De woonschepen, een stapje verder

Uit reacties van onze lezers blijkt dat de inspanningen om de 'wildgroei op het water' te beteugelen, met grote belangstelling worden gevolgd. Wij wachten nu op de uitspraak van de Raad van State op ons bezwaarschrift tegen de woonschepenclausule in het Bestemmingsplan 'Westelijke Grachtengordel', waarvan de openbare behandeling op 23 mei jl. door de afdeling Geschillen van bestuur plaatsvond.

Woonboot tegenover Keizersgracht 761-765
Woonboot tegenover Keizersgracht 761-765

Het bezwaar gold twee zaken, namelijk de legalisering van het aantal woonschepen dat op 30 oktober 1984 zonder vergunning binnen het plangebied ligplaats had gekozen, en voorts iedere uitbreiding van het aantal ligplaatsen.

Mr. J.A.L. Rehbock, optredend als raadsman van de vereniging, verwees naar de notitie van Burgemeester en Wethouders van 13 april 1988, waarin het voornemen wordt uitgesproken om de circa 1100 gedoogde woonschepen te legaliseren. Alle toezeggingen ten spijt worden de wal bewoners op geen enkele wijze betrokken bij het ambtelijke of bestuurlijke overleg, terwijl de woonschipbewoners die in aantal slechts een fractie uitmaken van het aantal wal bewoners, oververtegenwoordigd zijn. Onze vereniging erkent dat het wonen op het water een aanvaarde en aantrekkelijke woonvorm is, maar meent dat daarvoor dan ook dezelfde regels moeten gelden als voor wal bebouwing, zoals Bouwverordening, Welstandstoezicht, politiedwang, Woningwet en Onroerendgoedbelasting. Onaanvaardbaar achtte mr. Rehbock de zinsnede in de laatste notitie ter zake van de gemeente dat aan de woonschipbewoners al te lang iedere rechtszekerheid is onthouden. 'Vele woonboten zijn zonder vergunning maar ergens gaan liggen; protesten van walbewoners worden door de administratie niet aanvaard. Heeft de wal bewoner géén recht op rechtszekerheid?'

Als frappant voorbeeld van de toegeeflijkheid van de gemeente werd genoemd de onlangs vóór Keizersgracht 96/98 afgemeerde betonnen bak van maximale afmetingen met een opvallende opbouw, waarvoor toestemming werd verleend, in strijd met het voornemen om alleen nog als schip herkenbare woonboten toe te laten. Het verzet van de vereniging, zo betoogde mr. Rehbock, betreft in de eerste plaats de bescherming van de kwetsbare binnenstad, in het bijzonder in de grachtengordel. Zijn conclusie luidde dat de vereniging blijft bij haar eis dat legalisering van gedoogde schepen binnen het plangebied onder de vigeur van de huidige regelingen onaanvaardbaar is en derhalve door de Kroon behoort te worden geweigerd, en dat uitbreiding van het aantal ligplaatsen op grond van dezelfde overwegingen niet door de Kroon moet worden toegestaan.

Wijzigingen richtlijnen bij vervanging van woonboten


Woonarken in de Prinsengracht bij de Brouwersgracht
Woonarken in de Prinsengracht bij de Brouwersgracht

Inmiddels is een nieuw voorstel van Burgemeester en Wethouders verschenen en 5 juli behandeld in de openbare zitting van de Commissie van bijstand Algemene Zaken. Het betreft een wijziging van de richtlijnen bij vervanging van woonschepen, zoals deze bij besluit van 22 maart 1988 waren vastgesteld. De discussie spitste zich toe op het artikel dat beoogde, vervanging te verbieden van een woonark door een andere woonark, niet alleen in de grachtengordel, maar ook onder meer in de Amstel, de Zwanenburgwal en de Waalseilandgracht. Daartegen richtte zich de actie van de woonschipbewoners en dat is ook wel te begrijpen, want die maatregel zou op de lange duur leiden tot het verdwijnen van alle woningen op de genoemde stadswateren. Ook bungalows op betonnen bakken hebben niet het eeuwige leven. Zeker zouden de meeste walbewoners zo'n 'uitstervingssysteem' van harte toejuichen, maar niemand kan de woonschipbewoners kwalijk nemen dat zij er anders over denken. Wonen op het water in de binnenstad is nu eenmaal goedkoop en plezierig. De raadsleden vonden ook dat die bepaling te ver zou gaan, met het gevolg dat deze uit het voorstel werd geschrapt. Minstens zo belangrijk is echter de zonder discussie aanvaarde nieuwe redactie van art. 5, sub 1: 'Het is niet toegestaan dat een woonschip wordt vervangen door een woonark in het gebied, begrensd door de Singelgracht, de Nieuwe Vaart, Oosterdok, Westerdok en het Westerkanaal.' Dit houdt in dat voor de hele binnenstad een regime gaat gelden, waardoor verdere toename van het aantal woonarken wordt uitgesloten. Woonschepen die volgens de gangbare begripsbepaling zijn gebouwd en herkenbaar blijven als vaartuigen, mogen alleen door soortgelijke woonschepen worden vervangen. Het aantal voor bewoning ingerichte voormalige binnenvaartschepen groeit echter niet meer, zulke schepen worden al lang niet meer gebouwd en vroeg of laat raken de ijzeren karkassen onbruikbaar. Feitelijk is de woonschepenvloot al aan het verminderen, de groei zit in de relatief goedkope betonnen bakken met opbouw. In het plangebied 'Westelijke Grachtengordel' waren op 1 maart 1984 totaal 81 woningen op het water geteld, waarvan 65 woonschepen en 16 woonarken, verder 11 dekschuiten en 6 schepen met opslag of bedrijfsvaartuigen.
Bij een onderzoek door enkele leden van onze vereniging op 17 mei 1989 werden weinig veranderingen in die cijfers geconstateerd. Volgens de nieuwe vervangingsregeling mag het aantal arken in dit gebied niet groter worden dan 16, en dat is naar onze mening eigenlijk al te veel.

Toch is er reden tot enig optimisme. Op het stadhuis wordt het voortwoekeren van woonschepen en arken in de binnenstadswateren niet langer behandeld als een zaak die kan worden afgedaan met het 'legaliseren' van de gegroeide situatie. Uit de provo-tijd afkomstige teksten dat de ontsierende troep zo 'ludiek' zou zijn, hebben hun effect verloren. Men realiseert zich dat er algemene belangen in het spel zijn, zoals de monumentale kwaliteit van het stadsbeeld en de rechtsgelijkheid tussen walbewoners en bootbewoners. Maar het is een lange weg die moet worden afgelegd vóórdat de gevolgen van een uit de hand gelopen tolerantie zullen zijn verdwenen.

Geurt Brinkgreve

Over het woonbotenprobleem staat in het zojuist verschenen Stedelijk Verslag 1988 op blz. 22/23 het volgende:

"Een ander leefbaarheidsprobleem vormen de Amsterdamse woonschepen. Het voornaamste punt was, dat er geen duidelijk beleid werd gevoerd ten aanzien van het wonen op het water in Amsterdam. Er waren officiële woonschepen en illegale woonboten, waarvan een aantal werd gedoogd. Juist die onzekerheid zette de deur open voor misstanden. Vandaar dat er in 1988 een duidelijke lijn werd afgesproken. Van de 2610 woonschepen in Amsterdam werd er tot april 1100 gedoogd. Die gedoogde schepen zijn ook legaal gemaakt. Slechts 50 bleken te liggen op onaanvaardbare plaatsen. Dat zijn als regel plaatsen waar zij hinder opleveren voor de scheepvaart. Die woonboten krijgen een andere ligplaats. Het verhaal van de woonboten is daarmee overigens nog niet af. Het komt zeker terug als punt van discussie. Als straks de stad bestuurlijk verdeeld zal zijn in zestien stadsdelen, krijgen die ook het beheer over 710 ligplaatsen voor woonschepen. De deelraden zullen daarvoor hun eigen regels gaan opstellen. Dat levert in Amsterdam zonder twijfel discussie op."

De vraag mag worden gesteld, of dan het beleid door de zienswijze van zestien verschillende bestuursinstanties niet nog onduidelijker zal worden.

(Uit: Binnenstad 116, augustus 1989)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.