Beroep tegen bestemmingsplan Sluisbuurt

De VVAB heeft beroep aangetekend tegen het bestemmingsplan Sluisbuurt bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vereniging voert in haar beroepsgronden aan dat het bestemmingsplan in strijd is met het vigerende hoogbouwbeleid. Op deze locatie was hooguit een hoogbouwaccent mogelijk, niet een complete hoogbouwwijk met alle gevolgen van dien zoals schade aan het landschappelijk karakter van Waterland en met mogelijke gevolgen voor het Unesco-Werelderfgoed.
Artist impression van Sluisbuurt

Volgens de definitie van de Structuurvisie bestaat het gemeenteplan uit 7 middelhoogbouw-, 14 hoogbouw- en 10 superhoogbouwtorens, totaal 32 hoogbouwtorens met een gemiddelde bouwhoogte van ca. 60 m. Uit de Hoogte Effect Rapportage blijkt dat deze hoogbouwcluster een groot visueel effect heeft op Waterland en mogelijk schade toebrengt aan de visuele integriteit van het Unesco-Werelderfgoed. Het steekt de VVAB vooral dat Sluisbuurt in strijd is met de Structuurvisie en de daarin opgenomen Hoogbouwvisie.

De gevolgen daarvan kunnen ernstig zijn. De VVAB haalt daarbij de woorden aan van prof. dr. ir. R.A.F. Smook: "Het 'rommelen' aan de stedenbouwkundige capaciteit is niet alleen gevaarlijk, omdat het kan leiden tot incidentele verstoringen van de stedenbouwkundige structuur, maar vooral omdat de 'olievlek werking' een vervelend en vaak onderschat bijkomend verschijnsel is. Olievlek werking is het verschijnsel dat de implementatie van één hoogbouwelement een verdere verzwakking van de vaak al zwakke stedenbouwkundige structuur tot gevolg heeft, die de keuze voor een volgend hoogbouwproject voor de hand doet liggen". In Amsterdam zagen we de olievlekwerking al bij de Rembrandttoren en bij Overhoeks. Daardoor durft men steeds meer en hogere torens te bouwen, waardoor incidenteel bedoelde landmarks clusters van hoogbouw worden en de stedenbouwkundige structuur wordt verstoord. Precies om dat te voorkomen bestaat er een hoogbouwbeleid. Het is daarom gevaarlijk dat de gemeente zich niet aan de zelf gestelde regels houdt.

De VVAB haalt ook het rapport-Peutz aan waarin wordt geconcludeerd dat "het windklimaat op een aantal plaatsen in en rond het plangebied als matig of slecht (is) te beoordelen. Daarnaast bestaat op een beperkt aantal plaatsen een beperkt risico op windgevaar. Bij de hoekpunt van noordelijke gebouwdeel alsmede bij de onderdoorgang van het zuidelijke bouwdeel wordt lokaal de gevaardrempel overschreden." Het bestemmingsplan heeft echter geen maatregelen opgenomen om Sluisbuurt buiten de gevarenzone te brengen.

Tenslotte brengt de VVAB naar voren dat het bestemmingsplan ook niet voldoet aan het woonbeleid. In plaats van 40% middeldure huur en koop wordt slechts 35% gerealiseerd en in plaats van 20% dure huur en koop 25%. Vermoedelijk zijn deze gegevens zelfs nog te rooskleurig. De wijk krijgt daardoor te weinig betaalbare woningen.

Het bestemmingsplan is niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

Ook andere erfgoedorganisaties en bewoners van Durgerdam hebben beroep aangetekend. Vanwege de Crisis- en Herstelwet moest meteen bij de Raad van State worden aangeklopt: de stap naar de rechtbank is overgeslagen.

Meer lezen:
[Beroepsschrift] (13 februari 2019) (PDF-bestand)

Eerder artikel:
[Reactie op conceptbestemmingsplan Sluisbuurt]


(WS, 15/2/2019)

Door in te loggen, kunt u ondermeer uw gegevens beheren. Alleen leden hebben een inlogaccount.

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.