Evenementenbeleid uit balans?

De ontwikkeling van het nieuwe gemeentelijke geluidbeleid voor evenementen is een even boeiend als moeizaam proces, dat nog steeds niet is afgerond. B&W heeft de plannen in juli ter inzage gelegd, waarop de VVAB met een zienswijze heeft 
gereageerd. Het nieuwe beleid zal naar verwachting per 1 januari 2018 van kracht worden, een jaar later dan aanvankelijk gepland. Na de artikelen Oorverdovende Evenementen in sept. 2015 en Evenementenbeleid in revisie in okt. 2016 is het weer tijd voor een tussenstand.

Het voornemen om de oude regels tegen geluidsoverlast bij evenementen aan te scherpen is door B&W al in mei 2015 aangekondigd. Vervolgens is een aantal bewoners en bewonersorganisaties in de gelegenheid gesteld om met de burgemeester en het Evenementenbureau over dat onderwerp van gedachten te wisselen. In dat kader hebben twee gesprekken in de ambtswoning van de burgemeester plaatsgevonden en is een aantal keren gesproken met vertegenwoordigers van het Evenementenbureau en door de gemeente ingeschakelde deskundigen. Bij al die gesprekken was ook de VVAB vertegenwoordigd. Het begon tamelijk hoopgevend, getuige de volgende gedachtenwisseling in de raadscommissie Algemene Zaken van december vorig jaar, waarin de burgemeester reageert op de inspraak van het VVAB-bestuurslid Els Iping: 'Dan de vraag naar de uitgangspunten die mevrouw Iping op tafel legde. Het viel mij op door redelijkheid, ik vind het nou niet direct drie extremistische dingen, dat je in je huis elkaar moet kunnen verstaan, dat je moet kunnen slapen en dat onze kinderen geen gehoorschade oplopen, daar zijn we het wel over eens dat dat ondergrenzen zijn'. (1) Op die positieve uitlating reageerde het toenmalige SP-raadslid Kwint met de opmerking dat de uitgangspunten, zoals mevr. Iping die had geformuleerd, hem in principe 'bijna stuitend redelijk' in de oren klonken. Dit is door niemand weersproken, kennelijk hebben de burgemeester en ook de heer Kwint als vertegenwoordiger van een collegepartij de opvattingen van de hele commissie correct weergegeven.

Teleurstellend resultaat

Tijdens de gesprekssessies met het Evenementenbureau bleek echter al gauw dat er een diepe kloof gaapte tussen de standpunten van de bewoners en de ideeën van het Evenementenbureau. Dat overleg kreeg de mooie naam 'Verdieping' mee, maar anders dan beoogd had deze 'verdieping' slechts verdieping van de kloof als resultaat. Van een open dialoog was eigenlijk alleen sprake in de 'ambtswoninggesprekken'. De burgemeester toonde daar een luisterend oor en reageerde op ieders inbreng, wat ook weer hoop gaf op een goede afloop. Waarom stelt het resultaat, zoals verwoord in de ter inzage gelegde 602 pagina's (!), dan toch teleur? Dat is als volgt te verklaren. De door Els Iping genoemde uitgangspunten bleven op papier recht overeind, waardoor het bij eerste lezing net lijkt alsof de plannen daar ook aan voldoen, maar bij nadere bestudering blijken die 602 pagina's hier en daar zóveel grote of kleine uitzonderingen op die basisprincipes te bevatten dat daar per saldo maar weinig van overblijft. Daarvan twee voorbeelden: Vanouds worden de geluidsniveaus wereldwijd gemeten in dB(A), als weergave van hoe hard of zacht het geluid wordt waargenomen. Daarnaast wordt de tamelijk nieuwe meetwaarde dB(C) nu voor het eerst in de voorschriften opgenomen, omdat het vaak hinderlijke basgeluid dan veel beter tot zijn recht komt. Als bewonersorganisaties zijn we daar natuurlijk blij mee, maar nu wil men opeens dB(A) als categorie schrappen voor zover het de geluidbelasting op de gevels betreft. Onacceptabel, het brengt allerlei onzekerheden met zich mee waardoor de spraakverstaanbaarheid binnenshuis niet meer gegarandeerd is. Daardoor zullen omwonenden tijdens bepaalde evenementen met de ramen dicht tegen elkaar moeten schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. Zelfs als wél wordt voldaan aan de norm voor het geluidsniveau binnenshuis, ondervinden de bewoners hinder, al is dat regeltechnisch ook duldbare hinder. Een probleem is ook dat alleen de gevelnorm in de voorschriften is opgenomen, maar niet de norm voor spraakverstaanbaarheid binnenshuis. Een omissie waarin moet worden voorzien, omdat omwonenden anders bij overlast geen been hebben om op te staan.
Daar komt bij dat de voorstellen uitgaan van de gemiddelde gevelisolatie. Aangezien de helft van alle 425.000 Amsterdamse woningen per definitie ondergemiddeld is, geldt de 'garantie' voor spraakverstaanbaarheid dus sowieso niet voor de slechter geïsoleerde helft daarvan. Gelukkig huldigt de Rijksoverheid in dit soort gevallen een andere denkwijze. In het landelijke Bouwbesluit is de hoogte van deuren in woningen bijvoorbeeld niet afgestemd op de gemiddelde lengte van de Nederlanders, want anders zou de helft van hen dagelijks zijn of haar hoofd stoten.
Maar er is meer. Bij geluidsmetingen worden diverse correctiefactoren toegepast, waardoor het werkelijke geluidsniveau binnenshuis nog verder boven de norm voor spraakverstaanbaarheid uit zal komen. De VVAB en andere organisaties staan met deze kritiek niet alleen, zij wordt onderschreven door deskundigen, zoals Erik Roelofsen, directeur van de Nederlandse Stichting Geluidshinder. Deze heeft ook de Analyse van het voorgenomen nieuwe beleid ondertekend, het belangrijkste onderdeel van onze zienswijze. (2)

Gehoorschade

Zoals bekend lopen veel jongeren gehoorschade op doordat ze door de koptelefoon en bij muziekevenementen te vaak en te lang luisteren naar te harde muziek. Als het oor bij de ene gelegenheid te zwaar wordt belast is er een zekere herstelperiode nodig om te voorkomen dat er bij een volgende gelegenheid echt schade zal optreden. Momenteel zijn er in ons land al meer dan een half miljoen mensen met een gehoorapparaat en dreigt 40% van de jongvolwassenen gehoorschade te krijgen. Dit gaat snel: elk jaar komen er 22.000 nieuwe slachtoffers bij. Volgens de evenementenbranche bieden oordoppen afdoende bescherming, maar de praktijk is anders. Na thuiskomst van een bezoek aan een muziekevenement heeft 93%(!) van de jeugdige bezoekers last van het gehoor, terwijl 38% van hen ook de volgende dag nog gehoorklachten heeft; een steekhoudend bewijs dat de oordoppentheorie niet deugt. Is het trouwens niet een beetje raar om de volumeknop zo ver omhoog te draaien onder het motto dat dat hoge geluidsniveau dankzij de oordoppen toch niet zal doordringen tot de bezoekers?
De landelijke GGD'en adviseren om in plaats van de voorgestelde 100 dB(A) aan de bron slechts 92 dB(A) toe te laten voor bezoekers van boven de 18, respectievelijk 88 dB(A) voor jongeren. Ook al levert dat volgens hen in 5% van de gevallen nog gehoorschade op en ook al worden die grenzen alleen acceptabel geacht bij continu gebruik van oordoppen. Dat blijkt uit hun 'Handreiking' van augustus jl. In onze zienswijze verzoeken wij de gemeente met klem om tenminste het advies van haar eigen GGD op te volgen.
Het nieuwe gemeentelijke beleid is gebaseerd op het rapport van het 'geluidBuro'. Dit legt als adviseur van de gemeente uit waarom toch 100 dB(A) nodig zou zijn. Volgens het buro is een dancefeest bedoeld om op te gaan in de muziek en vinden bezoekers het prettig om de bassen daarbij niet alleen te horen, maar ook te voelen. 'Een belangrijk aspect bij het kunnen opgaan in de muziek is dat het stemgeluid van bezoekers ruimschoots overstemd wordt en praten min of meer onmogelijk is. Daardoor ontstaat een andere interactie met de medebezoekers, namelijk samen dansen en niet samen praten. Uit diverse praktijkmetingen is gebleken dat het omslagpunt ongeveer ligt bij 98 tot 100 dB(A).' U leest het goed, omwonenden moeten de 'duldbare hinder' dat ze elkaar niet of nauwelijks kunnen verstaan maar accepteren omdat het niet duldbaar is dat de feestvierders elkaar wél zouden kunnen verstaan. Hun stemgeluid moet zelfs ruimschoots door de muziek worden overstemd, men neemt geen enkel risico.
Lagere geluidsniveaus worden in de rapporten om dat soort redenen niet realistisch genoemd, waarbij men over het hoofd ziet dat 100 dB(A) wél realistisch is als veroorzaker van gehoorschade. Daarvan heeft alleen het publiek last, maar de mensen op het podium niet. Die zijn namelijk wettelijk verplicht om bij het gangbare geluidsniveau goede oordoppen te dragen. Een andere bijzonderheid is nog dat 80% van de jongeren die hoge geluidsvolumes als te hard ervaart. Een derde deel van de festivalbezoekers gaat zelfs wel eens eerder naar huis vanwege het hoge geluidsniveau. In wiens belang zouden die hoge volumes toch zijn?

Afb. 1 Geluidscontouren van de 21 onderzochte evenementenlocaties, ontleend aan de rapportage van het GeluidBuro. Duidelijk is te zien dat het geluid verder draagt naarmate de bebouwing minder dicht is, aan de stadsranden zelfs vele kilometers ver. Basgeluiden kunnen hinderlijk zijn tot buiten de aangegeven contouren.
Afb. 2 Geluidscontouren evenemententerrein Appeltjesmarkt (voormalig busstation Marnixstraat). De twee buitenste cirkels staan op 500 resp. 1000 meter van de geluidsbron. Het geluid kan tot in het gele gebied hinder opleveren.


Locatieprofielen

Voor veel evenementenlocaties zijn in het verleden door de stadsdelen locatieprofielen opgesteld, met voorschriften voor o.a. maximale aantallen bezoekers en maximaal toelaatbare geluidsvolumes. Daarmee werd een bepaalde zekerheid geboden aan organisatoren en omwonenden. Omdat elk stadsdeel zijn eigen opvattingen hanteerde wilde B&W daar eenheid in brengen door als centrale stad zelf nieuwe profielen op te stellen. Volgens 'Stad in balans' van medio 2015 zouden er 'grootstedelijk, regionaal, lokaal en per buurt' locatieprofielen worden ontwikkeld, op basis waarvan zou worden bepaald 'welk plein, straat of park' voor een evenement in aanmerking zou komen. Het was dus de bedoeling om voor elke geschikte evenementenlocatie een locatieprofiel te maken, wat later is teruggebracht tot 80 locaties. In werkelijkheid zijn er echter maar 21 nieuwe profielen gekomen, aangevuld met 55 oude stadsdeelprofielen, die niet uniform zijn opgesteld en onvoldoende duidelijkheid bieden. Die 76 profielen zijn natuurlijk lang niet voldoende voor de 2000 evenementen die per jaar zijn voorzien. Voor elke plek in Amsterdam buiten locaties met profielen kunnen evenementenvergunningen worden aangevraagd. Dat wordt nu beperkt tot één eendaags evenement per jaar in de binnenstad, respectievelijk drie daarbuiten, waarbij Koningsnacht, Koningsdag en twee of meer dagen Pride niet meetellen. Voor die profielloze locaties gelden bepaalde regels voor de toelaatbare overlapping van de geluidscontouren. Die regeling is nogal vaag omschreven. Zo is het bijvoorbeeld niet duidelijk of met de theoretische cirkelvorm van de contouren wordt gewerkt of met de werkelijke contouren met hun grillige omtrekslijnen – zie de afbeeldingen 1 en 2. Ook is het volstrekt niet duidelijk tot welke totale aantallen evenementen dit leidt. Vragen naar de vroegere en huidige aantallen evenementen per jaar konden niet worden beantwoord, omdat de stadsdelen dat niet goed bijgehouden zouden hebben. Een aantallenbeleid is op die manier niet mogelijk. Dat is een ernstige tekortkoming en het opent de deur naar verdere toekomstige groei, terwijl het aantal evenementen juist omlaag moet.

Stad in balans?

Er zijn nog meer punten van kritiek, te veel om hier samen te vatten. Zo wordt het basgeluid onvoldoende bestreden, want de 'beat' geeft volgens het geluidBuro binnenshuis zelfs hinder als wordt voldaan aan de voorgestelde nieuwe gevelnorm. Ook zal de eindtijd elk weekend van 23.00 uur naar 24.00 uur verruimd kunnen worden, wordt de handhaving teveel aan de organisatoren overgelaten en schiet de regelgeving voor de parken ernstig tekort, zowel qua aantallen bezoekers als voor wat betreft het geluidsniveau en de natuurwaarden. Verder is de beperking van het aantal evenementendagen op plekken buiten de locatieprofielen aangeprezen als tegemoetkoming aan de bewoners, maar die vlieger gaat niet op zolang het totale aantal evenementen(dagen) per jaar onbekommerd kan blijven stijgen bij gebrek aan aantallenbeleid. Maar er zijn natuurlijk ook positieve ontwikkelingen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de spraakverstaanbaarheid binnen voortaan écht gegarandeerd is bij evenementen waarbij de muziek geen hoofdzaak is. Een ander voorbeeld is de lagere gevelbelasting in de binnenstad.
Per saldo zijn letterlijk álle bewonersorganisaties en individuele omwonenden die aan het overleg met de gemeente hebben deelgenomen het er roerend over eens dat zij het onderspit hebben gedolven. De door hen aangevochten redenering is steeds dezelfde: bij tegenstrijdige belangen wordt voorrang gegeven aan de beleving van de muziek boven bescherming van omwonenden tegen geluidshinder. Op die manier komt er niet veel terecht van de idealen van 'Stad in balans' waar iedereen het medio 2015 zo roerend over eens was. Maar dit najaar is de gemeenteraad aan zet, hopelijk komt het evenementenbeleid dan tenminste wél weer in balans.

Hendrik Battjes

De afbeeldingen zijn afkomstig uit: Het geluidBuro, Onderzoek Evenementenlocaties 1.1 , Stedelijk evenmementenbeleid Amsterdam, pag. 5 en 21.

Voetnoten:
1. Commissie AZ 8-12-2016, weergave vanaf 
videoband.
2. Zie Reactie op nieuwe geluidbeleid bij evenementen voor de zienswijze en ook voor de bijbehorende Analyse met bronverwijzingen, waaronder de gemeenteteksten. De Analyse is feitelijk een gemeenschappelijk stuk van de ondertekenaars geworden aangezien veel van hun opmerkingen en suggesties erin zijn verwerkt.

(Uit: Binnenstad 282/283, juli/augustus/september/oktober 2017)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.