Erfpacht voor woonbootbewoners

Het water is van ons allemaal

Het water is in de waterstad Amsterdam jarenlang verwaarloosd. Bestaande regels werden niet gehandhaafd en nieuwe problemen werden niet door nieuw beleid tegemoet getreden. Het gevolg hiervan is dat het water als openbare ruimte in het gedrang is gekomen en dat proces gaat nog steeds voort.
De Keizersgracht bij de Amstel: wildgroei op het water tast de mooiste stadsgezichten aan.

Iedere "belangengroep" legt zijn claim op het water. Verwaarlozing van het publieke domein leidt tot privatisering van dat domein. Dat is een bekend gegeven: het geldt voor de wal net zo goed als voor het water. Er is in wezen geen inhoudelijk verschil tussen een horecaondernemer die een stuk straat voor een terras inpikt en een bewoner die een stuk van de kade heeft toegeigend en een stuk van de wal naast zijn boot met tuinhekjes afbakent. Een zwakke en vaak laffe overheid die geen "veldslag op het water" wil, laat dat gebeuren en lijkt na diverse "gedoogrondes" het publieke domein te hebben opgegeven, zelfs zozeer dat uitgifte van dat publieke domein in erfpacht wordt bediscussieerd. In een klimaat waarin de overheid niet als overheid optreedt, nemen de brutaalsten het meeste. Die ontwikkeling is de laatste decennia niet alleen gedoogd en gelegaliseerd, maar wordt zelfs politiek gelegitimeerd door ideologische argumenten dat er "altijd gewoond is op het water" een halve waarheid want dat gold niet voor de plaatsen waar nu de meeste woonboten liggen , dat "boten altijd onderdeel zijn geweest van de geschiedenis van Amsterdam" dat is juist maar niet relevant en dat een Hongkong op het water "de beleving van de historische grachten zou vergroten" als het echte boten zouden zijn maar het zijn drijvende dorpen met vlotten en tuintjes . Let op: we hebben het hier niet over boten, maar over woondozen op drijvende betonnen bakken, vaak afgewerkt met schrootjes of voorzien van een baksteen-print om nog meer op echte huizen te lijken.
De stedenbouwkundige gevolgen zijn drastisch. Daar waar 19de-eeuwse steden als Parijs en Londen hun monumentaliteit verkrijgen door grote pleinen, moet het 17de-eeuwse Amsterdam het hebben van de ruimtelijke werking van het open water. Daar waar het IJ, de Amstel en de hoofdgrachten elkaar ontmoeten, vormen zij de pleinen van de stad. Die ruimtelijke werking is kapot gemaakt door een langzaam maar ingrijpend proces van dichtslibben door bebouwing, waltuintjes, vlotten, steigers en plezierjachtjes. De relatie tussen de grachtenhuizen en het water wordt erdoor verstoord. Niet de huizen spiegelen meer in het water, maar de rommel op het water spiegelt in de ruiten van de huizen.

Waterplan Amsterdam

Langzamerhand begint ook de overheid het belang van het water als openbare ruimte in te zien. Dit heeft te maken met de internationaal toegenomen belangstelling voor het publieke domein. Het is een internationaal verschijnsel dat de privatisering van het publieke domein aan de kaak wordt gesteld. Dit is een reactie van stedenbouwkundigen op de ingrijpende gevolgen van het massale automobilisme op de kwaliteit van de stedelijke ruimte, maar in de waterstad Amsterdam leidt dat onvermijdelijk tot het besef dat de belangrijkste openbare ruimte van deze stad, het water, is prijsgegeven voor bebouwing en bewoning. Het Waterplan Amsterdam noemt water een "ruimtelijk structuurelement" en letterlijk zelfs een "beeldbepalend onderdeel van de openbare ruimte". Het is daarom nodig te komen tot een "gentegreerde visie op het water". In het "streefbeeld 2030" heeft het water een hoge "belevingswaarde" en is de identiteit van Amsterdam als waterstad versterkt. De waterstructuur is verbeterd door nieuwe waterlopen en het herstel van wateren die stedenbouwkundig en/of waterstaatkundig karakteristiek zijn. Ook is er meer aandacht voor de zichtbaarheid van het water en de openbaarheid van de oevers. Het klinkt allemaal prachtig. Door het gezichtsveld te verruimen kan de patstelling worden doorbroken die het debat over het gebruik van het water vanuit belangengroeperingen kenmerkt. Deze groeperingen hebben baat bij zo'n patstelling!

Erfpacht op het water

Het Waterplan Amsterdam blijft echter beperkt tot papieren voornemens. De werkelijke aard van het beleid op het water wordt duidelijk als we het voorstel bezien openbaar water in erfpacht uit te geven aan woonbootbewoners. In de huidige situatie betalen woonbootbewoners met een ligplaatsvergunning voor het gebruik van het openbaar water een lage precariobelasting. Er wordt geconstateerd dat het niet eerlijk is dat walbewoners hoge lasten hebben, terwijl woonbootbewoners slechts een lage precario betalen. Door dat recht te trekken, kan ook de rechtspositie van woonbootbewoners worden verbeterd. Hij of zij krijgt een aanmerkelijk grotere rechtszekerheid, omdat het verplaatsen van boten moeilijker wordt. Immers, de ligplaatsvergunning is in principe persoonsgebonden en dus is het mogelijk een uitsterfbeleid te voeren. Bij het uitgeven van water in erfpacht is dat niet meer mogelijk, omdat de erfpacht gekoppeld is aan een perceel en het erfpachtrecht kan worden doorverkocht. Met andere woorden: de ruimte om beleid te maken op het water wordt verkleind.

De Bloemenmarkt, waar het water en de walkant al in erfpacht is uitgegeven, laat zien wat het gevolg is van privatisering van de openbare ruimte.

Een essentile voorwaarde voor het uitgeven van water in erfpacht is dat de betrokken ligplaatsen worden opgenomen in een bestemmingsplan. Dat betekent dat allereerst een belangenafweging moet plaatsvinden, een afweging die nooit heeft plaatsgevonden. Pas dan zal blijken welke ligplaatsen moeten worden opgeheven en welke ligplaatsen kunnen blijven bestaan. Alleen voor de ligplaatsen die kunnen blijven bestaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar het prijsgeven van de openbaarheid op minder grote bezwaren stuit, geldt dat de betrokken percelen in erfpacht kunnen worden uitgegeven. Aan die voorwaarde is nog lang niet voldaan en het kan geenszins de bedoeling zijn om automatisch de huidige ligplaatsen in een bestemmingsplan op te nemen, zeker als we bedenken dat 1.278 van de 2.830 woonboten in Amsterdam in de binnenstad liggen en een belangenafweging daarover nooit heeft plaatsgevonden. De gemeente denkt daarentegen wel aan automatische opname van de bestaande ligplaatsen, overigens niet vanwege de noodzakelijke belangenafweging zelf, maar omdat erfpachtuitgifte bij de rechter anders niet stand zou houden. Nu hebben wij geen bezwaar tegen de nagestreefde gelijkheid in rechten en plichten op land en in het water. Dat hebben wij immers altijd bepleit. Maar daar gaat het in dit voorstel helemaal niet om; de onderliggende motieven zijn veel minder fraai. Het staat letterlijk in de nota. De betrokken overheid "profiteert niet mee" van de "aantrekkelijke" marktwaarde van woonboten met een legale ligplaatsvergunning. De gemeente werkt al jaren mee aan het verkopen van ligplaatsvergunningen door deze na verkoop van de boot automatisch op een andere naam over te schrijven, waardoor juridisch gezien al sprake is van een de-facto opheffing van de openbaarheid, en wil nu ook een graantje gaan meepikken van het financile voordeel dat het prijsgeven van die openbaarheid aan particulieren biedt.
Kortom, het huidige voorstel de openbaarheid van het water prijs te geven, staat haaks op de visie op het water als openbare ruimte, zoals zo duidelijk in het Waterplan naar voren komt. Het voorstel maakt ook duidelijk dat alle mooie woorden ten spijt, de dagelijkse praktijk op het water nog mijlenver verwijderd is van wat noodzakelijk is in de waterstad Amsterdam. Het voorstel komt dus veel te vroeg en heeft niets te maken met de nagestreefde gelijkheid in rechten en plichten op het land en in het water. In werkelijkheid wil het huidige gemeentebestuur van Amsterdam het openbaar water prijsgeven om er een financieel slaatje uit te slaan. Het toepassen van het heilige marktbeginsel op de grachten toont aan dat dit gemeentebestuur geen enkele boodschap heeft aan belangrijke cultuurhistorische waarden als het belang van het openbaar water voor de stedenbouwkundige structuur en het stadsschoon. Zij zal in dat streven niet alleen de woonbootbewoners, maar ook de walbewoners tegenover zich vinden. Het water is van ons allemaal.

Walther Schoonenberg

(Uit: Binnenstad 191, december 2001.)

[Afmeerverbod bij historische bruggen niet uitgevoerd]

[Werkgroep Water]

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.