geen toeval dat de binnenstad de hoogste gewaardeerde woonbuurt van het gehele stedelijke gebied blijkt te zijn, juist omdat het géén schoongekrabd palimpsest is, maar een leesbaar verhaal.
De verdienste van de heren Palmboom en Bosma op het Arcam-symposium is dat zij duidelijk, zonder de wattige camouflageteksten waar het gemeentebestuur in uitblinkt, gezegd hebben wáár het keuzemoment ligt. Voor hen - en achter hen voor alle projectontwikkelaars, architecten, financiers en ambtenaren die het wel zo bedoelen, maar niet hardop durven te zeggen - is de oude stad wèl een palimpsest. Je krabt er een stuk uit weg, liefst zo groot mogelijk, en je gebruikt het grondvlak opnieuw voor een eigen verhaal dat niets meer met het vroegere te maken heeft. De tekst die moet verdwijnen wordt dan gediskwalificeerd als "museum voor buitenlandse toeristen", en dat is zéér minderwaardig, stoffig, verouderd, onrendabel, kortom: een sta-in-de-weg voor moderne mensen. We weten waar we aan toe zijn met deze heren: vijanden van Amsterdam.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 144, februari 1994)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.