Frontons in Amsterdam I

De frontons van het huis van Danil Sohier, Keizersgracht 319

Keizersgracht 319
Tot de bekende architectuursieraden behoort het fronton: een driehoekig of segmentboogvormig gevelveld ter bekroning van een gebouw of onderdelen van een gebouw, zoals portieken, deuren of vensters. Al in de klassieke oudheid werd het fronton, dat meer breed is dan hoog, regelmatig door tal van bouwmeesters toegepast, zowel in het oude Griekenland als in het oude Rome.

Wie een wandeling door de Amsterdamse binnenstad maakt, kan aan tal van gebouwen n of meer frontons vinden. Trouwens, ook daarbuiten komen zij voor. De afmetingen kunnen variren van zeer groot tot zeer klein. Sommige zijn rijk versierd met beeldhouwwerk, andere niet. Er zijn exemplaren van natuursteen, van baksteen of van hout.

Het fronton in de klassieke oudheid

Het fronton, zoals wij dat kennen, werd het eerst toegepast in het oude Griekenland en de gebieden die deel uitmaakten van het Griekse cultuurgebied rond de Middellandse Zee, zoals Zuid-Itali en de kust van Turkije. Men kon ze aantreffen bij tal van tempels, zowel aan de voorzijde als aan de achterkant. Vaak waren ze geheel voorzien van beelden, terwijl er rondom geprofileerde lijsten waren aangebracht. Op de hoeken en op de top konden bovendien nog extra versieringen komen in de vorm van een beeld of van een gestileerd blad. Zo'n versiering wordt met een Grieks woord 'akroterion' genaamd. Beroemd zijn bij voorbeeld de frontons van de tempel van Artemis op Corfoe (ca. 600 v. Chr.), van de tempel van Zeus in Olympia (ca. 460 v. Chr.) en van de tempel van de godin Athene op de Acropolis in de Griekse hoofdstad (ca. 438- 431 v. Chr), alle drie voorzien van beelden. Overigens kregen in het oude Griekenland niet alleen tempels, maar ook andere gebouwen soms een fronton. Voorts kon men op allerlei grotere en kleinere grafmonumenten een driehoekig fronton vinden. De Romeinen namen het gebruik van het fronton van de Grieken over. Naast het bekende driehoekige model pasten zij bovendien regelmatig een frontonvorm toe, die werd afgesloten door een lage boog: een segmentboog. Dergelijke segmentboogvormige frontons werden o.a. gebruikt als bekroning van nissen en vensters. Vaak wisselden daarbij aan een bouwwerk driehoekige frontons en segmentboogvormige elkaar af.

Herleving tijdens de renaissance

Tijdens de renaissance kreeg men opnieuw belangstelling voor de vormentaal van de klassieke oudheid. Daarmee deed ook het fronton opnieuw zijn intrede in de architectuur, het eerst in de 15de eeuw in Itali, daarna in de loop van de 16de eeuw en 17de eeuw ook daarbuiten. Wie in die tijd iets nieuws wilde bouwen in ons land, liet zich vaak inspireren door antieke voorbeelden. Sommigen trokken daartoe zelf naar Itali, om daar de resten van de Romeinse architectuur en de gebouwen, ontworpen door Italiaanse renaissance-architecten, te bekijken en op te meten. Anderen beperkten zich tot het bestuderen van teksten en plaatjes in de voorbeeldenboeken, zoals die van de Italiaanse architecten Serlio (al vanaf 1539 in het Nederlands vertaald), Palladio, Scamozzi en Vignola (van hun werk kwamen pas in de 17de eeuw Nederlandse vertalingen uit). Daarnaast waren er sinds het einde van de 16de eeuw de voorbeeldprenten van de Nederlander Hans Vredeman de Vries. Bekijkt men bij voorbeeld van de laatste het boek 'Variae Architecturae Formae' (voor het eerst uitgegeven in Antwerpen door Theodoor Galle vr 1601; fotomechanische herdruk in Amsterdam in 1979 bij Van Hoeve), dan ziet men op vrijwel alle 49 architectuurprenten een of meer frontons voorkomen. Sommige hebben een driehoekige vorm, andere zijn segmentboogvormig. Sommige zijn gevelbreed, andere dienen slechts ter bekroning van de middenpartij van een gebouw. Naast frontons, die net als bij de Romeinen dienden ter bekroning van ramen, nissen en deuren, zijn er ook die te vinden zijn op hoge, smalle topgevels.

Het huis van Danil Sohier door Philips Vingboons

Keizersgracht 319
Ontwerptekening
van Philips Vingboons

En van de 17de-eeuwse Amsterdamse architecten die vele van zijn panden voorzag van een of meer frontons, was de bekende Philips Vingboons (1607-1678). Hij werkte overigens niet meer in de vrij drukke stijl van de Hollandse renaissance, maar in de daaropvolgende, rustiger stijl van het Hollands classicisme. Het fronton dat zijn voorkeur genoot, was kennelijk het driehoekige model, want dat paste hij het meest toe. Zo treffen we forse, brede driehoekige frontons aan op de middenpartijen van brede panden, en driehoekige frontons van bescheiden afmetingen op smallere stadshuizen met hoge halsgevels. Terwijl de grote frontons op de brede panden ruimte boden voor enige gebeeldhouwde decoratie, bleven de velden der kleinere frontons op de halsgevels onversierd.
Een mooi voorbeeld van een door Vingboons ontworpen halsgevel die bekroond wordt door een fronton met een onversierd middenveld, is te vinden aan het huis Keizersgracht 319 dat in 1639 voor Danil Sohier werd gebouwd. Het gaat om een dure gevel, die geheel uit witte zandsteen, afkomstig uit de omgeving van het Duitse stadje Bentheim, werd opgetrokken. Wie het huis gaat bekijken, bemerkt overigens dat er niet alleen sprake is van een fronton op de top, maar dat er lager ook nog twee frontons zijn die deze top als het ware flankeren.

De frontons nader bekeken

Op het eerste gezicht lijken alle frontons op de halsgevels, die Vingboons ontwierp, op elkaar. Maar bij nadere beschouwing zijn er wel degelijk verschillen, bij voorbeeld in de detaillering van het lijstwerk rond de frontons. Zo loopt er bij het huis van Danil Sohier langs het ver naar voren springende lijstwerk van het fronton boven op de halsgevel een fijn bewerkte tandlijst, terwijl de twee lager aangebrachte frontons ter weerszijden een al even fijn bewerkte eierlijst (d.w.z. een lijst met eivormige motieven) laten zien. Overigens was er eertijds nog een vierde fronton aanwezig, met weer een andere omlijsting, namelijk boven de voordeur. In de loop van de tijd is echter de ingang verplaatst van het midden van de gevel naar de zijkant. Daarbij is zowel de toenmalige toegangstrap als het fronton dat de deur bekroonde, verdwenen. We weten echter, hoe de oorspronkelijke opzet is geweest, omdat dit huis, evenals vele andere die Philips Vingboons ontworpen heeft, in prent gebracht is door zijn jongere broer Johannes (1617-1670). De desbetreffende prent van het huis is te vinden als afbeelding 18 in deel I van het beroemde 'Afbeeldsels der voornaemste gebouwen uyt alle die Philips Vingboons geordineert heeft' (verschenen te Amsterdam in 1648).

Een nog altijd veel afgebeeld huis

Het huis van Danil Sohier met zijn drie frontons trekt ook in onze eeuw nog altijd de aandacht. Afbeeldingen en beschrijvingen ervan komt men dan ook in vele publicaties tegen. Bij voorbeeld in het overzichtswerk dat Koen Ottenheym enkele jaren geleden over architect Philips Vingboons schreef (verschenen in 1989 bij de Walburg Pers in Zutphen). Maar ook in talloze publikaties over Amsterdam komt men het huis tegen. Bij voorbeeld in het boek 'Amsterdamsche Woonhuizen 1600-1800' van D.F. Slothouwer (Amsterdam, 1928, zie plaat XVII en blz. 17, blz. 39 en 40) en in het boek 'Amsterdamse Bouwkunst en stadsschoon 1306-1942' van J.G. Wattjes en F.A. Warners (Amsterdam 1943, zie blz. 237). Niet alleen het Nederlandse publiek wordt erop attent gemaakt, ook buitenlanders worden erop gewezen. Zo werd er in opdracht van de KLM en Bols in hun reeks van 75 Nederlandse miniatuurhuisjes van Delfts blauw aardewerk ook een model gemaakt van het huis van Sohier. Afgelopen jaar deden KLM en Bols bovendien onder de titel 'Dutch life in miniature' een fraai ogend boekje verschijnen, waarin Ken Wilkie over de huizen, die tot voorbeeld dienden voor de miniaturen in Delfts blauw, schreef (dat van Sohier wordt behandeld op blz. 69). Ook in de nieuwe (Engelstalige) reisgids van Amsterdam in de reeks 'Eyewitness Travel Guides' wordt de aandacht op de gevel gevestigd (zie de tekeningen met grachtenhuizen op het uitklapblad 101).

Andere halsgevels met frontons, ontworpen door Vingboons

Rokin 145-147
Ontwerptekening Philips Vingboons

Na het huis voor Danil Sohier heeft Vingboons nog verschillende andere huizen met halsgevels, bekroond door een driehoekig fronton, ontworpen. Bij voorbeeld het huis voor koopman Pieter Jansz. Sweelinck, de zoon van de bekende organist en componist, uit 1641-1642 aan het Rokin (nummer 145).
Later, tussen 1660 en 1662, volgden onder meer nog vier huizen met halsgevels voor de rijke katholieke koopman Jacob Cromhout aan de Herengracht (nummers 364-370). Het gaat hier echter steeds om huizen met een enkel groot fronton boven op de halsgevel, eventueel gecombineerd met veel kleinere frontons boven de vensters. De bijzondere gevelcompositie van het huis van Danil Sohier, waarbij twee frontons een halsgevel met een derde fronton flankeren, werd echter door Vingboons niet meer herhaald.

Carla Rogge

(Uit: Binnenstad 158, juni 1996.
Dit artikel is tevens verschenen in: Een veldboeket met distels, Amsterdam 2000.)

Email this to someone Deel deze pagina!

Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties op dit artikel.

Alleen als u bent ingelogd, kunt u een reactie plaatsen.