Bij de vragen-na-afloop vertelde de gemeente-archivaris dat daar op een werf van sloopmaterialen stukken beeldhouwwerk lagen die, volgens hem, afkomstig moesten zijn uit Amsterdam, en hij bood aan om samen te gaan kijken. In een dikke mist stonden wij de volgende ochtend tussen stapels bakstenen, balken en hardstenen zerken, en inderdaad, daar lagen tussen de rommel brokken zandsteen die waarschijnlijk eens deel hadden uitgemaakt van een halsgevel-bekroning.
Kort daarop werd het restauratieatelier Uilenburg opgericht met een klein beginkapitaal. De fragmenten werden voor een redelijke prijs gekocht, naar Amsterdam vervoerd, en uitgelegd. De beschadigingen vielen mee, wat ontbrak kon met zekerheid worden aangevuld; het was omiskenbaar een Amsterdamse gevelbekroning, met vazen op de klauwstukken en een jaartalsteen 1740. Maar waar kwam zij vandaan? De verkoper wist alleen dat de stenen al voor de oorlog op de werf lagen, en dat zijn vader de partij had gekocht van een collega in Oudewater. De voorstelling van het reliëf onder de boog bood houvast voor het speurwerk. Omstreeks 1910 was op de Zeedijk een huis gesloopt dat in zijn geveltop een schaap toonde, drinkend uit een kuip. De breedte van dat perceel kwam overeen met de gevonden top: de herkomst was gevonden. Maar de toekomst? Dergelijk decoratief beeldhouwwerk komt alleen maar tot zijn recht in de situatie waar voor het is gemaakt, van onderen gezien op een hoogte van ongeveer 12 m. Terugbrengen op de oorspronkelijke plek is natuurlijk de ideale oplossing, maar dat is zelden mogelijk. Tweede keus is plaatsing in een overeenkomstige situatie. Dat kon in de Tuinstraat-vleugel van het Claes Claesz. Hofje, waar enkele lege percelen moesten worden "ingevuld". Het architectenbureau Prins ontwierp één van die panden op de breedte van de in Zierikzee gevonden top. Het is een sobere gevel in 18de-eeuwse trant, in harmonie met de feestelijke gebeeldhouwde top.
Mág dat? Volgens sommige kunsthistorici niet, de gevel wekt de indruk uit 1740 te dateren, en dat is geschiedvervalsing. Er zijn ook architecten die herbouw principieel afkeuren; het gaat om het eigen tijdse accent; en bij voorkeur om het eigen visitekaartje. Het argument voor reconstructie is dat er een stukje Amsterdam wordt hersteld, dat op zich zelf én in verband met de omgeving een hoge kwaliteit heeft. Wij menen dat dit argument zwaarder weegt dan geschoolmeester van de ene en ijdeltuite rij van de andere kant.
Geurt Brinkgreve
(Uit: Binnenstad 124, december 1990)
Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.
Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.
Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.