Interview met Maarten de Boer van het AMF

"De kip met gouden eieren wordt langzaam geslacht"

Het gaat goed met het Amsterdams Monumenten Fonds (AMF). De vennootschap die in 1992 werd opgericht, heeft inmiddels negen gebouwen en complexen in eigendom en beheer. In september 1998 kwam die negende erbij: het Pintohuis, dat van de stichting De Pinto werd overgenomen.

Directeur Maarten de Boer kan tevreden zijn en dat is hij ook. "Ik ben ervan overtuigd dat het Monumenten Fonds een voor Amsterdam noodzakelijk instituut is. Je hebt Stadsherstel dat al meer dan veertig jaar woonhuismonumenten koopt, restaureert en onderhoudt maar voor monumenten zonder woonfunctie was er niets en een aantal dreigde daardoor verloren te gaan. Natuurlijk was het riskant wat we deden. We wisten dat het voor een solide basis nodig was om binnen zes jaar een stuk of negen grote gebouwen en complexen in eigendom te hebben. We hebben het gehaald. Het tiende zal binnenkort het 17de-eeuwse Schellingwouderkerkje in Amsterdam-Noord zijn. Het is sinds 1997 een rijksmonument en het is van groot belang voor het aanzicht van Schellingwoude. Het AMF zal voor de restauratie zorgen en daarna willen we het gebouw verhuren voor lezingen, recepties en trainingen. Als je zo'n mooi kerkje als kantoor bestemt, dan hebben te weinig mensen er wat aan, dan is de gemeenschap het eigenlijk kwijt."

Werf 't Kromhout

Het eigen vermogen van de N.V. is ruim dertien miljoen gulden. Tot de aandeelhouders behoren de gemeente Amsterdam, woningbouwverenigingen, stadsdelen en pensioenfondsen. Het lijstje historische panden en complexen is indrukwekkend: Gerardus Majellakerk, Vondelkerk, rioolgemaal F, Parkkerk, De Duif, West-Indisch Huis, Posthoornkerk, gemaal Zeeburg en het Pintohuis. Bij de Oranjekerk, op de hoek van de Van Ostadestraat en Tweede van der Helststraat, en de Werf 't Kromhout aan de Nieuwe Vaart wordt onderzocht, wat de mogelijkheden voor restauratie, aankoop en exploitatie zijn. Ook voor derden is het Monumenten Fonds actief. Zo werd in 1997 op verzoek van de gemeente Velsen een onderzoek ingesteld naar mogelijke bestemmingen voor Fort Amsterdam, een onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

Voor Maarten de Boer, architect en oud Nieuwmarktactievoerder, begon het eigenlijk twaalf jaar geleden, toen hij bij de gemeente Amsterdam solliciteerde. Hij kreeg er een baan met als opdracht, voor herstel en behoud van waardevolle panden te zorgen. Zijn eerste project was de Posthoornkerk die het bisdom wilde slopen. De opdracht aan Maarten de Boer was: probeer het gebouw te behouden, als dat tenminste niet meer kost dan sloop. Een duivelse opgave, maar het lukte hem. "Ik leerde er als het ware het vak, ik kreeg door, hoe je allerlei valkuilen moest ontwijken, ik leerde ermee leven dat na oplossing van één probleem er weer twee nieuwe kwamen. Maar ik kreeg ook in de gaten dat als ik bij de gemeente bleef, ik steeds een actievoerder zou blijven die van hot naar her zou moeten springen. Ik bedacht dat er een groot fonds nodig zou zijn om meer mogelijkheden te krijgen. Ik zegde mijn ambtenarenbestaan op en toen kwam het Monumenten Fonds tot stand, eerst als stichting en zes jaar geleden als N.V." Er is intussen veel veranderd. Maarten de Boer: "Hergebruik van oude panden is bijna mode geworden. Tien jaar geleden zag niemand er brood in om een historisch gebouw een nieuwe functie te geven. Maar de Vondelkerk toonde aan dat het mogelijk was, zonder dat karakter te veel aan te tasten. Er is nu een markt voor dat soort gebouwen met alle gevaren van dien. Monumenten werden steeds meer als commercieel erfgoed beschouwd. Het belangrijkste criterium is dan niet meer de monumentale waarde, maar uitsluitend de hoogste prijs. Het gevolg is dat makkelijk te exploiteren monumenten voor de hoogste prijs worden opgekocht en behouden en dat incourante en onrendabele monumenten verpauperen en één voor één uit het stadsbeeld verdwijnen. Zo wordt de kip met de gouden eieren stukje bij beetje geslacht. Als Amsterdam zich als Nationale Monumentenstad wil blijven profileren, dan moet niet alleen worden geïnvesteerd in eenmalige restauraties van monumenten, maar ook in het onderhoud en beheer op langere termijn. En aan dat laatste levert het Amsterdams Monumenten Fonds een grote bijdrage. Het is nodig dat je ervoor blijft knokken om moeilijke gebouwen overeind te houden, want het is voor veel mensen zeer aantrekkelijk om zo'n pand te slopen en er iets nieuws voor neer te zetten." Volgens Maarten de Boer staan er in Amsterdam zo'n honderd monumentale panden die een nieuwe functie moeten krijgen. "Er zit een hele reeks aan te komen, vooral als je er ook de jonge monumenten bij betrekt in de negentiende-eeuwse wijken, kloosters, kapellen, gemalen, pastorieën; een deel ervan zal bedreigd worden door sloop of verkeerd hergebruik."
Voorbeelden van dat laatste zijn genoeg voorhanden: "Ik denk aan de tramremise Oud-West en de Westergasfabriek. Zonder een duidelijk eindplan wordt er ad hoc verbouwd en wordt er ad hoc aangepast. Dat is een slechte ontwikkeling. Dat is in feite een bedreiging, de leuke elementen worden eruit gehaald en de rest hangt er maar zo'n beetje bij. Bij de tramremise heeft het stadsdeel aan projectontwikkelaars gevraagd, plannen in te dienen en daarna werden de randvoorwaarden weer veranderd; dat is ook niet bepaald een goede manier om met ontwikkelaars om te gaan. Nee, het Amsterdams Monumenten Fonds is er niet bij betrokken. Het stadsdeel wilde het zelf doen. Wij hebben inderdaad de ervaring, hoe je met dit soort projecten moet omgaan, het zijn ingewikkelde processen, en het is slecht om het maar voor één gebouw te doen. Bovendien als je er iemand voor inhuurt, ben je heel veel geld kwijt en dat komt het rendement van je bezit en je inspanningen niet ten goede. Maar er zijn ook stadsdelen die bij ons aandeelhouder zijn." Hoe lang het AMF door kan gaan met het kopen van historische panden is onzeker. Maarten de Boer: "Op een gegeven moment zal het Amsterdams Monumenten Fonds een beheersinstelling worden. Er zullen zich steeds meer particulieren op de monumentale panden storten en dan kunnen we er niet meer tegenop. Het is goed, als andere partijen zich op de markt gooien, maar er zitten ook grote risico's aan vast."

Zes jaar geleden kostte een aandeel AMF duizend gulden, ze hebben nog steeds dezelfde waarde. Aandeelhouders krijgen elk jaar vijf procent dividend. Maarten de Boer: "Voor beleggers geen vetpot, maar zeker op de langere termijn zijn die aandelen interessant. Wij onderzoeken nu, hoe we het voor de bevolking en voor het bedrijfsleven interessant kunnen maken om aandelen te kopen. In tegenstelling tot N.V. Stadsherstel-organisaties is het AMF niet vrijgesteld van het betalen van vennootschapsbelasting. We proberen om ook een vrijstelling te krijgen. Er is namelijk geen enkel verschil met Stadsherstel in de wijze, waarop wij panden restaureren en onrendabele monumenten exploiteren."

Dat het idee voor een Amsterdams Monumenten Fonds zo'n zeven jaar geleden ontstond, is volgens Maarten de Boer niet verrassend. "De geschiedenis bepaalt zoiets. Stadsherstel kwam van de grond, omdat de woonhuisfunctie van monumenten verloren dreigde te gaan. En als er een probleem is, dan komen er vanzelf oplossingen. Het zijn golfbewegingen. Zo was het ook bij het AMF. Er zijn altijd mensen die ingrijpen, als er iets fout dreigt te gaan, die hun nek uitsteken en risico's durven te nemen in de periode dat zij pioniers zijn. Dat het goed gaat met het AMF is te danken aan een grote club van adviseurs, vrienden en aandeelhouders. Er zijn nu tweeëneenhalf duizend mensen die het AMF mogelijk maken. Daardoor gaat het goed met ons."

De komende jaren staan grote klussen op het programma. Zo zal de monumentale overkapping van de in 1757 opgerichte werf 't Kromhout worden gerestaureerd. De oude timmerloods zal worden vervangen door nieuwe loodsen ten behoeve van de bestaande functie. Hierdoor kan de historische en schilderachtige werf gehandhaafd blijven tussen de oprukkende woningbouw. In 1999 hoopt het AMF de restauratie van de Duif (Sint Willibrordus binnen de Veste) voltooid te hebben. Bij de Posthoornkerk zullen de torens worden gerestaureerd en zal een aantal bouwkundige werkzaamheden worden uitgevoerd om de verhuurmogelijkheden te verbeteren. Voor de Oranjekerk zijn plannen gemaakt voor een nieuwe kerkelijke ruimte voor de Hervormde gemeente en kantoorruimte. Nog dit jaar zal de Schellingwouderkerk in het bezit komen van het AMF, waarna ook dit monument zal worden gerestaureerd. Alle gebouwen van het AMF worden eens per jaar door de Stichting Monumentenwacht gecontroleerd op bouwkundige gebreken of eventuele hiaten in het onderhoud. Voor het reguliere onderhoud zijn tienjarenonderhoudsprogramma's opgesteld. Toen Maarten de Boer met het AMF begon was de hoofddoelstelling het behoud en beheer van grote monumenten, waarbij de cultuurwaarde zoveel mogelijk wordt gerespecteerd bij het zoeken naar economisch haalbare oplossingen. Maarten de Boer: "Ik geloof wel dat ik kan zeggen dat het is gelukt. Natuurlijk moet je steeds discussies voeren over de vraag, op welke schaal je mag ingrijpen om een gebouw exploiteerbaar te maken. Dankzij die discussies zijn we in de loop der jaren ook steeds zwaardere eisen aan ons zelf gaan stellen, ook over het gebruik. Niet alleen kantoren. Je moet ook zorgen voor publiekfuncties, zoveel mogelijk mensen moeten kunnen blijven genieten van die prachtige gebouwen."

Frans Heddema

(Uit: Binnenstad 173, november 1998.
Dit artikel is tevens verschenen in: Een veldboeket met distels, Amsterdam 2000.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.