In werkelijkheid wonen er géén muziekstudenten in het hofje - voor die groep bestaat de aparte stichting Jan Pietersz. Huis die meer aandacht besteedt aan geluidsisolatie - de huren voor de één- en tweekamerwoningen liggen tussen f 250 en f 500 per maand, afhankelijk van de grootte, van de huurders of hun ouders is nooit een bijdrage in de restauratiekosten gevraagd of ontvangen, van de 60 wooneenheden is de helft bestemd voor studenten aan de instellingen voor kunstonderwijs, de andere voor permanente bewoning, waaronder bejaarden uit de buurt. Kortom: er klopt niets van het verhaal van de wethouder.
Eén telefoontje naar het ten stadhuize niet onbekende adres Aalsmeerder Veerhuis had het waarheidsgehalte van dergelijke stemmingmakerij aan het licht gebracht.
Het Claes Claesz. Hofje werd gerestaureerd, gedeeltelijk herbouwd tussen 1968 en 1973. Het was het eerste herstelproject van enige omvang in de Jordaan, waar in '68 nog een "bevriezingsverordening" van kracht was, om bouwinitiatieven te blokkeren. Wat de gemeentelijke diensten voor ogen hadden bleek uit het fraai uitgevoerde vouwblad "Aan de Jordaanbewoners" waarin staat dat alleen een radicaal saneringsplan een eind zou kunnen maken aan de toestand van verval en ontvolking. Een plattegrond gaf aan, hoe mooi het zou worden met bredere straten, plantsoentjes en zo meer. Daarvoor moest wel driekwart van de bestaande bebouwing verdwijnen. Jammer dan, maar je moet wat over hebben voor de vooruitgang.
Het Claes Claesz. Hofje ging uit van een ander idee, namelijk dat het mogelijk zou zijn om met handhaving, herstel en aanvulling van de bestaande bebouwing in de ondiepe blokken van de Jordaan prettige wooncomplexen tot stand te brengen. Dat is in het hofje gelukt. Het gemeentelijke saneringsidee werd na de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 van tafel geveegd, er kwam een globaal bestemmingsplan dat tenminste de stedebouwkundige structuur intact liet. Enige tijd later begon de stadsvernieuwingsoperatie, waarvoor veel huizen zijn gesloopt die wel uitgewoond waren, maar niet bouwvallig, om plaats te maken voor nieuwe woonblokken die weinig verband hebben met de bestaande schaal en structuur.
Op 24 november jl. kwam in de raadscommissie een
bouwplan aan de orde voor 49 koopwoningen bij de
Nieuwe Leliestraat. Tegen de hiervoor nodige slopingen
waren omwonenden in het geweer gekomen
die van mening zijn dat deze "moderne blokkendozen"
hun buurt om zeep helpen. Het protest kwam
ditmaal niet van de z.g. oudheidkundige verenigingen,
maar van de buurtbewoners. Het Parool van
25 november meldt: "Wethouder Genet (PvdA) van
Volkshuisvesting vindt het bedenkelijk dat Amsterdammers
het behoud van hun omgeving belangrijker
achten dan stadsvernieuwing. Doordat steeds
vaker wordt geprotesteerd tegen vervangende
nieuwbouw in de wijken, dreigt het Amsterdamse
bouwprogramma in de knel te komen".
Dat zou inderdaad héél erg zijn. Het zou ambtelijke
formatieplaatsen kunnen kosten. Amsterdammers
mógen hun woonomgeving niet belangrijker vinden
dan een gemeentelijk programma. Zó'n houding is
elitair!
(Uit: Binnenstad 143, december 1993)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.