Stationseiland

Schriftelijke inspraak

Betreft: Schriftelijke inspraakreactie SPvE Stationseiland e.o.

In een raadsadres, gedateerd 30 november 2000, heeft het 'Amsterdam-overleg', bestaande uit enkele behoudsorganisaties waaronder de VVAB, het gemeentebestuur gevraagd de recente aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht als een nieuw feit mee te nemen.
Historisch waterfront vóór de aanplemping van de Prins Hendrikkade en de bouw van het C.S.

Dit betekent dat grote waarde moet worden toegekend aan de beleving van de historische stad als een stad aan het water. Hoge bebouwing langs de spoorlijn sluit de stad af van het IJ in plaats van dat de stad juist naar het IJ wordt teruggebracht. Een beperking in bouwhoogte tot 30 of liever nog 24 meter is gewenst (dus zeker niet de 47 meter van het PTT-gebouw), terwijl bij de plaatsing van de gebouwen rekening gehouden moet worden met de zichtlijnen vanuit de stad naar het IJ en vice versa. Waar mogelijk moet vanuit de stad de openheid van het IJ ervaren worden. Vanaf het IJ en vanuit de trein moet het historische waterfront en het zicht op de stad met haar torens zoveel mogelijk worden beleefd. Voldoen de voorgestelde bouwvolumes aan deze criteria? Volgens ons is daar niet of nauwelijks naar gekeken.
De hoogbouw op het Westelijke Stationseiland en aan het Westerdok ligt precies ter hoogte van de westelijke grachtengordel. Dit betekent dat de hoogbouw die daar gepland is vanuit de grachtengordel goed te zien zal zijn en dus ervaren zal worden als een afsluitende en afwerende muur. Door gebrek aan inzicht in het belang van vrije zichtlijnen is al veel verpest. Voorbeeld: Vanuit de straatjes in de Haarlemmerbuurt was vroeger vrij uitzicht op het IJ. Zo had de Binnen- en Buiten Wieringerstraat aan beide zijden vrij uitzicht. Aan de ene kant was er de Herengracht, aan de andere kant de weidsheid van het open IJ. Dat is voorgoed verpest door de bouw van een woningblok in de zichtlijn van de Binnen Wieringerstraat. Een kleine verschuiving van het gebouw had hier kunnen volstaan. Zulke fouten moeten voorkomen worden.
Ook het zicht van de Westertoren vanaf het IJ vermindert door de bouw van de genoemde muur van hoogbouw. De toren, de landmark van de oude stad, zal na bouw van de voorgestelde volumes vanaf het IJ niet of nauwelijks nog zichtbaar zijn.
Er is al een voorbeeld van slecht geplaatste hoogbouw, namelijk de Wagon-Lits toren naast het Ibis Hotel. Deze kantoortoren staat precies in de zichtlijn van het Singel en zou in het kader van het nieuwe feit van het beschermd stadsgezicht afgebroken of verplaatst moeten worden.
Bovenstaande uitgangspunten kunnen ook toegepast worden op de planvorming ten aanzien van het Stationseiland. Het stedenbouwkundig programma heeft als uitgangspunt het versterken van de eilandstructuur en het verbeteren van de zichtrelaties tussen stad en de ruimte van het IJ. De entree van de stad wordt het domein van de voetganger. De kwaliteit van de openbare ruimte is momenteel zeer slecht, inderdaad een "hobbelige lappendeken van inferieure materialen". Het is verheugend dat de kwaliteit daarvan wordt verbeterd en dat alle overbodige obstakels worden verwijderd. Dit klinkt ons allemaal als muziek in de uren.

Open Havenfront in 1961 Bouw van de 'tijdelijke' noodbrug in 1961

Uit deze uitgangspunten vloeit logisch gezien ook het terugbrengen van meer water van het Open Havenfront voort. Door vergissingen in het verleden is er helaas minder mogelijk dan wenselijk zou zijn. Wij denken dan met name aan de versmalling van de Prins Hendrikkade voorbij de Martelaarsgracht die niet mogelijk is vanwege de daar aanwezige parkeergarage. Wij zijn blij dat de 'tijdelijke' noodbrug voor de historische Nieuwebrug eindelijk wordt verwijderd. Het visuele effect daarvan wordt echter meteen weer opgeheven door het maken van een nieuwe brug, een voetgangersbrug. Deze nieuwe brug is o.i. geheel overbodig, aangezien de Nieuwebrug als de historische waterverbinding tussen de Oude en Nieuwe Zijde genoeg capaciteit biedt voor dit voetgangersverkeer. De route van Centraal Station naar Zeedijk wordt met de nieuwe voetgangersbrug maar een paar meter korter. Wij achten deze extra voetgangersbrug overbodig en ongewenst.

De oude Kamperbrug, gesloopt in 1961.

Dan de situatie bij de Schreierstoren. Gelukkig komt het 'Schreiersplein' niet meer in de huidige plannen voor, maar het kan o.i. nog beter. Wij zien niet in waarom naast de Kamperbrug nog een smalle bus- en voetgangersbrug nodig is. De Kamperbrug wordt al verbreed en kan ook dienen voor de busroute naar de Oostertoegang, zoals vanouds het geval is. Door het achterwege laten van de extra brug naast de Kamperbrug wordt het wateroppervlak voor de Schreierstoren en de watertoegang van de OZ Kolk maximaal gehouden. Dat is belangrijk omdat hier vanaf het water sprake is van een weergaloos stadsgezicht.

Tenslotte spreken wij onze verontwaardiging uit over het feit dat de Prins Hendrikkade aan de Oude Zijde nauwelijks wordt versmald. Nu een belangrijke verkeersstroom verdwijnt, is het mogelijk de kademuur te verleggen. Dit gebeurt nu alleen op de Prins Hendrikkade tussen Damrak en Martelaarsgracht, maar niet op de Prins Hendrikkade ten oosten van het Damrak tot voorbij de Schreierstoren. (Ten westen van de Martelaarsgracht is er het probleem van de parkeergarage.)

De in de loop van de tijd steeds verder oprukkende kademuur (afbeelding uit Ons Amsterdam).

Momenteel is de kadebreedte hier 33 meter. Tot 1961 was de kade 18,5 meter en tot 1891 zelfs 8,5 meter (de historische kadebreedte, gelijk aan die op de grachten). Het terugbrengen van water ter compensatie van het verdwijnen van water aan de IJ-zijde van het Centraal Station zou hier dan ook veel drastischer moeten zijn. Nu is de reductie nul meter. Ons voorstel is de situatie van vóór 1961 te herstellen, althans voor wat betreft de hoge kade. Daarvoor kan nog een lage kade als aanlegplaats voor boten liggen. Dat is ook consistent, want de verbreding in 1961 ten koste van het water en de bouw van de 'tijdelijke' brug vóór de Nieuwebrug waren beiden de consequentie van de verkeersplannen in de jaren zestig die nu in feite worden teruggedraaid. Dat betekent dat er dan meer ruimte is voor ruimtelijk water gecombineerd met aanlegplaatsen voor openbaar vervoer te water. Dit is toch het minste wat we mogen verwachten, nu aan de andere zijde van het IJ maar liefst dertig meter water verdwijnt? Dat is ook in overeenstemming met het beleid water terug te brengen waar mogelijk. (Zie het Waterplan Amsterdam.)

Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

Walther Schoonenberg
voorzitter

Amsterdam, 19 december 2000

[Werkgroep Water]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.