Niet alleen de Stichting De Waag is failliet

Vele malen is de bewogen geschiedenis van de Waag, de oude Sint Antoniespoort verteld, te beginnen met de eerste steenlegging op 28 april 1488. Eén jaartal wordt zelden genoemd: 1829. Toen stond de Waag samen met de Jan Roodenpoortstoren en de Haringpakkerstoren op de gemeentelijke slooplijst.

De gesloten poort van de Waag, verslonst en verveloos, verbergt de monumentenverwaarlozing in het interieur. De boven de dorpel zichtbare leidingbuizen wijzen op de glazen uitbouw die hier volgens het failliete plan had moeten komen.
De gesloten poort van de Waag, verslonst en verveloos, verbergt de monumentenverwaarlozing in het interieur. De boven de dorpel zichtbare leidingbuizen wijzen op de glazen uitbouw die hier volgens het failliete plan had moeten komen.

Waarschijnlijk is het aan de chirurgijns, die het Theatrum Anatomicum tot 1869 in gebruik hebben gehad voor anatomie-onderwijs, te danken geweest dat dit "no nonsense"-besluit niet werd uitgevoerd. Na verhuur van de begane grond aan particulieren, na de Brandweer die het gebouw in 1873 betrok en in 1892 plaatsmaakte voor het Gemeentearchief werden vanaf 1914 plannen gemaakt om het Amsterdams Historisch Museum in oprichting in het Waaggebouw onder te brengen. Door de eerste wereldoorlog en de moeilijke jaren erna duurde het tot 1926, voordat het nieuwe museum geopend kon worden. In december 1925 besloot de gemeenteraad aan het Waaggebouw op de Nieuwmarkt de bestemming te geven van Amsterdams Historisch Museum en de schenking van de dames Van Eeghen te aanvaarden. De dames M.C. en C. van Eeghen hadden namelijk in opdracht van hun overleden broer J.H. van Eeghen f 20.000 beschikbaar gesteld voor de inrichting van het museum. Burgemeester en wet houders waren zeer erkentelijk voor deze gift en gaven opdracht aan de beeldhouwer W.B. IJzerdraad om de erkentelijkheid in een gedenksteen vast te leggen. De gedenksteen werd in de muur van het portaal ingemetseld.

In Amstelodamum (maandblad no. 4 van jaargang 1926) besluit de redacteur A.E. d'Ailly zijn uitgebreid artikel over de geschiedenis van het Waaggebouw met de volgende woorden: "Men zou kunnen zeggen dat de Waag nu met zijn nieuwe bestemming wordt gepensioneerd en als rentenier voortaan een rustig leven kan gaan leiden, terug blikkend in het rijke leven, dat hij achter zich heeft. Sterk van leden en gezond van constitutie als onze eerbiedwaardige grijsaard nog is, mogen wij hopen en verwachten, dat hem nog een lang leven beschoren moge zijn".

Het Amsterdams Historisch Museum heeft zich net als de Brandweer en het Gemeentearchief in het Waaggebouw gunstig kunnen ontwikkelen. Voor het Museum betekende de verhuizing naar het voormalig Burgerweeshuis in 1955 een meer dan verdiende uitbreiding. De groei van de collecties en de toename van het bezoek bevestigen de juistheid van de indertijd genomen besluiten. Het feit dat de verhuizing al jaren van te voren vaststond is wellicht de oorzaak geweest dat er van gedegen onderhoud nauwelijks sprake is geweest. Ik heb de indruk dat ook in de periode tot 1986, toen vervolgens het Joods Historisch Museum - de opvolger van het Amsterdams Historisch Museum in het Waaggebouw - een nieuwe en vrijwel ideale huisvesting ging betrekken in het voormalig synagogecomplex aan het Jonas Daniël Meijerplein, alleen het meest noodzakelijke onderhoud is verricht. Dit betekent wel dat de laatste grondige herstelling van het gebouw in 1926 heeft plaatsgevonden.

Theatrum Anatomicum

Lang voor de definitieve verhuizing van het Joods Historisch Museum stond vast dat er opnieuw een bestemming moest worden gevonden. In januari 1986 maakte de Stichting 'Theatrum Anatomicum' een plan bekend om op de oorspronkelijke plaats, onder de kap, een reconstructie te maken van het Theatrum. Een succesvolle reconstructie was in Leiden in 1975 gerealiseerd. Een interessant museum met een 'wassen lijk, geraamtes, preparaten en instrumenten zou een onderdeel kunnen worden van een museum met specifieke Amsterdamse en medische en farmaceutische aspecten. Interessant materiaal is er in overvloed beschikbaar. Voor de stad, de gemeente, de Amsterdammers en de toeristen historisch heel aantrekkelijk. Een opknapbeurt leek voldoende om het gebouw weer voor lange periode veilig te stellen. Door sponsoring leek een en ander geen problemen op te leveren.

Het voorstel Theatrum Anatomicum was niet het enige. De gemeente had plannen gevraagd en die kwamen in overvloed. Met feilloze zekerheid wist het gemeentebestuur, eigenaar en beheerder van dit cultureel erfgoed, de slechtste kandidaat te kiezen. Dat was de 'stichting Centrum de Waag' die met een bombastisch verhaal kwam om de Waag volgens ontwerp van de Franse architect Phlippe Starck, het "wonderkind van het Franse design", te herscheppen tot een bruisend centrum van informatica, congressen en zo meer, met een enorme glazen uitbouw richting Sint Antoniesbreestraat.

De uitgekozen initiatiefnemers, die vooral uitblonken in hun zin voor avontuur en niet gehinderd werden door vakkennis en ervaring, hebben het proces door rookgordijnen lang weten te rekken. De stichting is failliet. Er liggen nog onbetaalde rekeningen. De gemeente heeft veel geld verloren en mist de inkomsten uit huur en het gebouw ligt er desolater bij dan in de vijf voorgaande eeuwen het geval is geweest.

Het is echt onvoorstelbaar, hoe ondeskundig en liefdeloos met dit rijksmonument is omgesprongen. Een eikehouten 17de-eeuwse spiltrap en balustrade verdwenen bij gebrek aan opslagruimte bij Monumentenzorg in de puinbak en vervolgens in de open haard.

Alsof er geen Bouw- en Woningtoezicht bestond, alsof er geeen Bureau Monumentenzorg meer functioneerde, alsof het een oude loods op een verlaten haventerrein betrof is er met het pand omgesprongen. Er is gehakt en gebroken. Er zijn leidingen aangebracht die er zo snel mogelijk weer uitgehaald moeten worden. De luchtbehandelingskanalen, -kasten en -ruimten misstaan niet in een van Harer Majesteits fregatten. De bierleidingen geven aan dat in tegenstelling tot het bestemmingsplan hier geen sprake zou zijn van een bescheiden horeca-voorziening ter ondersteuning van de sociaal-culturele functie op de bovenverdiepingen, maar dat hier sprake zou zijn van een biervoorziening op voor Amsterdam ongekende schaal.

Het herstel van de schade zal veel geld gaan kosten. Omdat executies en lijfstraffen sinds 1849 zijn afgeschaft is het op de oude wijze bestraffen niet het beste uitgangspunt. Herhaling van dit soort kostbare mislukkingen zou echter niet meer mogelijk moeten zijn.

Bewonersraad Nieuwmarkt

In een brief van 29 april 1991 heeft de Bewonersraad Nieuwmarkt aan de wethouder voor de Monumentenzorg, de coördinatie van de stadsvernieuwing en grondzaken een advies uitgebracht. Een werkgroep kwam hierbij tot drie uitgangspun ten:
1. de monumentaliteit van het gebouw
2. het effect op de rehabilitatie van de buurt
3. de exploitatie.
De monumentaliteit van het gebouw dient absolute prioriteit te krijgen.
De verschijningsvorm moet onaangetast blijven. Het interieur moet ook in de toekomst volledig tot zijn recht komen.

Het bestemmingsplan schrijft voor dat de begane grond verdieping mag worden gebruikt voor niet zelfstandige horecavoorzieningen. Evenals indertijd bij het vrijkomen van het Oude Stadhuis zou een onafhankelijke commissie van deskundigen de monumentale kwaliteiten van het gebouw moeten inventariseren en richtlijnen voor het gebruik, het behoud en het herstel moeten opstellen. Tot zover de brief van 29 april 1991 van Bewonersraad Nieuwmarkt.

Op dit moment, begin juni, zijn er acht nieuwe plannen ingediend. Twee plannen zijn de eerste selectieronde gepasseerd. Een van de twee, waarschijnlijk het meest kansrijke plan, gaat uit van het afmaken van het plan van Philippe Stark. Financieel, en dat is toch nog steeds het belangrijkste uitgangspunt van het gemeentebestuur, het interessantste, omdat de sloop van al het ijzerwerk dan niet nodig zou zijn. Een bouwvergunning voor de omstreden glazen uitbouw, waarvan de fundering onder de nieuwe straatstenen is verdwenen, zou dan misschien niet nodig zijn. Een leuke kluif voor juristen.

Het tweede plan zou huisvesting bieden aan een sociëteit met 1500 leden. Schrijvers, cineasten, documentaire filmers, wetenschappers, fotografen, kunstenaars en acteurs zouden voor f 400 per jaar (exclusief BTW) lid mogen worden.

Pensioen, VUT of rentenieren

Monumentale gebouwen - en dat geldt ook voor de Waag - gaan niet met de VUT of met pensioen. Van rentenieren is al helemaal geen sprake. Maar het principe dat iedere vierkante meter veel geld op moet brengen is evenmin realistisch. Gemeenteraad, doe je plicht en begin met de betere uitgangspunten, zoals in de brief van de Bewonersraad zijn aangegeven, bindend op te leggen aan de Wethouder en het Grondbedrijf.

De Bond Heemschut heeft de plannen van de nu failliete stichting aangevochten tot en met de Raad van State. Als de Raad van State de gemeente Amsterdam niet ten onrechte het voordeel van de twijfel had gegund, zou veel schade, financieel en bouwtechnisch, zijn voorkomen. De gemeenteraad als hoogste orgaan zou zich kritischer moeten opstellen ten opzichte van plannen van gemeentelijke diensten. Op de opgeknapte Nieuwmarkt staat het Waaggebouw nu als een aanklacht tegen het falende gemeentelijke beleid.

De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad heeft adhesie betuigd met de brief van de Bewonersraad Nieuwmarkt.
Het is wel te hopen dat vóór het 40-jarig jubileum van het Gemeentelijk Bureau voor de Monumentenzorg de schade aan de Waag is hersteld en dat er een passende en waardige bestemming is gevonden. Mocht dat niet het geval zijn, dan is er naar mijn mening voor een jubileumfeest in 1993 geen enkele aanleiding.

Frans Amende

(Uit: Binnenstad 128, juli 1991)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.