Trouwen in het stadhuis

Dat Amsterdamse bruidsparen van 1 mei 1981 tot 30 september 1988 in het West-Indisch Huis aan de Haarlemmerstraat moesten zijn om door een ambtenaar van de Burgerlijke Stand "in het huwelijk te worden verbonden", was een toevalstreffer. Een terloopse opmerking van een ambtenares die met een gezelschap het restauratie-werk-in-uitvoering bezocht, had het stichtingsbestuur op dat spoor gezet.
"Dit bruidspaar is te vroeg!" Wervingsfoto voor de trouwzalen W-I. Huis 1979

Zoeken naar een passende bestemming voor een historisch gebouw doet vaak denken aan de spreekwoordelijke speld in een hooiberg. Zeker was dat het geval bij een complex als het West-Indisch Huis, bestaande uit drie vleugels uit het eerste kwartaal van de 17de eeuw, een aanbouw aan de westzijde uit 1825, een aanbouw aan de zuidzijde uit 1873 en een oostvleugel uit 1873, met talrijke niveauverschillen tussen de bouwdelen. De 19de-eeuwse vleugels boden de minste moeilijkheden voor een herbestemming: daar waren nauwelijks sporen aanwezig van een oorspronkelijke indeling. Waarschijnlijk zijn de scheidingswanden van hout geweest of van "Brabants werk" - gips op tengelwerk met rietmatten -, en die waren al weggesloopt, toen het voormalige luthers Wees- en bejaardenhuis in 1954 werd ingericht tot kantoor en magazijn van een textielgroothandel. De zuidelijke aanbouw, aanvankelijk een hoge kerkzaal, was bij die gelegenheid al horizontaal gesplitst. Deze omstandigheid maakte het mogelijk om de 19de-eeuwse vleugels van een compleet nieuwe indeling te voorzien: woningen aan de zuidzijde en leslokalen voor de Volksuniversiteit in de oostvleugel, terwijl in de westelijke aanbouw uit 1825 de nodige moderne voorzieningen - lift en toiletgroepen - konden worden ondergebracht. Dat gaf de architect de vrijheid om de historisch waardevolle kamers, zalen en trappenhuis weer in hun oorspronkelijke ruimtewerking te herstellen. Met tal van potentiële huurders is overleg gevoerd over de bestemming van het 17de-eeuwse hoofdgebouw. Er is sprake geweest van het Vlaams Cultureel Centrum, dat ten slotte in de Brakke Grond terecht kwam, er zijn besprekingen geweest met de BNA en verschillende andere instellingen. Telkens bleek dat er te veel praktische bezwaren rezen, totdat tijdens een rondleiding door de restauratie aan het stichtingsbestuur de vraag werd gesteld: hebt u wel eens aan de trouwzalen gedacht? In het Prinsenhof had de secretarie de daarvoor gebruikte ruimte hard nodig voor andere doeleinden, er waren altijd strubbelingen met opstoppingen en parkeren, en hoezeer de ambtenaren van de Burgerlijke Stand ook hun best deden om het trouwen met enig feestelijk ceremonieel te omlijsten, het bleef rommelig, omdat er steeds mensen doorheen liepen die met iets anders bezig waren.
Kort daarop zaten de architect en de secretaris van het stichtingsbestuur bij de directeur van de Dienst Bevolkingsregister. Wat waren de gebruikseisen en hoe zouden die ingevoegd kunnen worden in de 17de-eeuwse vertrekken, met hun aanbouw-1825? Na enig passen, meten en schuiven bleek dat wonderwel te passen: een ruime entree aan de Haarlemmerstraat, twee zalen voor grote en twee kamers voor kleine gezelschappen, veel ruimte voor wachten en feliciteren, en een aparte uitgang aan de oostzijde over de herbouwde stoep en de binnenplaats. Bij de afbouw werd rekening gehouden met de wensen van de Burgerlijke Stand. Met koperen kronen aan de balkenplafonds, enkele meubels en schilderijen uit het Historisch Museum en verder modern meubilair richtte de dienst zijn nieuwe verblijf in. Het West-Indisch Huis werd door de gemeenteraad aangewezen als ''huis der gemeente", zodat aan de wettelijke bepalingen was voldaan.


Sfeervol trouwen (1-9-1981)
Sfeervol trouwen (1-9-1981)

Sinds bruidsparen niet meer verplicht zijn in hun woonplaats te trouwen, gingen vóór 1981 heel wat partijen uit Amsterdam naar Weesp, de Rijp of Graft, kortom naar een nabije gemeente met een stijlvol historisch stadhuis. Het West-Indisch Huis betekende een ommekeer: het aantal in Amsterdam gesloten huwelijken steeg weer en dat hield aan tot 30 september j.l. De ambtenaren toonden zich gelukkig met hun eigen huis en de reactie van het publiek was enthousiast. Het stichtingsbestuur verzocht daarom al spoedig aan Burgemeester en Wethouders om de bestemming trouwzalen permanent te maken. De plannen voor het Stadhuis-Muziektheater waren toen nog niet definitief, men zou daar kunnen volstaan met een enkele kamer voor mensen die hun huwelijk beslist in het officiële stadhuis wilden sluiten. Het antwoord was afwijzend: in het bouwplan waren drie vertrekken voor huwelijks sluitingen gereserveerd en de accommodatie in het West-Indisch Huis zou slechts tijdelijk zijn. Amsterdammers die willen trouwen dienen naar hun eigen stadhuis te gaan, zó was de strekking. Daar hoort echter een kanttekening bij: het hoéft niet. Voor de wet is trouwen al lang niet meer de algemeen geldende voorwaarde om te gaan samenwonen, en wanneer een paar ten slotte tot het huwelijk besluit, dan mogen zij kiezen wáár de plechtigheid zal plaatsvinden. De op gang zijnde binnengemeentelijke decentralisatie maakt het mogelijk om in de eigen wijk te trouwen, en men kan 'uitwijken' naar een andere gemeente. Waarom dan niet óók in het West-Indisch Huis?

Edoch: plan is plan en besluit is besluit; met enig verdriet verlieten de ambtenaren van de Burgerlijke Stand het statige gebouw aan de Haarlemmerstraat, waar het trouwen door de omgeving echt tot een stijlvol feest werd gemaakt. Wat is ervoor in de plaats gekomen? Wij citeren de beschrijving van Renée Steenbergen in NRC-Handelsblad van 29 september 1988:
"De drie trouwzalen zijn het leukst. Vooral Wim T. Schippers leefde zich uit en maakte een uitdragerij van 'zijn' kamertje. Een t.v.-stoel, een keukenstoel, een collegestoel compleet met schrijfblad: dat zijn enkele van de zitmeubels die hij in rijen voor de tafel van de ambtenaar zette. Het lijkt wel een huiskamer waar het publiek tussen de schuifdeuren zit op alles wat in huis voorhanden is. In de felicitatieruimte erachter-die overigens een prachtig uitzicht biedt op de Amstel - bevinden zich temidden van vele minstens zo merkwaardige voorwerpen twee nep-zuilen. De ene is een in tweeën gebroken exemplaar, de andere is van schuimrubber en geeft mee als je er als wachtende steun zoekt. Jeroen Henneman ging in op de ceremonie en gebruikte symbolen als man-vrouw, dag-nacht om uitdrukking te geven aan de echtverbintenis. Pieter Engels was meliger en stelt trouwlustigen in de gelegenheid aan elkaar geklonken te worden; de ambtenaar slaat dan een gouden spijker door de twee stoeltjes waarop man en vrouw zitten. Het is allemaal een beetje mager, deze grootse kunstaankoop.... De geselecteerde kunstwerken verlenen het stadhuis geen allure, maar geven er het aanzien aan van een volkshogeschool."
Erg enthousiast klinkt dat niet, maar, wie weet, komen er toch bruidsparen die ontvankelijk zijn voor het "eigentijdse accent" van de decorateurs. Of het een verstandig besluit is geweest ten opzichte van het publiek, de ambtenaren van de Burgerlijke Stand en .... de gemeentefinanciën om daarvoor het West-Indisch Huis prijs te geven, is een andere vraag. Voor het West-Indisch Huis betaalde de gemeente nog geen f 400 per vierkante meter per jaar, het nieuwe stadhuis kost, zo hoort men fluisteren, f 800 per vierkante meter per jaar!

Geurt Brinkgreve

(Uit: Binnenstad 112, november 1988)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.