Eén ding stond vast: dit gebouw is van zo grote monumentale waarde, in architectonisch, historisch èn stedebouwkundig opzicht, dat het hoe dan ook moet worden hersteld. Nu het Huis de Pinto functioneert als filiaal van de Openbare Leeszaal en zetel van de Nationale Contactcommissie Monumentenbescherming in de volgens de oude rooilijn herbouwde Sint Antoniesbreestraat, lijkt dat vanzelfsprekend. Iets dergelijks was aan de hand met het West-Indisch Huis, dat in december 1975 uitbrandde. Daar was de opgave nóg ingewikkelder, omdat het gebouw bestaat uit delen van 1617, 1623, 1825 en 1873, die onderling weinig samenhang en veel niveauverschillen hebben. De enige manier om de restauratie aan de gang te krijgen was een "plan herstel brandschade", waarvoor subsidie kon worden aangevraagd. Toen het werk eenmaal aan de gang was, heeft het stichtingsbestuur met vele potentiële gebruikers overleg gevoerd, en achteraf gezien is het aan toevallige contacten te danken geweest dat bij de voltooiing op 1 mei 1981 een goede combinatie van bestemmingen was gevonden. De in 1873 aan gebouwde zuidvleugel bevat bejaardenwoningen, de gelijktijdige oostvleugel is verbonden met de kappen en huisvest de Volksuniversiteit. Deze bouwdelen hadden geen waardevol interieur en konden dus geheel opnieuw worden ingedeeld. Het belangrijkste deel van het complex zijn de uit 1617-1623 daterende vleugels aan drie zijden om de binnenplaats, met de westelijke aanbouw uit 1825: vier monumentale zalen en drie kamers met gangen en trappen. Daar kwamen de gemeentelijke trouwzalen, terwijl de souterrains, bekend als de Piet Heynkelders, werden gehuurd door Sonesta voor recepties. Trouwen in het West-Indisch Huis is een succes geweest; zowel de ambtenaren van de Burgerlijke Stand als het publiek toonden zich enthousiast over de stijlvolle omgeving. De herbouwde stoep op de binnenplaats was in die jaren een van de meest gefotografeerde plekjes van de stad. Het stichtingsbestuur drong er daarom al in 1983 bij Burgemeester en Wethouders op aan die bestemming te handhaven. Het antwoord was afwijzend, in de bouwplannen van de Stopera waren trouwzalen voorzien, en dat zou niet worden gewijzigd. Opnieuw begon het zoeken naar een of meer in het gebouw passende huurders. De vele belangstellenden die het West Indisch Huis bekeken kwamen tot een gelijkluidende conclusie: een prachtig gebouw, maar te onpraktisch voor modern kantoorgebruik, alleen geschikt voor lezingen, congressen, recepties en partijen.
Bij de fondsenwerving voor de restauratie had het feit dat daar, in de vergaderzaal van de bewindhebbers van de West-Indische Compagnie, het besluit was gevallen om op Manhattan de nederzetting Nieuw Amsterdam te stichten, een belangrijke rol gespeeld. Verschillende bedrijven toonden zich bereid tot flinke giften voor het "geboortehuis van New York". Die historische betekenis was aanleiding tot de oprichting van de stichting John Adams Instituut ter bevordering van de Nederlands Amerikaanse betrekkingen, genoemd naar de eerste Amerikaanse ambassadeur in Nederland. Het idee is een instituut in de trant van het Maison Descartes of het Goethe-Instituut. Omdat Amerika, in tegenstelling tot verschillende Europese landen, voor dat doel geen overheidsgeld ter beschikking stelt, moet de financiering geheel uit particuliere fondsen komen. Het John Adams Instituut moest dus op beperkte schaal beginnen en heeft in zijn aanloopfase niet meer nodig dan een klein kantoor in het West-Indisch Huis, en periodiek een of meer zalen voor lezingen. De lezingenserie door Amerikaanse auteurs zijn een groot succes. Om het gebouw te vullen na het vertrek van de trouwzalen was méér nodig. In juni '89 lag daarvoor een mede namens de gemeente ontwikkeld plan ter tafel tijdens een vergadering bij de wethouder Monumentenzorg, namelijk een "Amsterdam Summer University", die in de zomermaanden cursussen zou houden voor buitenlandse studenten. Verder voorzag het plan in vestiging van verschillende op Amerika georiënteerde instellingen, waaronder het John Adams Instituut, en inschakeling van een cateringbedrijf dat door zalenverhuur voor inkomsten zou zorgen. De initiatiefnemers, de Hogeschool voor de Kunsten en de Universiteit, gingen uit van aankoop van het gebouw door de gemeente, waarbij het grootste deel van de hypothecaire lening als eenmalige saneringsbijdrage zou worden afgeboekt.
Het bestuur van de stichting Het West-Indisch Huis wees dit niet af, maar vernam later dat aankoop door de gemeente toch niet opportuun werd geacht. In een uitvoerige nota aan de gemeente werkte het stichtingsbestuur het voorstel Summer University nader uit, wijzend op de noodzaak van een hoofdhuurder die voor de interne dienst gedurende de andere maanden zou moeten zorgen. Er kwam geen antwoord, het voorstel Summer University is geruisloos verdwenen. De trouwzalen waren al in oktober '88 verhuisd, het John Adams Instituut was met twee medewerksters de enige bewaker van de leegstaande ruimten. Ook Sonesta was vertrokken, toen het vertrek van de trouwzalen vaststond. Incidentele zalenverhuur bracht weinig op, ook omdat deze nodig moesten worden opgeknapt. Het stichtingsbestuur heeft de nodige maatregelen genomen om een eind aan de leegstand te maken. De entree is veranderd, de zalen zijn opnieuw gestoffeerd en er is een trapverbinding gemaakt tussen de souterrains en de hoofdverdieping. Voor drie kamers zijn kleine kantoren als huurders gevonden en voor de vier zalen en de Piet Heyn-kelders is een overeenkomst opgesteld met het cateringbedrijf A Matter of Taste. In brieven van 18 december '89, 21 maart '90, 25 juni '90 en 3 september '90 zijn Burgemeester en Wethouders op de hoogte gehouden van de vorderingen, met dringend verzoek om nader overleg omdat volgens de garantiebepalingen de gemeente akkoord moet gaan met verhuringen. Op geen van die brieven en nota's is ooit antwoord gekomen. Wel was wethouder Genet aanwezig, toen in februari '91 het gebouw met enige feestelijkheid heropend werd, bij welke gelegenheid de Amerikaanse ambassadeur een door vrienden uit New York geschonken gevelsteen onthulde.
Toen in april '91 een uitnodiging kwam voor een bespreking bij de wethouder verwachtte het stichtingsbestuur dat het lang uitgestelde overleg kon worden hervat. In plaats daarvan werd het bestuur, zonder een woord van verklaring over het gemeentelijke stilzwijgen, verrast met de mededeling dat er eindelijk een goede bestemming was gevonden, namelijk het Kattenkabinet, de verzameling kunstwerken en andere voorwerpen met katten als onderwerp van mr. B. Meijer, die bereid was 3,5 miljoen aan de gemeente te betalen, als hij de beschikking kon krijgen over het West-Indisch Huis. Dat dit voorstel op het stadhuis in goede aarde was gevallen, ligt voor de hand. Door de verhuizing van de trouwzalen was het grootste deel van de huurinkomsten weggevallen, zodat de stichting de kapitaalslasten niet meer kan betalen en de hypotheekhouder, het ABP, deze op grond van de garantie aan de gemeente declareert. Uit de nu volgende besprekingen en correspondentie tussen de gemeente enhet stichtingsbestuur bleek dat bij vestiging van het Kattenkabinet in het West-Indisch Huis het bureau en de activiteiten van het John Adams Instituut, waarvan het belang voor de Amsterdam-promotie in Amerika door het gemeentebestuur werd onderschreven, konden worden gehandhaafd, en dat de Volksuniversiteit naar een groter gebouw zou verhuizen. Het stichtingsbestuur kwam na intensief beraad tot de conclusie dat door een combinatie van Kattenkabinet, John Adams Instituut en en beperkte zalenverhuur door A Matter of Taste inderdaad een levendiger invulling van het gebouw kan worden bereikt, die bovendien op den duur voor de gemeentelijke financiën gunstiger zal uitwerken dan het eerste voorstel van mr. Meijer. Op één punt ging het stichtingsbestuur niet akkoord met diens voorstel, namelijk dat de huidige bestuursleden zouden aftreden en mr. Meijer zouden benoemen tot "formateur" van een nieuw bestuur. Dát, zo meent het stichtingsbestuur, is een verkapte vorm van eigendomsoverdracht, welke in strijd is met de eigen verantwoordelijkheid voor het wel en wee van het met zoveel moeite en kosten gerestaureerde monument, en het is ook niet nodig, want het een en ander kan in huurcontracten worden geregeld.
De vestiging van het Kattenkabinet in het West Indisch Huis is dus op dit moment, begin oktober, nog niet zeker. Wat het stichtingsbestuur betreft: graag, maar dan normaal als huurder, en dan kan, na het vertrek van de Volksuniversiteit, circa 1000 m2 vloeroppervlak ter beschikking worden gesteld, met daarnaast, gedurende de zomermaanden wanneer er geen lezingen of recepties zijn, de beschikking over de andere zalen voor bijzondere tentoonstellingen.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 129/130, sep./okt. 1991)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.