Is dan alle inspanning tevergeefs geweest? Niet helemaal. Uit het schimmenspel van goedkeuringen, vrijstellingen en - vooral! - ongeïnteresseerdheid zijn enkele contouren duidelijker geworden. Daar was een raadslid die opmerkte dat de bezwaarmakers dan maar beter moeten opletten. Inderdaad, het bouwplan had ter visie gelegen, gedurende de kersttijd weliswaar, wanneer ook het stadhuis vele dagen dicht is, en de aandacht meer op de huiselijke kring dan op de publieke zaak is gericht. En zo was de wettelijke termijn voor bezwaarschrif ten ongemerkt gepasseerd. Dat is nu precies de doctrine van de "terugtredende overheid" in haar slechtste vorm: als er niemand piept kun je controversiële zaken binnenskamers regelen. Daar was het interview van Frans Heddema met Ab Vos, directeur van de Bouw- en Woningdienst, voorzitter van de Schoonheidscommissie, en enkele leden-architecten, in Het Parool van 14 augustus. In ons vorige nummer gaf prof. Van der Tweel daarvan enkele treffende citaten. Volgens de Schoonheidscommissie gaat het om een goed modern gebouw, een gedurfd experiment dat grondig door de commissie is bekeken en Girod is nu eenmaal een goede architect. Nuttig om te weten, hoe het Welstandstoezicht over het binnenkort beschermde stadsgezicht binnenstad denkt. Dat is bouwterrein voor gedurfde experimenten van gewaardeerde collega's. Het imposante rapport De schoonheid van Amsterdam door dezelfde commissie, waarin zoveel mooie woorden staan over rekening houden met de historische omgeving, dient dan om het domme publiek dat wél van de bestaande stad houdt, zand in de ogen te strooien, of te wel te belazeren.
Ook over het beschermde stadsgezicht is de affaire 'Résidence Amstelveld' verhelderend. Op 12 augustus 1989 zond de minister van WVC aan het gemeentebestuur het voorstel om de binnenstad, globaal begrensd door de Singelgracht, volgens art. 35 van de Monumentenwet in te schrijven als beschermd stadsgezicht. Volgens dat wetsartikel moet de gemeenteraad binnen zes maanden over zo'n voorstel advies uitbrengen, maar dat is vier jaar later nog altijd niet gebeurd. Toen namens degenen die bezwaar hadden tegen het bewuste bouwplan aan de minister werd gevraagd, of zij in deze zaak stappen zou willen ondernemen, luidde het antwoord op 27 augustus 1993 dat daartoe de formele mogelijkheden ontbraken, aangezien door het uitblijven van het gemeentelijk advies de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht nog niet had plaatsgevonden. De brief eindigde aldus "Wanneer advies uitblijft zal ook zonder advies een beslissing worden genomen".
Merkwaardig snel, op 10 september, reageerde de wethouder monumentenzorg. Hij vroeg zich af, op welke problemen de minister eigenlijk doelde. De bouwvergunning was immers conform de voorschriften verleend. Het advies zou komen wanneer het gemeentebestuur zijn overleg met de minister van VROM over eventuele huurconsequenties zou hebben afgerond. De brief eindigde aldus: "Wij achten het niet gepast dat u thans de indruk wekt dat de gemeente Amsterdam nalatigheid kan worden verweten".
Met andere woorden: een bouwplan, waarvan honderden omwonenden en verschillende organisaties vinden dat het een aanslag is op het stadsbeeld, levert géén problemen op, een wettelijke termijn van zes maanden geldt niet voor Amsterdam, en het is héél ongepast van de minister om daar een aanmerking op te maken. Dat kan de minister in haar zak steken!
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 143, december 1993)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.