Bouwen in Amsterdam, Het woonhuis in de stad

H.J. Zantkuyl, Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg / Gemeentearchief Amsterdam, Architectura & Natura, Amsterdam, 1993, heruitgave 2007.
Uitgave 1993 Uitgave 2007

Gebonden. 21 x 34 cm. 765 pagina's. Prijs: € 125,-.
Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel/uitgeverij Architectura & Natura.

De verenigingsdoelstelling "verbreding van de kennis van Amsterdam" is de drijfveer geweest voor het boek Bouwen in Amsterdam door Henk Zantkuijl, dat eerst in afleveringen in Binnenstad verscheen, en in 1993 in samenwerking met de uitgever Architectura et Natura gebundeld werd tot een imposant boekwerk. Het is hét standaardwerk over de traditionele Amsterdamse architectuur, in het bijzonder het woonhuis, geworden. De heruitgave van 2007 bevat een voorwoord van Walther Schoonenberg.

Ontwerptekening Philips Vingboons (Illustratie uit het besproken boek.)

Het was tijdens de bestuursvergadering van de Vereniging Vrienden van Diogenes onder voorzitterschap van Dick Dooijes, op 9 maart 1973, dat besloten werd een periodiek uit te geven getiteld Bouwen in Amsterdam. Gedurende vier á vijf jaar zou per kwartaal een aflevering verschijnen waarin Henk Zantkuijl, toen hoofdarchitect van het Bureau Monumentenzorg, een samenvatting met tekeningen en beknopte teksten wilde geven van zijn colleges aan de Technische Hogeschool in Delft over de geschiedenis van het Amsterdamse woonhuis.

Het besluit dit verhaal in afleveringen uit te geven was ontstaan uit ergernis. In 1966 hadden enkele gemeenteraadsleden een nota ingediend over het falende welstandstoezicht in de binnenstad. Er moesten, zo schreven de indieners, duidelijker toezichtscriteria komen en vooral een strengere handhaving om verdere verstoring van het stadsbeeld door dissonante gebouwen tegen te gaan. De nota werd verwezen naar de Raad voor de Stedebouw. Een commissie kwam na uitvoerige discussie tot de slotsom dat er een compendium moest worden samengesteld van wat nu precies de kenmerken zijn van de Amsterdamse huizen waarmee nieuwe gebouwen in harmonie zouden moeten leven. En toen gebeurde er jarenlang niets. De nota en het advies lagen in een archiefla, tot 9 maart 1973.

De bestuursleden van de Vereniging Vrienden van Diogenes (welke in 1975 zou opgaan in de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad) wisten wat zij wilden: een uitgave tot stand brengen waarvoor, naar hun mening, de gemeente opdracht had behoren te geven. Maar zij hadden geen flauw idee van wat het worden zou. Het begon met afleveringen van 16 pagina's, de laatste telden 44 pagina's en in totaal werden het geen 20 maar 60 afleveringen. Bouwen in Amsterdam werd geen handleiding voor de beoordeling van bouwplannen; het werd een complete architectuurgeschiedenis, die nu eens niet de kerken en paleizen maar het burgerwoonhuis centraal stelt. De afleveringen 49 tot en met 60, over de jongere bouwkunst uit de periode 1850-1940, hebben de dissertatie gevormd waarop Henk Zantkuijl in 1991 promoveerde aan de Technische Universiteit in Delft. De afleveringen werden op minutieuze wijze geredigeerd, eerst door Chris Smeenk en later door Dick Baas Becking. Tijdens dit jarenlange werk is vaak de verzuchting geuit: 'eigenlijk zou het een boek moeten zijn'. Dankzij Architectura & Natura is die wens in 1993 werkelijkheid geworden.

Het 750 bladzijden tellende boek kwam mede tot stand dankzij de financiële steun van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, het Prins Bernhardfonds, het Mr. De Vos van Steenwijkfonds en een anonieme gever.

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.