VVAB maakt bezwaar tegen gedeeltelijke sloop Rasphuispoortje

Met toestemming van het gemeentebestuur en zonder advies in te winnen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is het monumentale Rasphuispoortje aan de Heiligeweg losgehakt uit de muur waardoor het poortje een losstaand object werd. De Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) adviseerde tegen de sloop, maar ondanks dit negatieve advies werd de vergunning toch verleend.
Zo staat de Rasphuispoort er momenteel bij. (foto Wim Ruigrok)

Het poortje van het Rasphuis aan de Heiligeweg (1603) is het enige nog aanwezige restant van de 17de-eeuwse mannengevangenis. Het ontwerp in renaissancestijl wordt toegeschreven aan stadsbeeldhouwer Hendrick de Keyser (1565-1621). Het reliëf boven de toegang toont een wagenmenner staande op een met (rasp)houtblokken geladen wagen, die wordt voortgetrokken door zesspan leeuwen. Daarboven een spreuk van Seneca: "Virtutis est domare quae cuncti pavent" (Hetgeen daer alle man om swicht te temmen is manhaftheitsplight vertaalde P.C. Hooft). De bekroning bestond oorspronkelijk uit een fronton met het wapen van Amsterdam en twee leeuwen, maar dat werd in ca. 1700 vervangen door de Castigatio-groep, waarin de stedenmaagd wordt uitgebeeld die twee geketende mannen tuchtigt. Het poortje staat van oudsher in de rooilijn van de Heiligeweg en vormde de toegang tot het voormalige Rasphuis.

Met de komst van het Kalvertoren-complex (1994-1995) werd het poortje een toegang tot het winkelcentrum. Op 11 december 2015 diende de eigenaar van het complex, de Kroonenberggroep, een aanvraag in om het poortje los te maken uit de gevelwand en het muurwerk aan weerszijden van de poort te slopen. Hierdoor zou de entree tot het winkelcentrum worden vergroot, althans ogenschijnlijk, want de nieuw ontstane openingen zijn te smal voor voetgangersverkeer. De door de ingreep ontstane openingen zouden worden afgesloten met een borstwering van Belgisch hardsteen met daarboven een hek "dat aansluit bij de stijl en het ontwerp van het bestaande toegangshek".

Door deze ingreep is het poortje echter een losstaand object geworden, een uit historisch bouwmateriaal bestaand ornament, waaraan de context is ontnomen. Bovendien oogt het uit de gevelwand losgemaakte poortje in de omgeving van het winkelcentrum nu als wezensvreemd element.

Het metselwerk achter de poort is duidelijk te zien. (foto Wim Ruigrok)

Over de sloopaanvraag is veel discussie geweest, want op 4 februari 2016 werd de beslistermijn met zes weken verlengd, waarna deze nog vijfmaal is opgeschort tot op 8 november 2016 voor de aangevraagde werkzaamheden een omgevingsvergunning werd verleend. Dat was 'contrair' aan het negatieve advies van de Commissie van Welstand en Monumenten (CWM) van 17 februari 2016: "Niet akkoord. De commissie handhaaft haar negatieve standpunt met betrekking tot het openen van de gesloten muurdammen. De toepassing van een smeedijzeren hekwerk, gelijk aan het bestaande hekwerk, is goed inzichtelijk gemaakt maar overtuigt de commissie niet. Het resultaat van de ingreep is hetzelfde: de poort verandert visueel in een losstaand, autonoom object. Dit blijft onwenselijk omdat de poort van oudsher opgenomen is geweest in een muur. Het transparanter maken van de afscheiding tast daarmee het oorspronkelijke karakter van de poort aan."

Wanneer wij ons de poort voorstellen, denken wij aan de geornamenteerde omlijsting van het gat in de muur – de feitelijk poort. Hier rusten de zandsteenblokken tegen een 60 cm dikke baksteenmuur, waarbij ze circa 10 cm in die muur zijn opgenomen. Omdat de blokken zonder dit muurwerk niet overeind kunnen blijven staan, maakt het achterliggende en omringende metselwerk onlosmakelijk onderdeel uit van de poort; een poort veronderstelt niet alleen een doorgang, maar ook een afbakening. De gemeente heeft het muurwerk aan weerszijden van het poortje echter niet als onderdeel van het beschermde rijksmonument beschouwd, want de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is niet om advies gevraagd: de vergunning zegt zelfs expliciet dat de ingreep niet aan de eisen voor een dergelijk Rijksadvies voldoet.

Als motivering voor de vergunningverlening werd aangegeven: "De aanvraag betreft het verwijderen van twee muurdammen van beperkte breedte (< 1 meter breed), waarvan de monumentale waarde niet is aangetoond. [...] Met de ingreep wil de architect meer openheid rond de poort creëren en de entree van het winkelcentrum benadrukken. De poort staat hierdoor minder verloren tussen de gebouwen en wordt als element meer benadrukt. Wij zijn daarom bereid om mee te werken aan de aanvraag en af te wijken van het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten. De voorwaarde in het advies van de Commissie wordt wel overgenomen."

Een 18de-eeuwse tekening toont de Rasphuispoort in de rooilijn van de Heiligeweg als een opening in de wand. (Stadsarchief Amsterdam)

Het argument dat de monumentale waarde van het muurwerk niet is aangetoond, is niet erg steekhoudend. Gezien de structuur van de poort lag de 17de-eeuwse datering van de materiële substantie voor de hand en bovendien had hier eenvoudig onderzoek naar gedaan kunnen worden. Tijdens de sloop van het muurwerk aan weerszijden van de poort is inmiddels gebleken dat dit zeventiende-eeuws was. De opmerkingen dat de poort door de sloop van de muurdelen minder verloren tussen de gebouwen zal staan en als element wordt benadrukt zijn gelegenheidsargumenten die de kritiek van CWM niet op overtuigende wijze weerleggen. Blijft over dat het winkelcentrum nu vanuit de Heiligeweg inderdaad beter zichtbaar is.

Bij de sloop van de muurdelen kwam men kennelijk op het idee om ook de 'borstweringen' (het onderste deel van het muurwerk) achterwege te laten, want in afwijking van de verleende vergunning waren de muurdelen tot op de grond toe gesloopt en op 22 maart 2017 werd opnieuw een aanvraag ingediend, nu voor hekwerken vanaf het maaiveld. Na een bezwaar van de VVAB is deze aanvraag echter ingetrokken.

De sloop van het zeventiende-eeuwse metselwerk had nooit mogen gebeuren. Het is onbegrijpelijk dat het stadsdeel in dit geval de zichtbaarheid van de winkels, dus het individuele commerciële belang, heeft laten prevaleren boven het algemeen cultuurhistorische belang.

[Bezwaarschrift] (PDF-bestand)


(WS, 12/7/2017)


Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er is momenteel 1 reactie op dit artikel.

Geweldig dat u dit bezwaar heeft ingediend. [Meer lezen]

 Herman van Bemmelen 17/7/2017 11:40:52

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.